Het verhoorde smeekgebed (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

HET VERHOORDE SMEEKGEBED

* Een corrupte rechter capituleert uiteindelijk voor het eindeloos gezaag van een weduwe (Lc 18,1-8). Het verhaal doet ons denken aan de gestoorde buurman, die in het holst van de nacht door een vriend wordt lastig gevallen om hem drie broodkoeken te geven voor een onverwachte gast. Ten slotte staat hij op en geeft hij wat zijn vriend hem vraagt om zijn onbescheiden en onophoudelijk aandringen (Lc 11,5-10). Zo zal God uiteindelijk geven wat wij met volharding blijven vragen.

* Onze ervaring is veeleer dat wat we de Heer vragen in zeer vele gevallen niet uitkomt. Toch niet zoals wij het zouden willen: “Ik heb in tranen gebeden en zoveel doen bidden voor de genezing van mijn echtgenote; gisteren werd ze begraven.” – “Ik bid dag en nacht voor de bekering van mijn zoon, die zich van de goede weg heeft afgekeerd. Ik zie helemaal geen kentering…” Zijn we dan zo naïef geweest ? Is bidden dan zelfbedrog ? Illusie ? Luistert God wel ? Of is Hij machteloos?

1. Het valt op dat Jezus niet enkel het lof- en dankgebed, maar ook bij herhaling en met nadruk het smeekgebed heeft aanbevolen, en de verhoring ervan heeft verzekerd.

  • Vandaag zegt Jezus met aandrang tot zijn leerlingen dat ze altijd moeten bidden en daarin niet versagen” (Lc 18,1). En elders nog: “Vraag en u zal gegeven worden; zoek en gij zult vinden; klop en er zal worden opengedaan…” (Lc 11,9-10). Het gaat evenwel niet om een magische ingreep.
    \
  • Paulus bad altijd en voortdurend. Dat zegt hij in zijn brieven. Tot de christenen van Tessalonica : “Bid zonder ophouden” (1 Tes 5,17). Die zin wordt het thema van de gebedsweek voor de eenheid, die volgend jaar precies 100 jaar bestaat. En nog: “Altijd bidden wij voor u” (2 Tes 1,11), … Het gaat niet om vele woorden. Maar om de biddende hunker van het hart. Zijn hart was continu naar God gekeerd, zoals de magneetnaald naar de Poolster. Afgestemd op God. Dag en nacht.
    \
  • Dit voortdurend bidden zuivert en doet ons nadenken over wat we aan het doen zijn. We komen tot het besef dat God niet zomaar een ja-automaat is, We spannen Hem niet voor ons karretje.\

2. Gelovig smeken is allereerst met hart en ziel zich aansluiten bij Gods toekomstdroom.

  • Toen Jezus’ leerlingen Hem eens vroegen hoe ze moesten bidden, leerde Hij ze het onzevader. Zij mochten met Hem “Abba” zeggen, en zo met Hem delen in de intieme relatie die Jezus met zijn Vader beleefde. Dit gebed deed hen binnendringen in de visie van God. Alvorens zij mochten bidden om brood en om vergeving van zonden, moesten zij eerst bidden opdat Gods heilswil zou geschieden en zijn Rijk zou komen. Deze beden staan voorop. “Zoek eerst het Rijk Gods en de rest wordt u erbij gegeven” (Mt 6,33; Lc 12,31). Vaak stellen wie die “rest” voorop, en los van het eerste. Echt bidden veronderstelt een ommekeer in de oriëntering van ons verlangen. Wat vragen wij ? Wat zoeken wij ? Terecht zei Jezus aan de Zebedeuszonen: “Gij weet niet wat gij vraagt.”
    \
  • Die ommekeer wordt duidelijk in Jezus’ boodschap bij zijn afscheidsmaal: “Als gij in Mij blijft, en mijn woorden in u blijven, vraagt dan wat ge wilt, en ge zult het verkrijgen.” (Joh 15,7). Smeken veronderstelt een diepe eenheid met Hem. Daarom zegt Hij verder: “Wat gij de Vader ook zult vragen in mijn naam, Hij zal het u geven. Tot nu toe hebt ge niets in mijn naam gevraagd.” (Joh. 16,23). Daarom ook eindigen heel wat liturgische gebeden met de formule: “In de naam van J.C. uw Zoon…” Het bidden in Jezus’ naam is niet een oppervlakkige formule. Je kan maar smeken in zijn naam, indien je echt zijn visie deelt, indien je wil leven in zijn optiek, in eenklank met Hem.
    \
  • Dit is de reden waarom Jezus zijn oproep om volhardend te blijven bidden afrondt met: “Als gij dus, hoewel ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen” (Lc 11,13). Aansluitend zegt Paulus: “De Geest komt onze zwakheid te hulp; want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden. Maar de Geest zelf pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen… Hij spreekt voor ons ten beste naar Gods bedoeling (!)” (Rom 8,26-27). Als we Gods Geest laten bidden in ons, gaan we geleidelijk anders zien en anders verlangen. Daar begint het geloven: in het leven onder de Geest. Zo gezien vindt het smeken zijn plaats op de hoogvlakte van onze gebedscultuur (Jean Lafrance).

    * We leven van tastbare, technische efficiëntie. We zijn zeker van het wetenschappelijk verband tussen oorzaak en gevolg, zeker van wat we zelf doen, van onze planning en projecten. Maar we zien niet hoe God het is die in de diepte ons leven leidt, hoe Hij langs zijn wegen mensen samen brengt en zaken ten goede keert, hoe Hij wonderen verricht, als wij ons gelovig tot Hem keren. Het ware bidden gaat samen met trouw en geloof. Onlangs hoorden we hier: “Geef ons meer geloof.”

    * Het nieuwe jaarthema in het bisdom Brugge is “Groeien in geloof”. Het gaat om ontvankelijkheid en deemoed tegenover Gods Woord, dat binnen de geloofsgemeenschap wordt doorgegeven. Het gaat om een groeiproces. God heeft geduld en biedt kansen. Het is een soms lange en moeilijke weg van verdieping en zuivering naar de waarheid, die wij zelf niet maken. Ooit zei Karl Barth: “Het geloof moet het hard hebben om geloof te zijn.” Zijn wij bereid ? Niet zonder reden eindigt de parabel met Jezus’ vraag: “Maar zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden ?”

Zoeken in Preken Online