“Er zijn laatsten die eersten,
en eersten die laatsten zullen zijn”.
Met deze merkwaardige uitspraak
heeft Jezus het over het binnengaan in het Rijk Gods,
dat gróte en wónderbare projekt
dat God met ons, mensen, op het oog heeft.
Héél de Bijbel verhaalt ons over dat projekt.
In de eerste lezing vandaag horen wij dit opnieuw:
“Ik ga álle volkeren en talen bijéénroepen
en zij zullen komen en mijn glorie aanschouwen.”
Jezus verduidelijkt ons deze Blijde Boodschap.
Hij stelt ons God voor:
Hij die voor ons is als een Vader,
die van élk van zijn kinderen houdt,
en die ze állen wil verzamelen
in zijn vrede en zijn vreugde.
Déze fundamentele openbaring
mogen wij nooit uit het oog verliezen:
“God wil dat alle mensen gered worden.”
Dit gezegd zijnde, moeten wij ons geen illusies maken:
ook al staat het Rijk Gods open voor iedereen, d
an nog zullen wij eerst
aan enkele minimale vereisten moeten voldoen.
In de evangelielezing van vandaag
toont Jezus ons de weg…
Iemand stelt hem de vraag: “Wie zal gered worden?”
En Jezus antwoordt:
“Hij die zich tot het uiterste inspant
om door de nauwe deur binnen te komen.”
Er is dus een smalle deur en een brede deur.
Er is een smalle weg en een brede weg.
De smalle weg is de weg van Jezus.
Jezus leert ons dié weg te gaan.
Hij gaat ons daarin voor.
Het is een persoonlijke weg.
Een weg die je als mens
onder je eigen verantwoordelijkheid aflegt.
De brede weg leidt naar de brede deur.
Die is voor de massa.
Voor de meelopers
die eigen verantwoordelijkheid schuwen.
Maar die weg loopt dood.
Echt leven is langs die brede weg niet te vinden.
Elke mens kan zélf zijn weg kiezen.
Kies dan voor de smalle deur, zegt Jezus.
Span je tot het uiterste in
om door de smalle deur binnen te gaan.
Je kan dat niet als je té veel ballast bij je hebt.
Wij zullen dus één en ander moeten loslaten.
Mensen die dik zijn van zelfgenoegzaamheid, d
ie blijven in de nauwe deur vaststeken!
Wij zullen wat overtollige bagage moeten afleggen.
Wij zullen armer moeten worden!
Niet alleen aan geld, maar aan alles wat ons afbrengt van de liefde voor God én voor onze naaste.
In de allereerste plaats
moeten wij beschikbaar zijn voor deze liefde:
tijd en ruimte maken in ons leven voor deze liefde.
Zalig de armen van geest, zegt Jezus.
Zalig zij die niet vastgeklit zitten aan hun bezittingen.
Zalig zij die in staat zijn om te geven en te delen.
Zalig zij die staat zijn
om het kwetsbare leven te beminnen,
om ernaar te luisteren, om het liefdevol nabij te zijn.
Arm zijn van geest betekent
ook je vrijmaken van vooropgestelde denkbeelden,
van bepaalde vooroordelen.
Je vrij maken van álles wat je verhindert
om de Blijde Boodschap in je hart te ontvangen.
Het allerbelangrijkste is trouw te blijven aan Jezus
en hem te volgen, zo goed en zo kwaad als het kan.
In de maatschappij heeft Jezus
altijd de láátste plaats ingenomen.
Hij is ónze dienaar geworden.
Hij heeft zichzelf aan de kant van de armen geplaatst,
de kant van hen die niet meetellen, van de uitgeslotenen. Als wij Jezus willen opzoeken
en hem willen ontmoeten,
dan is het dáár dat wij Hem zullen vinden.
De allergrootste zorg van Jezus is dat wij, mensen,
hiér en nú zó leven dat wij toekomst hebben
tot over de grenzen van de dood heen.
Als je erbij wilt horen in het koninkrijk van God,
dan gaat het erom hoe je leeft
hier op aarde, nu, tijdens je leven.
Dat leven ná de dood komt vanzelf wel in orde
als je hier op aarde leeft zoals de Vader dat wilt.
Alléén als ons hart klopt
op hetzelfde ritme als het hart van Jezus,
met een voorkeurliefde voor kwetsbaren en armen,
zullen wij dus toegang kunnen krijgen
tot de feestzaal van de eeuwigheid.
Maar het initiatief of wij er bij zijn of niet,
blijft hoe dan ook bij God liggen.
Uiteindelijk is Hij het die beslist
of de deur opengaat of dicht blijft.
Wie dus denkt de hemel zélf te kunnen verdienen,
heeft het verkeerd voor.
Er is niets te verdienen,
laat staan dat wij daar zelf voor zouden kunnen zorgen.
Het énige wat wij kunnen doen, is ons hart gereed maken voor het geschenk van Gods liefde in ons leven.
Als wij altijd met gesloten hart,
met gesloten handen en gebalde vuisten geleefd hebben, dan zal dat geschenk helaas aan onze neus voorbijgaan. Goede mensen,
laten wij ons tot het uiterste inspannen
om langs de smalle deur binnen te geraken …
Laten wij doen wat ons te doen staat…
En laten wij de rest aan God over!
21e zondag door het jaar C - 2004
C-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen