In een dorp, in het grensgebied tussen Samaria en Galilea, komen tien melaatsen Jezus tegemoet, die op weg is naar Jeruzalem. Jezus gaat bewust zijn weg. Toch vindt Hij altijd tijd als er mensen geholpen moeten worden. Negen Joden en één Samaritaan, wel degelijk aartsvijanden van elkaar, zijn hier door het ongeluk verbonden. Zij blijven, zoals is voorgeschreven, op een afstand staan. Maar wat ze mogen, doen ze dan ook. Ze roepen tot Jezus om erbarmen. Zij zijn er blijkbaar van overtuigd dat Hij hun kan helpen.
Wij zouden nu verwachten dat Jezus hen zal aanraken en zeggen: “Word rein!”, maar deze keer doet Hij dat niet! Wel zegt hij tegen de melaatsen: “Ga u laten zien aan de priesters”. Dat was een voorschrift van de wet: de priester moest de genezene gezond verklaren. De genezing van die mensen gebeurt niet terstond, ook niet door een direct contact van Jezus met de zieken, maar onderweg: op weg naar de priesters.
De negen Joden waren ervan overtuigd dat zij hun plicht vervuld hadden en gingen aanstonds naar hun familie, naar hun gemeenschap. Zij dachten er niet aan om Jezus voor die genezing te danken. Bij de Samaritaan lag het anders. Hij behoorde niet tot het uitverkoren volk. Hij kon dus niet naar de priesters gaan, want hij was een uitgestotene. En toch werd hij ook genezen van zijn kwaal, Hij weet nu duidelijk dat Jezus hem gezond maakte. Meer dan de Joden is hij getroffen door de goedheid van de Heer en daarom keert hij op zijn stappen terug om Jezus te danken en om God te verheerlijken.
Op dit moment begint voor deze man iets volledig nieuws. Jezus heeft hem niet alleen lichamelijk genezen, Hij heeft hem helemaal gezond gemaakt. Nu weet de genezene dat er bij Jezus geen scheidingslijn bestaat tussen reinen en onreinen, tussen Joden en Samaritanen, Hij weet dat hij door Jezus aanvaard is, zoals hij is.
Hij keert dan ook terug naar Jezus, werpt zich voor zijn voeten en dankt God. De negen anderen werden ook genezen, maar alleen de Samaritaan vindt het heil bij Jezus. Hij is in staat om te danken, de anderen denken er niet aan. Het leven wacht op hen, maar de Gever van het leven laat hen onverschillig.
Zijn wij soms ook niet als deze Joden? Zoveel van wat ons geschonken is, beschouwen wij als vanzelfsprekend. Voor de moderne mensen is het zeer moeilijk om Gods hand te onderscheiden in wat er alle dagen ervaarbaar is.
Als je in een bedevaartsplaats komt, zie je meestal stokken, krukken, dankwoorden… In Italië zag ik een plaat waarop een man afgebeeld was, die uit een boom viel; een andere waarop een man stond die verongelukt was met paard en wagen daaronder het onderschrift: “Maria heeft geholpen!” Dan zeggen wij: “Hebben wij geluk gehad!” Dat is alles wat er van het dankgebed overgebleven is. Als wij in bijzondere gevallen zo moeilijk Gods hand kunnen erkennen, wat doen we dan met veel kleine dingen in ons leven die de moeite waard zijn om dank te zeggen? Is heel ons leven niet een geschenk? Kunnen wij danken voor een goede man, voor een lieve vrouw, voor brave kinderen? Wij menen zo vlug dat alles zo maar moet zijn. We vinden het zo heel gewoon dat alles goed gaat. In gelukkige, maar ook in minder gunstige omstandigheden is God helpend nabij: als we ziek zijn, als we tegenslag hebben. God blijft bij de treurenden. Hij geeft kracht om moedig te blijven. Hij zorgt ervoor dat er goede mensen zijn, zodat we niet alleen staan met ons lijden.
Sinds Jezus op aarde gekomen is, is er een nieuwe tijd aangebroken. In Jezus zijn wij allemaal aangenomen kinderen van God. Hij heeft ons lief, Hij wil ons redden. Met de Samaritaan uit het evangelie buigen wij onze knie voor Jezus en danken God en loven Hem. Dat is de zin van de eucharistieviering. Daar bidden wij: “In Jezus, met Jezus en door Jezus, zij U, almachtige Vader alle eer en heerlijkheid”. Door Jezus en met Jezus kunnen we de Vader op een passende wijze dank en lof brengen. Als wij ons door God aangenomen voelen in lief en leed zullen wij ook bereid zijn de zieken, de eenzamen, de lijdenden op te nemen in onze liefde. Dankbaarheid verandert ons hart en maakt ons tot nieuwe mensen. Dankbaarheid verbindt ons met God en met elkaar en voert ons tot eenheid in geloof. Dankbaarheid is het geheugen van ons hart…
En wees dankbaar!
C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen