Eén melaatse keerde terug om te bedanken, toen hij zág dat hij genezen was. Typisch, dat het er zo staat: toen hij zág dat hij genezen was. De anderen kwamen niet terug om te bedanken, omdat zij blijkbaar niet zagen wat er gebeurd was.
Met andere woorden, dankbaarheid heeft met zien te maken. Veel krijgen, veel bezitten, veel genieten maakt een mens nog niet dankbaar. Onze hele westerse welvaart is er om dat te bewijzen. Want met onze dankbaarheid zit het niet zo best, hoewel onze welvaart prima is. Om dankbaar te zijn moet je iets doen aan je manier van kijken. Bij Jezus was er één op tien die de goede manier van kijken had. Een gelovige manier van kijken, want Jezus zegt: uw geloof heeft u gered. En geloven is uiteindelijk een kwestie van zien. Eén op de tien. En die ene was een Samaritaan, een vreemdeling. Gewoon vertaald betekent dat: zijn eigen mensen, de mensen met wie Hij verwant was, de mensen op wie Hij eigenlijk kon rekenen zagen het niet. Die vreemdeling die er eigenlijk niet bij hoorde, zag het wel.
Zou je dan om dankbaar te zijn, om de dingen gelovig te zien een vreemdeling moeten zijn of worden? Want alleen die vreemdeling vindt het vreemd dat hij genezen is. Die andere negen vonden het blijkbaar gewoon. En als je iets gewoon vindt, ben je er niet dankbaar voor. Als je het gewoon vindt dat je gezond bent, ben je daar niet dankbaar voor. Dan zie je het eigenlijk niet. Daarom kunnen zieken na hun genezing zo dankbaar zijn, omdat zij hebben gezien dat gezondheid niet gewoon is. Als je het gewoon vindt dat je dagelijks te eten hebt, ben je daar niet dankbaar voor. En wij vinden het gewoon; daarom gaat het danken voor het eten gewoon over.
Wij moeten vreemdeling worden, want alleen een vreemdeling vindt Jezus vreemd. De anderen vinden Hem gewoon. Als wij Jezus gewoon vinden, als wij wat Hij gedaan heeft gewoon vinden, als wij wat Hij nóg doet gewoon vinden, dan wordt het hoog tijd dat wij Hem vreemd gaan vinden. Misschien wordt het wel hoog tijd dat we tegen onszelf zeggen: wordt eens wakker van je eigen liturgie. Want alles is zo gewoon geworden. We gaan gewoon te communie; we luisteren gewoon naar het evangelie; we zeggen zo gewoon: Onze hulp is de naam van de Heer.
Wij moeten iets gaan doen aan onze manier van kijken. Het is niet zo gewoon dat je leeft; dat je handen hebt en voeten; een hart en vrienden; een vrouw of een man of een kind. Misschien moeten we het aan zieken vragen: leer ons eens wat dankbaarheid is. Doe iets aan onze manier van kijken. Leer ons gelovig zien dat elke dag een geschenk is, dat elke dag dat je mag leven een gave is. En van deze gedachte uitgaand, zouden we een dankjewel kunnen sturen aan Toon Hermans, die Sittardse artiest die ons voorzong: Dankjewel dat ik handen heb, dankjewel dat ik kan staan, dankjewel dat ik leven mag…
Een vreemdeling kwam bedanken
C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen