Evangelieprikje (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Er was eens … zo beginnen veel sprookjes. Laten we het bij een eenvoudig voorbeeld houden: Roodkapje. Iedereen zal wel weten hoe het verhaal loopt en het is niet echt moeilijk te begrijpen dat het verhaal verteld werd om kleine kinderen er van te weerhouden alleen door het gevaarlijke bos te lopen waar eertijds niet alleen wilde dieren maar ook enkele rovers zich ophielden. Geen mens die er aan denkt zich af te vragen wie nu eigenlijk Roodkapje is of voor wie de jager, de wolf en grootmoeder symbool staan. Geen mens staat stil bij de afschuwelijke taferelen waarin mensen verscheurd worden door een wolf. Waarom zouden we ook? Het is gewoon een sprookje dat ons wil behoeden voor … Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat het evangelie van vandaag ons ook zo’n verhaal brengt: het gaat in dat verhaal om de boodschap en niet zozeer over hoe het hiernamaals zal verlopen bijvoorbeeld. In het verlengde van vorige week is het ook geen verwijt aan rijke mensen, wel een oproep om al je geld niet voor jezelf te houden.

Het verhaal gaat over een zekere Lazarus - God helpt letterlijk- en een niet nader genoemde rijke. Er staat nergens in het verhaal dat het gaat om een slechte rijke. Het enige wat we weten is dat de man feestte en dat aan zijn poort de arme Lazarus lag te kreperen van de honger. Lazarus sterft en wordt door engelen naar de hemel gedragen, bij aartsvader Abraham. Even later sterft ook de rijke, voor hem geen engelen of aartsvader Abraham, enkel maar kwelling. De onverschilligheid van de rijke heeft een diepe kloof gemaakt tussen hem en Lazarus: de kloof tussen honger en overvloedig eten. De rijke had die kloof wat kunnen dichten door Lazarus te laten meedelen van zijn rijkdom. Het ging de man zo goed voor de wind dat hij zijn broeder Lazarus vergeten was, dat hij vergeten was dat hij net als die arme kind van Abraham is. Kind van Abraham zijn is meer dan een titel, het zegt ook dat je mede-verantwoordelijk bent voor je broeders en zusters. Maar het is pas wanneer de rijke zijn ogen sluit, dat zijn ogen opengaan en hij weer inziet dat hij kind van Abraham is. Vandaar dat hij “Vader Abraham” roept, niet die van de smurfen of van het kleine caf

Zoeken in Preken Online