DOOR DE NAUWE DEUR AAN HET FEESTMAAL
In bepaalde parabels wordt benadrukt dat er een dag komt,
die een definitief einde betekent van al onze inspanningen en inzet.
De bedoeling is niet ons schrik aan te jagen,
maar ons aan te sporen niet tot morgen uit te stellen
wat wij vandaag al moeten doen.
Het komt erop aan vandaag de kansen te grijpen,
die ons worden geboden.
Velen weigeren te geloven
dat ze om het geluk te bereiken
door de nauwe deur - Jezus Zelf - moeten passeren.
Wij vinden nochtans alleen de weg naar God, als wij durven erkennen
dat de bron voor het echte geluk
Jezus is en Zijn belangeloos dienende liefde.
En dat moeten wij dagelijks leren ontdekken.
Want Christen-zijn betekent een voortdurende strijd om vandáág
de eigen zelfzucht te bevechten en de liefde te bevorderen.
“Span u tot het uiterste in!”
Christen “zijn” wij eigenlijk nog niet.
Wij worden het zolang wij er een blijvende,
dagelijkse inspanning voor doen.
Als er niet voortdurend nieuwe lucht
in de pijpen van een orgel wordt geblazen,
dan sterft de mooiste muziek van de beste componist
als een zielig deuntje uit.
De blaasbalgen van het christelijk leven
moeten altijd bol staan,
dan pas wordt het rijk Gods opgebouwd
in liefde, dienstbaarheid, rechtvaardigheid en vergeving.
Wie bij de pakken gaat zitten,
laat andere dingen de kop opsteken,
zoals het onkruid, dat ongevraagd uit de grond komt.
Christendom is werkelijk dagelijkse strijd
om het goede kans te geven, aan te moedigen, tegen de gemakzucht in.
Als wij dan aan de Heer vragen,
waarvoor onze inspanningen allemaal dienen,
wat de uiteindelijke zin is van heel onze inzet om christen te worden,
waar het uiteindelijk allemaal naartoe gaat,
dan vertelt Hij ons, zoals altijd, een verhaal
over een feestmaaltijd, waar wij in Zijn vriendschap delen.
Maar Hij voegt er vandaag twee bedenkingen aan toe:
Ten eerste. Niet iedereen geraakt aan die tafel.
Er zijn er die buiten blijven,
niet zozeer omdat zij door de Heer worden buiten gehouden.
maar wel omdat zij door hun zelfzucht,
liefdeloosheid en onrechtvaardigheid
er eigenlijk niet bij passen en dus zichzelf uitsluiten.
Maar ten tweede: “Er zijn laatsten die eerst zullen zijn!”.
Dat wil zeggen: Verschiet niet
als gij daar een aantal mensen ziet aanzitten die gij er niet verwacht,
mensen die er, volgens uw normen, niet bij horen:
die sukkelaar misschien op de stoep,
of die migrant uit de buurt
of dat familielid waarmee gij in ruzie ligt.
Weet dat God andere normen heeft om een mens te beoordelen.
Hij kijkt niet naar het uiterlijke,
maar naar het hart van de mens
en zal aan ieder van ons alleen vragen:
“Hoe groot was uw liefde?”
Meer dan met woorden
wordt in elke Eucharistieviering met gebaren, zichtbaar en tastbaar,
beleefd waar wij eigenlijk naartoe groeien:
naar een gemeenschap waar Jezus de Gastheer is,
die rondgaat om te bedienen en ons uit te nodigen anderen te dienen.
In het brood en de wijn, breekt, deelt en geeft de Heer Zichzelf,
om ons te leren wat liefde eigenlijk betekent:
elke dag opnieuw onszelf breken, delen en geven aan anderen.
Alleen door die nauwe deur geraken wij aan Gods feestmaal.