Niet opgeven

C-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

‘Jullie geloven in God; geloof zo ook in Mij!’ (Joh 14,1). Zijn leven lang stuurde Jezus erop aan dat mensen in Hem zouden geloven. De leerlingen waren daar meestal wel toe bereid, al beseften ze tegelijk hoe broos hun geloof in de Heer was. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze vragen: ‘Versterk ons vertrouwen.’ Geloven is weliswaar een menselijke daad, maar het is terzelfder tijd ook een gave. Helemaal op eigen kracht kan een mens het niet volhouden in God te geloven. Christenen hebben altijd geweten dat geloven ook een genadegave is, iets waar ze God om moeten vragen: ‘Geef ons meer geloof.'

Geloven is: je vol vertrouwen overgeven aan God, je leven in zijn handen leggen. Dat vertrouwen kan nooit groot genoeg zijn. En het is broos. Het kan wankelen. Het kan op allerlei manieren beproefd worden. Het kan ondermijnd raken door tegenslagen en ontgoocheling, en zelfs omslaan in woede en wrok tegen God. Daarom bidden we telkens weer in het Onzevader: ‘Leid ons niet in bekoring.’ De betekenis van dat enigszins raadselachtige verzoek is: laat niet toe dat wij afhaken, dat wij bezwijken, dat wij het niet langer met U uithouden en U de rug toekeren. We zijn immers maar kleine mensen.

Er gebeuren dingen waarvan we zeggen: dat zou niet mogen, dat kan toch niet, hoe kan God dit laten gebeuren, waar is Hij gebleven, bestaat Hij wel? Zelfs profeten hebben die vertwijfelde vragen uitgeschreeuwd: ik roep en Gij luistert niet, Gij brengt maar geen uitkomst, Gij laat mij leven in ellende en verdrukking. Hoeveel mensen roepen op dit moment, luidkeels of in het verborgene, naar die God die geen antwoord geeft en de zaken op hun beloop laat? Het gevaar is groot dat mensen dan hun vertrouwen in Hem verliezen en afhaken.

De leerlingen vragen om meer geloof. Jezus’ antwoord is op zijn minst raadselachtig. Hij zegt dat een geloof dat zo groot is als een mosterdzaadje al volstaat om een boom te verplaatsen. Maar waarin bestaat een dergelijk geloof dan? De prof eet Habakuk kreeg wel een antwoord. God geeft geen afdoende uitleg bij al zijn vragen, maar Hij spoort hem aan om het wachten niet op te geven: ‘Al blijft het uit, geef het wachten niet op, want komen doet het beslist en het komt niet te laat(!)’ (Hab 2,3). Geloven kan dan zijn: het roepen en klagen niet opgeven. Niet toegeven aan de bekoring om af te haken. Blijven wachten. Op wie of wat? Op God, die zich niet zomaar plooit naar onze wensen. Het geloof voert ons niet binnen in het paradijs van onze dromen. Het ontheft ons niet aan de hardheid van dit bestaan. Wel geeft het nooit de moed op om te blijven vertrouwen in God, die liefde is, zij het vaak op een zo andere manier dan wij verwachten of wensen. Het maakt van ons geen heersers over ons bestaan, maar dienaren van de ene, ware Heer. Het doet ons beseffen dat wij maar gewone knechten zijn die hun plicht moeten doen.

Zoeken in Preken Online