Jezus vertelt zijn leerlingen vandaag een gelijkenis die hen aanspoort om te blijven bidden en niet op te geven. Waarom? Waren de leerlingen dan net als wij mensen die onmiddellijk ons antwoord van God (wat God wil interesseert ons eigenlijk niet) willen op ons bidden? Waarschijnlijk wel, het is iets van alle tijden. Altijd weer heeft er in godsdienst het gevaar gezeten God te laten verworden tot een soort automaat die onmiddellijk onze wensen inwilligt. Ieder mens weet rationeel dat dit niet kan, maar weinig mensen kunnen zeggen dat ze in hoogste nood het niet gewild hebben dat God hen hier en nu onmiddellijk wou helpen. Ik kan dan ook geen enkele veroordeling van dit soort bidden over mijn lippen krijgen, ook al weet ik dat bidden toch wel iets van een andere orde is, zeker het bidden waar Jezus het vandaag over heeft.
Er van uitgaand dat Lucas zijn woorden zorgvuldig uitkoos, is het woord altijd hier toch wel het woord dat het verschil maakt. Als wij altijd moeten bidden, dan kan Jezus het toch niet alleen hebben over datgene wat we doen met gevouwen handen in de onmetelijke ruimte van de stilte. Het gaat hier om een bidden dat een soort levensstijl vormt. Maar wat is dat dan wat Paulus noemt: “bidden zonder ophouden”?
Bidden begrijpen wij nogal vaak als spreken met God. Daar valt veel voor te zeggen, maar ik meen dat daarmee toch niet alles gezegd is. Maar goed, laten we beginnen bij bidden als spreken met God. Als we van twee mensen zeggen dat ze met elkaar spreken, dan gaan we er van uit dat zij beiden spreken, niet dat het een soort monoloog is. Spreken is geen monoloog, ook al is je gesprekspartner nog zo’n stille, hij of zij zal toch wel iets zeggen. Het is met het spreken met God niet anders en toch lijkt ons bidden vaak op een monoloog waarin wij al onze vreugdes en zorgen transporteren naar God. Het is natuurlijk al een beloftevol begin, maar bidden is ook luisteren. Akkoord, God spreekt niet zoals mensen, we zullen dus met andere, zeg maar innerlijke, oren moeten luisteren naar hoe God spreekt in ons hart of tot ons spreekt in de woorden en gebaren van mensen op onze levensweg. Luisteren is niet de sterkste kant van de hedendaagse mens. U en ik zijn hedendaagse mensen, dus dat luisteren wil niet altijd lukken en toch zit volgens mij juist daar de sleutel om te kunnen bidden zonder ophouden. Dat luisteren kunnen we leren, misschien met kleine stapjes, maar het kan. Het begint met afkicken, ja, echt afkicken van al het lawaai waarin we dagelijks ondergedompeld worden. Dat afkicken begint met het lawaai buiten ons en pas dan begint het echte afkicken: afkicken van het lawaai in ons hart, want als moderne mensen moeten wij toch met duizend-en-
Evangelieprikje (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen