Een oorlog gewenst?

C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Er moest maar eens opnieuw een oorlog komen, dan zouden de mensen wel geloven. Dat zegt de volksmond. Ik geloof daar niets van. Die hooggeprezen volksmond heeft niet altijd goud in de mond. Hier verwart de volksmond geloof met angst. Dat is een zeer gevaarlijke illusie. Een blinde leugen. Wat we vandaag bij Lucas lezen is daar de zuiverste illustratie van. Lucas doorprikt hier onze goedkope slogans.

Op het eerste gezicht gaat het hier bij Lucas over een rijke en een arme. Alleen, de arme heeft een naam: Lazarus. De rijke heeft geen naam. Die koopt zich ooit wel eens een naam of een titel. Een adellijke titel als het moet. Met geld is alles te koop. Ook titels. Ook diploma’s. Ook privilegies. Maar eigenlijk staat het onderricht van de heer Lucas op iets anders gericht: hij wil iets leren over de waarde van wet-en-profeten. Hij wil gewoon zeggen dat mensen niet hoeven te wachten op een spectaculaire God. God is elke dag te doen. Dat is het eerste en het laatste onderricht. Dat is de definitieve lering. De enige les voorgoed. Wie anders leest, maakt van godsdienst opium. Wij weten genoeg… zonder oorlog, zonder sensationele vermaningen uit de hemel. In de gewone catechese van het leven komt Gods woord tot ons.

In het hele verhaal interesseert me vooral wat zich afspeelt in de hemel, ‘in de schoot van Abraham’. Daar zegt de rijke dat hij van Gods verhaal geen jota heeft begrepen. Het enige wat hem interesseert, is zelfbehoud en angst. Hij wil vanuit zijn foltering maar één ding: dat zijn vijf broers ook niet gefolterd worden. Dat het definitieve onheilhun bespaard mag blijven. Dat is voor hem het enige punt op zijn vragenlijst. Op aarde had hij geen oog en geen hart voor Lazarus die belazerd door het leven moest. Nu hij zelf gefolterd wordt onder Gods oog, heeft hij nog geen oog voor de arme die hij nooit heeft zien staan of zien liggen. Nu nog denkt hij alleen aan zijn eigen familie. Aan de redding van zijn eigen verwantschap. Van broederschap en solidariteit heeft hij nog geen moer begrepen. Zelfbehoud primeert op het behoud van de arme mens. Arme rijke toch! Alleen het eigen overleven telt. Het leven van de anderen is nog steeds geen punt op de agenda van zijn hart.

Lucas bespeelt hier meesterlijk onze angst. Om die angst te bedaren, moet de hemel een groot teken geven: een oorlog, een ramp, iemand die uit de doden naar hen toegaat. Dat is gewoon een echo van wat wij zeggen: er moest maar eens opnieuw een oorlog komen. Of nog erger: er is nog nooit iemand teruggekeerd! Daarop reageert Lucas. Volgens hem zal geen enkele oorlog ons de ogen openen. Volgens hem zullen onze ogen niet opengaan, ook niet als iemand uit de doden is opgestaan. Geen enkel teken zal de mens de ogen openen… als hij zich niet laat onderrichten door wat hij allang weet. Mensen hebben geen oorlog nodig, noch enig ander sensationeel teken, om te weten wat ze allang konden weten. Dat namelijk altijd een zekere Lazarus voor onze poort ligt. Verder hoefje niet te kijken om God te begrijpen.

Bovendien, zegt Lucas, Jezus is toch teruggekeerd! Wat wil je nog meer? Zelfs als dat laatst gevraagde je wordt gegeven, zie je het niet. Kijk naar Lazarus. Lazarus voor onze poort is God.

Wie verder zoekt, zal God nooit zien.

Zoeken in Preken Online