Mensen worden genezen; gelukkig maar dat er voor veel zieken genezing is te vinden. Naäman wordt genezen. Een overwinnaar is hij, een veldheer, een generaal. Hij wordt genezen in het land Israël, dat hij overwonnen heeft. De overwinnaar maakt zich klein en gaat naar de overwonnene toe en hij wordt weer, zo zegt de lezing, als een pasgeboren kind. Dan probeert deze Naäman de weegschaal in evenwicht te brengen, want het is immers niet plezierig, dat je als overwinnaar je hoofd moet buigen voor de overwonnene. Hij wil de rekening betalen aan de dokter en zo is alles weer als vanouds. Daarom biedt hij de profeet koninklijke geschenken aan. Maar Elisa, de profeet, wil er niets van weten. Het gaat er -zo lijkt het verhaal te zeggen -bij ziekte en genezing niet alleen om, dat je de weegschaal in evenwicht brengt en je rekening betaalt. Door de onbaatzuchtigheid van de profeet gaat Naäman doorzien, wat op het eerste oog niet te zien viel. Bij ziekte en gezondheid komt het leven zelf in het geding. Ze hebben met God, de Gever van het leven, te maken.
Laat ons eens kijken, wat Naäman heeft ingezien: Een vracht aarde, zegt hij geef me tenminste een vracht aarde uit dit heilige land, opdat ik voortaan op nieuwe bodem kan leven, want nooit meer zal het voor mij worden als vanouds. Ik heb de Eeuwige, ware God Ieren zien in mijn ziekte, de God van Israël. En omdat ik Hem gezien heb, daarom ben ik op een andere manier tegen mijn land aan gaan kijken, tegen de bodem, waarop ik tot nu toe leefde. Eigen land, onze leefomgeving, staat voor alles, wat we in het leven meekrijgen, en wat juist door de ziekte wordt aangetast. Daar horen relatie bij en levensgezelschap, inkomen, werk, woning. Alles komt op losse schroeven te staan. Het verhaal van Naäman, de veldheer, en zijn nieuwe grond is een veelzeggend verhaal.
Tien melaatsen komen bij Jezus. Ze roepen om hulp en ze worden genezen. Voor negen lijkt het leven terug te keren in zijn oude bedding: ‘Ik ben genezen, ik ben weer als vroeger’, zeggen ze tegen vrienden en bekenden en zodoende verdwijnen ze ook uit dit verhaal.
Eén komt terug bij Jezus en zegt: Ik heb de ware God Ieren zien in mijn ziekte en ik ben daar heel dankbaar voor. Vervolgens heb ik Ieren zien, dat heel mijn leven er door veranderd is, mijn relaties, werk, thuis, en daarom: Jezus, Iaat mij bij U blijven. Mag ik met U gaan op de weg. Daar zal ik mijn relaties en thuis vinden. ‘Vroeger’, zo lijkt deze ene genezen melaatse te zeggen ‘is voortaan vreemd voor mij. Ik wil met Jezus gaan op de weg naar Jeruzalem. Dat is de weg van zijn lijden. Maar zijn lijden of het mijne, het is nooit meer hopeloos, nooit meer als vanouds.’
Misschien hebt u ooit met ziekte te maken gehad, een gevaarlijke, levensbedreigende ziekte. En als u het niet zelf aan den lijve hebt ondervonden, wellicht hebt u het in uw naaste omgeving zien gebeuren. Heel je bestaan komt op losse schroeven te staan. Inkomen, werk, woning en gezelschap worden relatief. Want het gaat immers over leven en dood. Gezond geworden hebt u zich afgevraagd: ‘En wat nu?’ Weer als vanouds, of toch iets geleerd? Bijvoorbeeld over God en zijn rol in je leven? Misschien hebt u geleerd, dat Hij je draagt door alle wederwaardigheden heen. Misschien hebt u geleerd dat je lotgevallen zich voor zijn ogen afspelen; goed en kwaad, Hij heeft er weet van.
Misschien hebt u wel geleerd, dat mensen er niet zijn om te gebruiken of om aan te verdienen, maar dat zij er zijn om liefde en hartelijkheid aan te bewijzen; dat u dat beter vandaag kunt doen dan morgen, want morgen is het wellicht te Iaat. Ziekte wijst ons op de waarde van het leven, op relaties, datgene wat echt de moeite waard is. Dat zouden wij elkaar in trouw moeten laten weten. Elkaar vast houden in goed en kwade dagen, elkaar verder helpen, zodat niemand van ons alleen maar bitterheid of eenzaamheid hoeft te ervaren en slechts deze vraag kan stellen: ‘Waaraan heb ik het verdiend?’ Maar wellicht ook de vraag: ‘Wat kan ik hiervan Ieren? Moet ik misschien gaan leven op nieuwe grond, op nieuwe wijze, anders omgaan met God en de medemens?’ Kortom: ‘Hoe kan ik een wijs mens worden?’…
Nooit meer als vanouds
C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen