Heer, sterk ons geloof

C-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

De leerlingen vragen aan Jezus: Heer geef ons meer geloof. Ja, een versterking van ons geloof hebben wij in deze tijd allemaal wel nodig. De vanzelfsprekendheid, waarmee wij het geloof van onze ouders en van onze omgeving hebben overgenomen, is verloren gegaan. Het is moeilijk voor ons het wezenlijke en het bijkomstige in ons geloof te onderscheiden. Wat mag veranderd worden en wat moeten wij behouden, wie zegt het ons? De verbondenheid met de Kerk wordt wel sterk op de proef gesteld. En waar wij een versterking van ons geloof verwachten, vinden wij vaak een zekere moeheid en onzekerheid. Hoe kan men in zo’n tijd van geloofsverduistering nog steun verwachten? Jezus geeft zijn apostelen toch een bemoedigend woord mee. Hij klaagt het zwakke geloof van de apostelen niet aan. Hij verwijt hen niet hun onmacht en Hij jammert ook niet over de boosheid van de wereld. Hij geeft hen moed. Hij vraagt niet veel, alleen een weinig geloof, een geloof niet groter dan een mostaardzaadje, dat nauwelijks zichtbaar is op de blote hand. Je zou met dat weinig geloof alles kunnen bereiken, zelfs het schijnbaar onmogelijke. Want zegt Jezus: evenals dat kleine zaadje een ongehoorde levensdynamiek heeft en een grote boom kan worden, zo kan ook het geloof, hoe klein en zwak het er ook uitziet een ongehoorde kracht ontvouwen, omdat God zelf er achter staat. Het geloof, zoals Jezus dat van ons verwacht, is de zekerheid dat, wat voor de mensen onmogelijk schijnt, voor God nog steeds mogelijk is. God heeft nog altijd ongehoorde mogelijkheden, daar waar de mensen denken dat ze aan het einde van hun kunnen zijn.

De uitbouw van het Godsrijk kan men vergelijken met de bouw van een kathedraal. Aan elke kathedraal heeft men vaak meer dan tweehonderd jaar gewerkt. De meeste bouwers van de kathedraal, zoals de architecten en de bouwvakkers hebben die nooit klaar gezien. Zij hebben er nooit in kunnen bidden, zij hebben nooit de prachtige glasramen kunnen bewonderen. Maar zij allen hebben hun steen bijgedragen aan het eindwerk, allen leefden van de droom en zagen in zekere mate de kathedraal al in haar voltooiing.

Zo zullen de gelovigen ook nooit het Godsrijk voltooid zien, ze zullen nooit in dat Rijk wonen en zullen sterven vóór de voltooiing. Zij dragen ieder op hun manier ook bescheiden hun steentje bij om nu reeds de fundamenten te leggen, om de maquette uit te tekenen. Zij leven van een droom waarvan zij hopen dat het werkelijkheid zal worden. Geloven is zeker zijn dat Gods droom over de wereld eens werkelijkheid zal worden en daarom willen zij meewerken om Gods droom te voltooien. Gewoonlijk werkt God anders dan mensen, Hij gebruikt meestal kleine mensen om zijn droom te verwerkelijken. Dat zien we in de geschiedenis van de Kerk. De meeste vernieuwingen zijn niet uitgegaan van de pausen of van Rome, niet van het hoofd van de Kerk, maar van kleine mensen, van leken: een kleine Franciscus, de kleine Teresa, de kleine kapelaan Cardijn, de kleine moeder Teresa. Zo wil God kleine mensen gebruiken, opdat geen mens zou roemen en het duidelijk zou zijn dat de Heer zelf nieuw leven geeft. Wil je geloven dat het groeien gaat? Moge de Heer ons dit geloof geven. Tot Petrus heeft Hij gezegd: Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt en gij, bevestig uw broeders. De Heer moge zelf ons in het geloof bevestigen opdat ook wij op onze beurt in deze tijd onze broeders kunnen bevestigen.

Zoeken in Preken Online