Als we gewoon doen wat we moesten doen, dan hebben we niks bijzonders gedaan; dan hebben we onze plicht gedaan, zoals het goede knechten betaamt.
Vriendelijk is anders, zie ik u denken. Een schouderklopje op zijn tijd is ook nooit weg. Je wilt allemaal op zijn tijd wel eens een welgemikt complimentje: Dat heb jij keurig gedaan! Dat kun jij goed, zeg!
Maar het hele evangelie van vandaag heeft iets van dat norse. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Je voedt je kinderen op? Nou en? Dat is niet meer dan een staaltje van je plicht! Je doet je werkt perfect? Aardig, maar niks bijzonders. Je geeft je arm aan collectes? Je slooft je uit in vrijwilligerswerk? Dan heb je al met al alleen je plicht gedaan. Nors en onvriendelijk! Misschien alleen het vreemde begin van het evangelie niet. Dat is haast het tegendeel; een geloof dat bomen kan ontwortelen. Een heel klein geloof, zo piepklein als een mosterdzaadje, is tot enorme dingen in staat. Een tekst die klinkt als: in je onmacht zit je kracht. In je kleinheid zit je grootheid. Kunt u daar iets mee?
Ik moet denken aan een verhaal dat iemand mij in haar onmacht vertelde. Tijdens een wintersportvakantie de afgelopen winter viel zij al skiënd in een ravijn. Gelukkig kwam ze er goed vanaf. En - ze bezweert me dat het echt waar is - tijdens de val nam zij de belangrijkste beslissing van haar leven. Ze zei: Op dat moment wist ik het zeker, nu ga ik een totaal nieuw leven beginnen! En dat deed ze. Die totale onmacht werd een breekpunt, een duidelijk zichtbare breuklijn met het verleden. Kan je onmacht je kracht zijn?
Het evangelie wil ons vandaag duidelijk maken dat we niet zozeer op eigen kracht hoeven te teren, dat we geen gelovige krachtpatsers hoeven te zijn. Lucas heeft in de afgelopen drie hoofdstukken laten zien hoe een stoet gelovigen er kan uitzien: Een grote verzameling kneuzen en schijnbare mislukkelingen. Ongeregelde bruiloftsgasten, opgeraapt van de hoeken van de straat; een jongeman die met zijn geloof geen raad weet; buitenlanders die er in de ogen van nette burgers niet eens bij horen; een weduwe die moet leven van een karige uitkering; een tollenaar die het houdt met de bezetter. Kortom: mosterdzaadformaat. Klein en onbetekenend. Verbeeld je je maar niks. Zelf tot niets goeds in staat. En ga nou toch maar gewoon aan je werk en doe wat je moet doen. ‘De rechtvaardige leeft immers door het geloof, zegt Habakuk. Niet uit eigen kracht! Hij zegt het in een tijd waarin het gemakkelijker leek met andere waarheden te heulen. Te geloven in het recht van de sterkste. Maar als er echt geloof is, dan gebeuren er wonderen, ondanks jezelf.
In Pedagogiek van de Hoop vertelt Lea Dasberg hoe in de oorlog heel veel joden al - vooruitlopend op de komst van de Duitsers - een koffer klaarzetten met de kostbaarste bezittingen. Behalve haar moeder. Die vond dat ze niet op die fatale komst vooruit mocht lopen. Lea zelf was ziek. Toen kwamen de Duitsers en ze commandeerden: ‘Kommen Sie mit!’. Maar de moeder zei: ‘Dat kan niet, want ik heb een ziek kind boven’. Toen de militair ontzettend kwaad werd, moet zij gezegd hebben: ‘Je kunt wel zien dat u zelf geen kinderen hebt!’. Waarop de man wegliep met de verzuchting: ‘Lassen wir das verdammte Judenweib hier'.
Een eenling die in haar onmacht het opneemt tegen een wereldmacht. Haar zwakte is haar kracht. Je doet wat je doen moet. Je zorgt voor je kind. Je bereidt je niet voor op het kwaad al ligt het op de loer. Je bent maar gewoon knecht. We doen niks bijzonders. We houden een parochie overeind. We doen wat we kunnen voor vluchtelingen. We vergeten de zieken niet en zullen elke eenzame wat aandacht proberen te geven. We voeden onze kinderen op. We staan open voor de nood van mensen om ons heen. Niks bijzonders. En tel het eens op: al die kleine zaadjes. Het wordt een berg waar je niet over heen kunt kijken. Het wordt rijk van God, het wordt leven van Christus, die als eretitel draagt: knecht van God, kind van God. We zijn maar knechten in zijn voetspoor. Zo willen we vandaag uitgebreid bidden tot God. We leggen in de voorbeden die nu gaan volgen onze onmacht voor in alle bescheidenheid en we bidden dat God ons krachtig mag maken. God wil ons horen!