Al een tijdje, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; al een tijdje heb ik een kast in mijn hoofd. Dat is heel wat hoor, een kast in je hoofd hebben!
Heb je niks anders, niks beters aan je hoofd, zult U misschien zeggen? Hoe zit ’t met dat proefschrift? En: hoe zit ’t met de kerk, met de mensen, met de zielen, hoe zit het met de zielzórg? Nou dat laatste, de zielzorg; tot 18 februari aanstaande is, vanwege mijn studieverlof, pastor Lokkerbol daarvoor op de allereerste plaats aanspreekbaar. Ik zeg ’t nog maar een keer. Dat proefschrift … dat is natuurlijk een heel apart verhaal. En de kerk … We hebben vorige week zondag aan ’t eind van de viering daarover een tamelijk zonnig verhaal gehoord van onze penningmeester Alex van der Bijl. We redden ’t nog wel even met de kerk. En trouwens: Ík kan de kerk tóch niet redden, die is niet van mij afhankelijk … gelukkig niet. De Redder van de kerk en van de wereld is een Ander! Natuurlijk houdt het mij allemaal wèl bezig: de kerk, de mensen, Ú, het proefschrift … Alles zit in mijn hoofd … Maar daar is, in dat hoofd, wonder boven wonder dus óók nog ruimte over voor een kast, voor een nieuwe kast in de keuken bij ons boven in de pastorie. De kast die daar staat is nog uit de tijd van pastor Reuzenaar. Ik heb ’t altijd een lelijk ding gevonden. En de indeling bevalt me ook niet. En nu heb ik al een tijdje zo’n idee van: De tijd is gekomen. Het laatste uur heeft geslagen voor die kast. Hij gaat de deur uit. Er moet een andere kast komen. Ja mensen, wat een probleem … Alsof er niets beters te doen is in de wereld. De wereld staat nog altijd in brand, denk aan Irak en aan Afghanistan. Er zijn mensen met honger, denk aan de mensen in Zimbabwe. Is het geen heiligschennis dat jij met die kast in je hoofd zit? Nou misschien wel ja … Maar laten we eerlijk zijn: zo zitten wij wel in elkaar. Dit soort dingen kunnen ons bezig houden. En ook: Wat kost ’t allemaal? Wat moet die kast kosten? En is dat wel goed om daar zoveel geld aan uit te geven?
Geld. Hoeveel heb ik? Hoe kom ik rond? Hoeveel kom ik tekort? Hoe kan ik aan méér geld komen? Sommige mensen met weinig geld zijn op die manier met geld bezig. Dat tekort aan geld beheerst hun bestaan. Nu zijn er ook mensen, die hebben geld zat. En dat moet zo blijven ook vinden ze vaak. Hoe realiseren we dat? Hoe zorg ik ervoor dat ik altijd genoeg zal hebben? Hoe stel ik m’n bezit, m’n geld veilig? - Daarvoor zijn allerlei mogelijkheden. Eén van die mogelijkheden is: beleggen. Je kunt geld beleggen in huizen, in schilderijen, in land of ook in aandelen. We bouwen een vakantiepark in Turkije. Leent U ons het geld. U zult zien: Zo’n rendement krijgt U nergens. Of: we gaan teak-plantages aanleggen. Lekker duurzaam, goed voor de aarde. De overheid vindt het ook een goed idee. En het is toch óók goed voor uw portemonnee. Nou mensen, dat kán dus tegenvallen. Soms kómen mensen dan van een kouwe kermis thuis. I want my money back! Ik wil m’n geld terug! Nou, je kunt er mooi naar fluiten … Leiden in last. Ook genóeg geld hebben of te veel geld kan het bestaan van mensen beheersen. Arme mensen en rijke mensen kunnen wat dat betreft dus op elkaar lijken! Spullen. Centen. We zijn er soms zó mee bezig, alsof ons leven ervan afhangt. Maar dat is dus niet zo: Uw leven hángt er niet vanaf. Het hángt niet af van hoeveel geld je wel of niet hebt zoals ’t ook afhangt van alle spullen die je hebt en van de kleren die je draagt. We weten ’t allemaal mensen. Wat ik hier doe is een open deur intrappen. En toch kan ieder van ons de verleiding van het geld en de dingen ervaren. Het kan een maalstroom zijn die je meezuigt, een draaikolk van gedachten: als je niet uitkijkt, dan vult ’t je hele hoofd.
Die parabel van Jezus over die rentmeester is geen gemakkelijke. Hoe kan dat toch dat die heer, de baas van de rentmeester hem prijst omdat hij sjoemelt met de contracten, om de mensen te paaien die hij zodadelijk nodig gaat hebben als hij zonder werk zit? “Maak vrienden met behulp van de valse mammon (“de geld-duivel” vertaalt de Willibrord-vertaling van 1995) opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.” Wat mij betreft mensen: Ik geloof dat ’t pure humor is van Jezus. Hij steekt gewoon de draak met al die mensen voor wie het geld heilig is, voor wie het een afgod is waar ze dag en nacht mee bezig zijn zodanig dat ze aan niets anders meer kunnen denken. Jezus relativeert verregaand de betekenis van het geld en het bezit. Natuurlijk je moet eerlijk zijn en betrouwbaar, dat spreekt vanzelf. Maar maak van geld niet je god. Doe dat met niets. Doe dat met niemand. Laat God God zijn. Geef Hem alle ruimte in het hart van je leven. Laat jouw bestaan leiden door Zijn Geest. Maar bestaat God wel? Is Hij geen fictie, geen luchtspiegeling, geen droom? Is God niets wat we onszelf wijsgemaakt hebben? Ach mensen ik denk, nee ik gelóóf: God is de enige realiteit van ons leven die er uiteindelijk toe doet. Met God leven. Hem in je hart hebben, zoals Mozes God in zijn hart had. “Nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mozes, met wie de Heer zo vertrouwelijk omging.” Daartoe veelgeliefden, tot die vertrouwelijke omgang met God worden ook wij uitgenodigd. Ja God bestaat. Al ’t alle andere valt bij Hem in het niet, valt weg ten opzichte van Hem - en het geld op de eerste plaats. Dat is stóf, dát is lucht. Geld is papier. Geld is niets. God is alles. Amen.