Zusters en broeders,
Op weg naar Jeruzalem, de stad waar al zoveel profeten vermoord werden, en waar ook Hijzelf dat lot zou ondergaan, wordt Jezus aangeklampt door iemand die wil weten hoe groot het getal van de geredden bij het oordeel zal zijn. Voor de joden was dat een kwestie die voor heel wat discussie zorgde. De farizeeërs beweerden dat heel Israël gered zou worden, anderen hielden het met evenveel koppigheid op een heel klein aantal. En nu wil de vragensteller dat Jezus zich over de zaak uitspreekt. Maar hij vangt bot, want Jezus doet niet mee aan speculaties. Hij gaat wel onmiddellijk naar de kern van de zaak, en die luidt: “Bekeer u. Niet later, maar nu! Nu is de deur nog open, maar eens het oordeel daar, gaat ze onherroepelijk dicht. Je beroepen op je goede relaties, of op het feit dat je naar mijn onderricht hebt geluisterd, zal dan niet van tel zijn. Je wordt immers niet op je relaties, op je lange arm of op mijn onderricht beoordeeld. Je wordt beoordeeld op wat je ervan terechtgebracht hebt. Ga dus nu aan de slag, en doe gerechtigheid.”
Voor de zoveelste keer beklemtoont Jezus dat geloven alleen niet volstaat. Geloven is geen gevoel, maar een daad. Geloven is een werkwoord dat elke dag opnieuw moet vervoegd worden. Zo’n doe-geloof maakt de deur naar God wagenwijd open.
Ik weet het, zusters en broeders, maar weinig mensen zijn bezig met de vraag naar de eindbestemming. Veel meer dan met het leven na de dood zijn we bezig met het leven vandaag, met de problemen in de wereld, met de vervuiling van het milieu, met de kleine zorgen van elke dag, met burenruzies en met de prijs van de benzine en de stookolie. En met ons inkomen natuurlijk. Daar zijn we mee bezig, dat is onze zorg. Maar daartegenover stelt Jezus: “Span u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen, maar zij zullen daar niet in slagen.”
Het zijn woorden die helemaal in deze tijd passen, deze tijd van Olympische Spelen en andere sportevenementen. Zeer velen zullen proberen die medaille te halen, zeer weinigen zullen daar ook in slagen. En die weinigen zullen die medaille wegkapen omdat ze jarenlang geoefend en getraind hebben en zich allerlei dingen hebben ontzegd. Zoals Lance Armstrong, die verleden maand zijn zesde Tour op rij won. Op de vraag wat zijn geheim was, antwoordde hij: “Wat deed jij met Kerstmis vorig jaar? Waar was jij op 1 januari? Ik was telkens aan het fietsen. Mijn geheim is gewoon hard werken. Driehonderd vijfenzestig dagen per jaar.”
Dat is wat Jezus bedoelt wanneer Hij ons aanspoort ons in te spannen. Niet zo’n klein beetje en tussendoor, maar elke dag opnieuw ons geloof als een werkwoord beleven. Niet later, maar nu. Want later blijft later, en wordt nooit nu.
Toch eindigt dit harde evangelie op hoop. Uit alle windrichtingen zullen er mensen door de wijd openstaande deur het Koninkrijk van God binnengaan, en ze zullen aanzitten aan zijn tafel.
Zusters en broeders, de enge poort mag ons niet afschrikken. Immers, als we de weg van het evangelie gaan, als we leven naar Jezus’ woord, als we daden maken van zijn woorden, dan wordt de enge poort een brede boog van liefde, vrede en gerechtigheid. Niet alleen later, in en bij God, maar ook nu, in en door ons leven van dit eigenste moment. In zijn naam en op zijn woord. Amen.