Lucas heeft het vaker dan de andere evangelisten over gebed. Dat heeft te maken met de manier waarop hij Jezus leerde kennen. Hij is de enige evangelist die via de christengemeenten tot Jezus kwam. Uit zijn beschrijvingen in Handelingen valt op te maken dat hij diep onder de indruk is van de vrouwen en mannen die hij daar ontmoet. Ze leven onder de directe invloed van de heilige Geest: ‘… ga niet naar Bitynië… laat Azië wachten… ga met Cornelius praten…,‘ enzovoort. Ze waren steeds in direct contact met die Geest in hen, die hen op een vrije manier leidde.
De eerste belofte die we in Lucas’ Handelingen aantreffen is dan ook: ‘Jullie zullen met energie geladen worden als de heilige Geest over jullie komt, en jullie zullen mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in geheel Judea, in Samaria en tot aan het einde van de aarde.’ Lucas bemerkt dat dit contact met de heilige Geest iets te maken heeft met de manier waarop de christenen die hij ontmoet, bidden. Er zijn in Lucas’ beschrijvingen verschillende manieren waarop die eerste christenen door de Geest geleid worden: door de heilige schrift, door visioenen en dromen, en zelfs door loten te trekken. Maar het is vooral door de inspiratie, die opwelt in het hart van de bidder.
Lucas schrijft zijn boeken om zijn ondervindingen door te vertellen. Volgens hem is er hier een groep mensen die in een nieuwe tijd leven, de tijd van de heilige Geest. Achttien keer komt Lucas in zijn evangelie terug op die rol van de heilige Geest. Dat doet hij vanaf het allereerste begin, wanneer hij schrijft dat Maria in verwachting raakt van die heilige Geest en dat Johannes de Doper al vervuld is met die Geest in de schoot van zijn moeder Elisabet.
Bidden is volgens Lucas hoofdzakelijk met de heilige Geest contact opnemen en dat blijven houden. Jezus bidt bij Lucas voortdurend. Bij zijn doopsel, in de woestijn, in de bergen voordat hij zijn twaalf apostelen kiest, alleen met zijn leerlingen, tijdens de gedaanteverandering, als zijn leerlingen terugkomen van hun missie, alleen met hen op een geheime plaats, in verband met Simons bekoringen, in Getsemane en op het kruis. Jezus geeft hun een gebedsmodel. Hij vertelt vier parabels over bidden en zegt - in de inleiding tot de parabel van vandaag - datje steeds moet bidden, datje tegen bekoringen moet bidden en vooral datje om de heilige Geest moet bidden. Bidden betekent in contact staan met de heilige Geest. Dat is het dus wat Lucas opvalt in de christenen die hij ontmoet, en zo bidt Jezus.
Het rijk van God heeft alles met de Geest te maken. Dat is ook de reden datje steeds moet bidden. Lucas is zozeer door die idee gegrepen, dat hij bij de uitwerking ervan soms zijn doel voorbij schijnt te schieten. Dat doet hij in de parabel van de rechter die zich om God noch gebod bekommerde en de potige weduwe die hem een blauw oog dreigt te slaan. Dat laatste lees je niet in de vertaling in onze liturgie, maar het staat wel in het origineel. Wat wij zo mooi vertaald hebben met ‘om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken,’ leest de Griekse tekst letterlijk: ‘… om op het eind van haar geen blauw oog, of een klap in mijn gezicht te krijgen.’
Die parabel staat wat haaks en onhandig op Lucas’ gebedstheorie. Hij zegt als inleiding waar het hem om gaat: ‘In die tijd leerde Jezus in een gelijkenis aan zijn leerlingen dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen.’ Maar de les van de parabel correspondeert niet met die bedoeling. Die onhandigheid heeft te maken met Lucas’ redactie. Hij gebruikt waarschijnlijk een verhaal - een komisch verhaal, Jezus lacht zeker als hij het vertelt - waarvan de oorspronkelijke context verloren is gegaan. Daarom zit de laatste zin: ‘Maar, zal de mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?’ ook zo eigenaardig aan de parabel vastgeplakt.
Een zin die het ideaal weer oproept waar het volgens Lucas bij het bidden om gaat is: ‘Uw Rijk kome!’ De verwezenlijking van dat rijk Gods onder ons is de reden dat we steeds in verbinding moeten zien te blijven met de heilige Geest, die ons naar die vervulling stuwt. De parabel van die rechter en de weduwe moet in dat verband gezien worden; anders leidt ze de aandacht af van waar het Jezus om gaat.
Gebed tot het eind
C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen