Alhoewel er nog enkele werklozen zijn in ons land, zijn er toch een paar zogenaamde knelpuntberoepen. Het zijn beroepen waar men de vacatures niet meer voor ingevuld krijgt. Het gaat vaak om beroepen met weinig sociaal aanzien, een stiel waar je letterlijk je handen moet voor vuil maken, een job die moeilijk te combineren valt met gezinsleven omwille van nacht- en weekendwerk enz. … Om toch maar mensen te vinden voor deze vacatures durft men wel eens een extraatje aanbieden, financieel of materieel. Dat extraatje geldt trouwens niet alleen voor knelpuntberoepen, ook mensen die een hoge functie bekleden worden met soortgelijke verlokkingen bijna bezit van de firma. De echtgeno(o)t(e) hoor je dan wel eens klagen dat de partner getrouwd is met zijn werk. En job kan dus veeleisend zijn, ik denk dat we daar allemaal voorbeelden van kennen. Het enige wat bedrijven kunnen bieden om die mensen echt voor hun zaak te winnen, is hen enkele “cadeautjes” geven. Ook christen-zijn lijkt een knelpuntberoep te worden, al weten we allemaal dat het meer dan een beroep is, het is een manier van leven. Die manier van leven is anders dan wat de maatschappij ons voorspiegelt en is bovendien ook veeleisend. Maar anders dan in de bedrijven, gaat Jezus geen extraatjes beloven, integendeel. In een toespraak tot Zijn volgelingen spreekt Hij een radicale, profetische taal die wij liefst van al zouden wegscheuren uit de bijbel, want wat is daar nu “goed nieuws” aan?
Waarom is Jezus zo veeleisend? Misschien moeten we een deel van het antwoord zoeken in vers 25: talloze mensen, in de nieuwe vertaling zelfs: grote mensenmenigten. Jezus is blijkbaar populair: Zijn woorden, Zijn daden en Zijn charisma werken aanstekelijk. Tot op vandaag is daar niks aan veranderd: nog altijd zijn heel veel mensen positief over Jezus, Hij was zeker een goed mens en Hij heeft wel zinnige dingen verteld. Nogal wat mensen blijven daar steken: in een soort bewondering en respect. Wij hebben als Kerk niet het recht een oordeel uit te spreken over die mensen maar we hebben wel de verdomde plicht om met onze woorden en daden te tonen dat geloven in Christus toch nog wel iets meer is. Het is leuk dat je een menigte hebt die je volgt om naar je te luisteren, maar Christus verwacht dat ze zich ook bekeren: dat ze hun leven radicaal in dienst stellen van de andere(n) en de gans Andere. Dit kan maar lukken als men werkelijk gelooft in Christus, misschien duidelijker: als men voor honderd procent op Christus vertrouwt. Een christen bouwt zijn leven op Christus en formuleert zo een antwoord op het vertrouwen van Jezus en God in de mens. Altijd weer is het God die initiatief neemt om contact te zoeken met de mens, die de eerste stap zet om de brokken weer te lijmen. God heeft zo’n groot vertrouwen in de mens dat hij als een stapelverliefde puber wiens hormonen op hol geslagen zijn achter de mens aanzit. Wat is ons antwoord op zoveel vertrouwen?
Je leven bouwen op Christus is niet eenvoudig, ook niet in deze tijd. Daarom roept Jezus Zijn volgelingen op Hem niet zomaar achterna te lopen “als een kieken zonder kop”, maar goed te bezinnen vooraleer ze beginnen. Wie in de tijd dat deze tekst werd opgeschreven er voor koos om christen te worden, liep het risico dat hij niet meer welkom was bij zijn (joodse) familie, dat hij bestempeld werd als een na
Evangelieprikje (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen