Eigenlijk is dit een ongelooflijk verhaal. Tien mensen worden genezen van de meest schrikwekkende ziekte, de melaatsheid, en maar een daarvan komt Jezus bedanken en dit was een vreemdeling. Negen van hen keren direct terug naar de dingen van het leven, hun familie, hun werk, slechts een keert terug om de schenker van het leven te danken.
Ongelooflijk zeggen wij en toch zijn wij christenen vaak ook zo, wij hebben het vaak ook zo druk met de dingen van het leven, dat wij vergeten om soms eens alles achterwege te laten en terug te keren naar Jezus om Hem te danken.
Schijnbaar konden de mensen vroeger veel gemakkelijker danken. Telkens als zij aan een gevaar ontkwamen, getuigden zij: ‘God heeft geholpen’ en deden zij een goed werk ‘uit dankbaarheid’. Het was voor hen helemaal niet moeilijk om van een ‘gebedsverhoring’ te spreken. Wij kunnen God moeilijker zien in de dagelijkse dingen van het leven, wij laten alles liever over aan het ‘toeval’ wij hebben ‘pech of geluk’ gehad. Het is ook werkelijk niet zo gemakkelijk om Gods handelen aan te wijzen, daarvoor zijn wij te klein. Maar kunnen wij heel ons bestaan niet als een geschenk van God ervaren? Worden wij niet in alles door die steeds scheppende Geest van God gedragen?
Terwijl ik zo mijn preek aan het voorbereiden was, werd ik er me opeens diep van bewust dat ik alle belangrijke dingen in mijn leven niet aan mijzelf te danken heb: mijn geboorte, mijn ouders, mijn gezondheid, mijn ontmoetingen met goede mensen die mijn leven bepaald hebben, dat alles is mij heel eenvoudig gegeven als een ‘genade’ van God. Want al deze dingen zijn mij wel gegeven door mensen, maar de bron van alles is toch Hij, die wij God noemen.
Voor een dankbaar mens wordt alles tot een geschenk, omdat hij beseft dat hij het zelf niet verdiend heeft en door die dankbaarheid keert elke gave als een dankoffer van de mens weer terug naar God, van wie alles komt.
Zeker weten wij allemaal wel een beetje wat dankbaarheid is. Wij leren onze kinderen heel mooi ‘dank je wel’ zeggen en ook wij volwassenen zeggen heel vlug: dank je, ik blijf je eeuwig dankbaar, maar zijn dit niet vaak lege formules? Als dank echt is, dan groeit daaruit de behoefte om aan je dank een concrete gestalte te geven, zoals de Samaritaan die terugkeerde naar Jezus om Hem te danken. Zo kan bij voorbeeld, de vreugde om een nieuwe woning je tot grotere gastvrijheid brengen, de dankbaarheid om een goede gezondheid kan je aanzetten tot zorg voor de zieken, de vreugde om het leven kan een motief zijn om solidair te zijn met allen die het moeilijk hebben.
‘Uw geloof heeft u gered’, zei Jezus tot de Samaritaan. Dankbaarheid heeft veel met het geloof te maken. Wat voor andere mensen vanzelfsprekend of toeval is, wordt voor een gelovige een geschenk, hij weet dat ‘geluk hebben’ ook iets met God te maken heeft. Hij gelooft dat God met ons meegaat in goede en kwade dagen, in voorspoed en tegenspoed, en hij zal daarom niet alleen de goede dingen uit Gods hand aanvaarden, maar ook tegenslag en lijden samen met God geduldig proberen te dragen. Het geloof geeft ons een heel ander levensperspectief.
Van staatswege worden wij elk jaar gedwongen om een balans op te maken van onze inkomsten. Het zou wel eens goed zijn, ook eens van tijd tot tijd een balans op te maken van alle gaven die wij van God ontvangen hebben. En ook van alle goede gaven die wij dagelijks van mensen ontvangen. Ik denk aan de bakker, de slager, de postbode, de garagehouder. Als wij vaak zo dankloos leven, dan is het ook omdat wij zo gedachteloos leven, denken brengt tot danken.
Als wij vandaag zijn samengekomen dan is dat ook om God te danken, want eucharistie betekent dankzegging. Hoe dikwijls nodigt de priester u uit: laten wij danken de Heer onze God, en u antwoordt dan: Hij is onze dankbaarheid waardig. Is dat niet prachtig God te mogen danken? Zeg of zing dan ook eens: dank U, God, dat ik danken kan…
Eén van hen keerde terug
C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen