Hij kent ze allemaal... (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Als kind doe je dingen
waarvan je vaak als volwassene denkt,
hoe heb ik dat kunnen doen.
Ik herinner mij hoe ik vroeger
als koorzangertje op de zangzolder
met andere jongens
zonder dat de pastoor of de dirigent het in de gaten hadden
van de koorzolder af de kerktoren in klom om daar
de klokken te horen luiden zodat je je oren dicht moet stoppen..
Al deze waaghalzerijen horen kennelijk
bij de groei naar de volwassenheid
en later denk je er vaak met plezier aan terug.

Jeugdig enthousiasme is een goede eigenschap
ook bij jonggehuwden in hun eerste huwelijksjaren,
jeugdig enthousiasme en ook soms waaghalzerij.

Ik vind de situatie van de leerlingen van Jesus
een beetje daar mee te vergelijken.

Ze zijn hun Heer gevolgd en ze zijn enthousiast
maar wat ze allemaal boven het hoofd hangt?
‘Je moet stevig in je schoenen staan om te volharden…’
is iets wat Jesus hun regelmatig voorhoudt.
Het is geen gemakkelijke weg die je volgen kunt,
je vindt geen gespreid bed voor je klaar.

Het Lucasevangelie vertelt ons over Jesus’ levensweg,
zijn trektocht door het joodse land,
zijn opgang naar Jeruzalem.
De trektocht is begonnen in de synagoog van zijn vaderstad
waar Hij enthousiasme
maar tegelijk ook grote opschudding te weeg brengt:
de leerlingen vinden het geweldig… nog wel.

Jesus gaat verder en ontmoet op de berg Tabor twee profeten,
Mozes en Elia die met Hem spreken over zijn grote tocht,
een soort Uittocht die lijkt op de uittocht onder Mozes uit de slavernij van Egypte.
Wat zou die uittocht inhouden?

Zijn uittocht zal een opgang zijn naar Jeruzalem
waar Hij per se naar toe moet.
En wat is het doel van de reis?

De argeloze leerlingen krijgen het maar al te duidelijk te horen:
‘ik moet vandaag en morgen goed doorreizen
want het gaat niet aan dat een profeet
buiten Jeruzalem sterft.’
Zijn reis naar Jeruzalem loopt uit op zijn dood maar..
tegelijkertijd zal juist die reis een doortocht worden,
dwars door de dood heen!
Jesus de voorganger zal zijn mensen
door het donker heen voeren en hen brengen in een nieuwe wereld.
Nu vinden de apostelen het toch een beetje griezelig worden.
Moeten er niet erg veel hindernissen worden genomen?
Zijn ze daartoe wel in staat? Komen ze er wel doorheen??

De kinderen van het begin denken niet over de gevaren na,
ze klimmen gewoon de boom in of de kerktoren
zonder te beseffen dat ze naar beneden kunnen vallen
en iets breken….
De leerlingen van Jesus zijn geen kinderen meer
ze voelen zich trots maar ook bang, ze voelen het gevaar.
Trots zijn ze omdat ze uitverkoren zijn
om met Jesus mee te doen
maar ook bang omdat ze beseffen ook moeilijkheden
te zullen ontmoeten.

Bezorgd vragen ze zich dan ook af
of ze het wel zullen overleven en ze zeggen tot Jesus:
‘Heer het zijn er zeker weinigen
die dit alles zullen kunnen doorstaan
en gered zullen worden.’
Maar zo is het niet.
Jesus is niet bezig een soort afval-race te organiseren
zodat alleen de super sterken overblijven.

Tot iedere volgeling - hoe zwak ook- persoonlijk wordt gezegd:
‘span je in om door de nauwe deur naar binnen te komen.’
Betekent dat alleen maar dat een heel klein aantal
hele goede , brave volgelingen zullen volhouden,
alleen diegenen die door dat nauwe deurtje kunnen?

Neen, dat is niet de bedoeling.
Waar het het Koninkrijk van God betreft-
zal ieder persoonlijk moeten kiezen
terzake van ja en nee
en of hij op wil komen voor gerechtigheid en vrede,
liefde en trouw of niet.

Je zou kunnen zeggen dat er gelukkig
-om even op die beeldspraak van die nauwe deur terug te komen-
een hele boel nauwe deurtjes zijn:
misschien wel voor ieder persoonlijk

Zoeken in Preken Online