Als je naar het nieuws kijkt, kun je er bijna niet aan ontkomen: het beeld van deze wereld als een samenstel van delen die absoluut niets met elkaar te maken hebben en die met elkaar totaal in strijd zijn.
We zien de Olympische Spelen: mooie , goed gevoed en getrainde lichamen in een omgeving waar aan kosten noch moeite gespaard zijn. En we zien beelden uit Afrika, Soedan, Darfur, waar mensen, en je ziet vooral vrouwen en kinderen die in onbeschrijfelijke ellende alleen nog maar dood kunnen gaan of anders dood gemaakt worden. En je hoort over Ruwanda waar Hutus zo’n 150 Tutsis in een gebouw bijeen gedreven hebben en het daarna in brand gestoken hebben. De hongersnood die in dat hele werelddeel dreigt en regeerders en militaire leiders die met elkaar luchtigjes besprekingen voeren, zo ontspannen alsof ze aan het kaarten zijn. En dan hebben we Irak waar geen eind komt aan iets dat erger is dan oorlog. En dichter bij huis een regering die ons probeert te leren dat alleen iemand die heel hard werkt, veel geld verdient of het al heeft, met een gouden handdruk naar huis kan gaan. Maar iemand die oud of ziek is, of zich niet kan staande houden in deze maatschappij, die verdient dat hem het kleine beetje dat hij nog heeft ook wordt afgenomen.
En met al dat in mijn hoofd lees ik uit de profeet Jesaja over de Heer die onder alle volkeren zijn glorie zal verkondigen en die uit de volkeren zijn priesters en levieten zal kiezen. En in het evangelie hebben we gehoord dat het niet zo eenvoudig is om gered te worden, dat wil zeggen in de hemel te komen, want de deur is nauw.en als hij eenmaal dicht is, blijf je in de kou staan.
Wat verwacht u van mij? Dat ik hier een vroom verhaaltje aan kan vastknopen?
Als ik zo’n teksten lees, dan lijkt het alsof het christendom ook zo’n wereldje apart is dat bestaat naast al die anderen. De werkelijkheid die zich elke dag onbarmhartig aan ons op opdringt, in het nieuws, in ziekte en dood, dicht bij en ver weg, valt in de kerk even helemaal uit het oog.
Maar kan het eigenlijk wel anders? De heilige Paulus, waar ook nog een stukje uit de brief aan de Hebreeën van wordt voorgeschreven voor deze zondag, houdt ons voor dat het lijden dient om ons te verbeteren en op te voeden. God pijnigt hen die hij liefheeft en hij straft ieder die hij als zijn kind er kent. “Daarom, zo spoort hij ons aan, Heft op de slappe handen, strekt de wankele knieën, laat uw voeten rechte wegen gaan.; het kreupele lid mag niet ontwricht worden maar met genezen.”
Wij hebben geen betere boodschap om de oude teksten uit de bijbel te vervangen. Daar kunnen wij niets aan veranderen. En aan de toestand in wereld kunnen wij ook niets veranderen.
Dan toch maar even in dit wereldje van de kerk duiken en daarna weer terug naar die werelden van vlees en bloed die ons overrompelen en ons met een gevoel van machteloosheid achter laten, alsof we ook in een woestijn zitten zonder eten en drinken.
Het enige waar ik naar kan verwijzen zijn die twee handen die de wereldbol vasthouden. Iemand zou kunnen zeggen dat ze even weinig uitrichten als die twee bloedende handen aan het kruis erboven.