Om te kaarten moet je met z’n vieren zijn. Anders gaat het spel niet door. Dat is maar een magere vergelijking met wat bij de joden op sabbat gebeurde. Om op die dag liturgie te vieren, moest je met tien zijn. Negen is niet voldoende. Dan gaat het spel niet door. Nu zoeken echte verwoede kaartspelers zich een vierde man, eventueel een vreemde buurman. Dat deden de joden ook voor hun heilige spel dat liturgie heet. Ze zochten een tiende man, het mocht zelfs een vreemdeling zijn. Een Samaritaan bijvoorbeeld.
Zo kunnen we vandaag het evangelie lezen: ze waren met tien. Met tien waren ze om op Jezus te roepen: ontferm u over ons. Dat is de goede inleiding bij elke liturgie. En Jezus ontfermde zich over hen. Daarop moesten ze zich laten zien aan de priesters. En onderweg werden ze genezen. Die genezing moest volgens de wet door de priesters worden vastgesteld. Daarop mislukt zeer onverwacht alles. Nergens kan de liturgie nog doorgaan. Nergens kan het danklied worden gezongen. Noch bij de negen, want ze hebben één man tekort. Noch bij Jezus, want die ene had negen mensen tekort. Waarom zijn ze niet alle tien bij Jezus gebleven? Hij kon voor Israël een nieuwe liturgie beginnen! Dat hadden ze niet begrepen. Daar is het Lucas om te doen.
We hebben het intussen wel begrepen: Lucas leert iets wat verder gaat dan de deugd van dankbaarheid. Hij leert iets over godsdienst waarin mensen rondom Jezus met tien zijn. Met Hem kan voor Israël het echte feest beginnen. Met tien mensen rondom Jezus kan de dienst in de synagoge écht beginnen. Aan die priesterlijke mens hadden ze zich moeten tonen, alle tien. Niet enkel om dankbaar te zijn voor verkregen gunsten, maar om te erkennen dat in en dankzij Hem voor Israël het feest kan plaatshebben. Dat nu uitgerekend die ene vreemdeling het juist had begrepen, maakt de parabel precies zo stekelig. Maar ja, zo is nu eenmaal elke parabel. Een parabel is nooit braaf en nooit lief. Het is altijd een sterk verhaal.
We lezen hier iets wat we al eerder hebben gelezen. Eens lag een mens afgetuigd langs de weg tussen Jericho en Jeruzalem. Toen gingen de priester en de leviet ook op naar de tempel voor een priesterlijke dienst. Toen was het ook de Samaritaan die begrepen had.Vandaag is die Samaritaan er terug. Ook hij heeft begrepen: rondom Jezus moetje met tien zijn. Dan wordt God geloofd en geprezen zoals het hoort. Jezus is de nieuwe tempel: de nieuwe eredienst.
Natuurlijk is dat voor trouwe joden een ongehoorde ergernis. En toch heeft die vriendelijke Lucas het zo niet bedoeld. Hij wil de joden niet verwerpen. Hij biedt hun een nieuwe kans, een waardig alternatief: als je in je eigen synagoge slechts met negen aankomt, klopt er iets niet. Het feest kan echter wel plaatshebben, als ze in het nieuwe aanbod hun nieuwe kans zien. Jezus is geen antisemiet. Jezus wil zijn volk verzamelen om mee te gaan met velen naar hún stad, naar Jeruzalem. De parabel zegt enkel dat het letterlijk godgeklaagd is wanneer ze blind zijn voor deze nieuwe kans. Jezus was geen vreemdeling in zijn eigen land. Hij vroeg enkel of de vreemdeling, de tiende man, daar ook thuis mocht zijn. Geef toe dat dit een vervelende vraag is. Geef toe dat Jezus hier een heel klein beetje stout is geweest…
De Samaritaan heeft bij ons een andere naam…
De tiende man
C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen