Wij geloven dat de Schrift het woord van God is. Het ligt dus voor de hand te denken dat daar ook het antwoord op alle levensvragen te vinden zal zijn. Dat is in zekere zin ook waar: de Schrift zegt wie God is en hoe we door het leven dienen te gaan. Jezus noemt zichzelf trouwens ‘de weg, de waarheid en het leven’. Toch gebeurt het dat de Schrift ons teleurstelt. Zo levert ze - om maar wat te noemen - geen pasklaar programma voor het organiseren van de samenleving. Maar soms gaat Jezus heel bewust niet in op vragen waarvan wij nochtans geredelijk mogen verwachten dat Hij het antwoord weet. Als Hij de Redder is, dan zou Hij toch, al was het maar bij benadering, kunnen weten hoeveel mensen gered zullen worden. Maar op die vraag antwoordt Hij ontwijkend. Dat doet Hij trouwens ook als men Hem vraagt wanneer het einde komt.
Toch zijn dat vragen van alle tijden. Ze verwoorden de angst en de onzekerheid omtrent de toekomst en de eindbestemming van het leven. Terloops gezegd, net op die onzekerheid spelen sommige sekten handig in. Zij weten wel te zeggen wanneer het einde komt en wie bij de uitverkorenen zal horen: ‘Kom bij ons, dan ben je safe.’ Dat is helemaal niet evangelisch. Jezus laat die vraag gewoon open.
Heeft Hij dan niets te melden over die vragen? Toch wel. Hij zegt dat aan ‘alle’ tijden een einde zal komen. Maar de dood zal niet het laatste woord hebben. Wel zullen wij geoordeeld worden en de mogelijkheid bestaat dat we dan afgewezen worden: ‘Ik ken u niet. Waar komt u vandaan? Ga weg…’ Geen prettige gedachte, maar Jezus stoort er zich niet aan of wij dat nu graag horen of niet. Hem is het om de waarheid te doen.
Jezus richt zijn scherpe waarschuwingen in de eerste plaats tot zijn rijdgenoten die zich wel bij het uitverkoren volk rekenen, maar Hem afwijzen. Zij zijn de eersten, maar bij het eindoordeel zouden zij wel eens de laatsten kunnen zijn. Maar daar blijft het niet bij. Die woorden zijn ook voor ons van betekenis. Geloven in Jezus is op zich geen levensverzekering voor het hiernamaals. Het volstaat niet dat we met instemming naar zijn woord luisteren. Ietwat scherper en eigentijdser gezegd: het volstaat niet christelijke opvattingen en waarden aan te hangen. Het geloof is veel meer dan een kwestie van levensovertuiging. Het moet verandering brengen in onze dagdagelijkse manier van doen. En wel in de lijn van de gerechtigheid. De reden voor de afwijzing ligt uiteindelijk daar: ‘Bedrijvers van onrecht die u bent!’
Geloven is geen levensverzekering voor het hiernamaals. Het zet op de eerste plaats aan om hier en nu te handelen in de lijn van Jezus. Dat is meer dan een kwestie van geen kwaad doen. Het is met inzet en zorg het goede trachten te doen. En daar hoort, vreemd genoeg, altijd een beetje vrees bij: doe ik het wel goed genoeg? Dit soort vrees kan heilzaam zijn.