Deze week stond een hoogwerker bij de kerk van Bingelrade. Nodig voor de dakreparatie. Een dure onderneming! Maar, godzijdank, hebben nog veel gelovigen iets over voor hún kerk, en willen er alles aan doen om deze in goede staat in stand te houden. Het gaat tenslotte om ons gemeenschappelijke thuis, om Gods Huis!
Alhoewel beseft dit nog wel iedereen? Vooral ook de jonge generatie! Krijgen vooral kinderen van thuis nog mee hoe je je in de kerk moet gedragen? Deze zomer bracht ik tijdens de vakantie weer enige tijd in het buitenland door. Ik bezocht er verschillende kerkgebouwen. En telkens viel mij op de grote eerbied die met name ook kinderen en jongeren in een kerk aan de dag leggen. Zij maken bij binnenkomst een kruisteken met wijwater, knielen in de richting van het tabernakel, knielen een moment neer vooraleer op hun zitbank plaats te nemen. Uit alles spreekt respect, fatsoen. Godsdienstig besef vooral!
Met een Duitse compagnon liep ik door de Dom van Trier. Enkele jongeren liepen er luidruchtig nog met hun “cap” (pet) op hun hoofd rond; ondertussen zetten zij hun flesjes breezers aan hun mond. Ik zei tegen mijn collega: “Wedden dat dit Nederlanders zijn?” Wij gingen in hun buurt staan. En jawel hoor, ik had helaas gelijk, en schaamde mij om dit onfatsoen. Ons land staat overigens in het buitenland bekend als bevolkt met het meest onbeschaafde mensensoort. Jammer toch, over normen en waarden gesproken!
Het begint met de opvoeding thuis. Je merkt het goed dat kinderen doorgaans zo kerkvreemd geworden zijn dat zij - bij een enkel bezoek in de kerk- zich daar gewoon niet meer weten te gedragen. Banken worden benut als een soort gymnastiek-rekken om over heen te hangen. En ouders, geven zij dan nog het goede voorbeeld? Leren zij nog hun kinderen in een kerk stil en eerbioedig te zijn; een plek om te bidden?
Geven zij zelf en ook de ouderen nog het voorbeeld. Wij maken het telkens weer mee: wordt de kerk bevolkt met van de kerk vervreeemd “publiek”, dan lijkt, vooral voordat de dienst begint, het kerkgebouw qua geroezemoes en lawaai meer op een filmzaal of een schouwburg dan op Gods huis! Elk besef voor het heilige, het “Allerheiligste” verdwenen!
In vroegere tijden liep door verschillende kerken een zogenaamde “suisse”. In officieel kostuum uitgedost hoorde hij te zorgen voor eerbied en respect in de kerk. In Maastricht met de mooie naam “Koer-ezel” getooid. Moeten wij naar die oude tijden weer terug? Wij mensen moeten eens eindelijk gaan nadenken dat gebrek aan eerbied voor het heilige verregaande consequenties heeft. Ook voor het gewone leven. Wat is nog heilig als wij het Allerheiligste in onze kerken respectloos bejegenen? Door er geen aandacht aan te besteden, met name vóór de diensten alle geklets en rumoer. Ouderwetse gedachten? Het zij zo!
Bij het oefenen voor de eerste communie zei ik tegen rumoerige kinderen: “In de kerk moet je eerbiedig zijn!” Eén van de kinderen zei: “Mijnheer pastoor, wat is dat eigenlijk éérbied?” Het had er nooit van gehoord, wist er ook weinig raad mee. Jammer, als zo’n woord uit het woordenboek van ons mensen geschrapt wordt.