Den breeden en den smallen weg

C-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

In het Utrechts museum voor religieuze kunst, het Catharijneconvent, hangt een prent uit 1875. Daarop is uitgebeeld: ‘Den breeden en den smallen weg.’ De smalle weg leidt naar de hemel. Hij begint bij een nauw poortje. Je moet je diep buigen en kleinmaken om er door te komen. Daarna leidt die weg ons via trapjes en bruggetjes en natuurlijk langs kerken, kruizen en kapellen, maar ook langs ravijnen en gevaarlijke paden, naar het hemels paradijs.

Daarnaast, aan de linkerkant uiteraard, is de brede weg uitgebeeld. Hij begint met een poort, een brede poort met feestelijke letters: ‘welkom.’ Langs die weg zijn disco’s en danstenten, loterijen en kermissen, treintjes met vrolijke mensen erin en je moet wel zand in je ogen hebben, als je niet op de achtergrond het helse vuur ziet waar uiteindelijk alle mensen van de brede weg in zullen branden.

Wie deze afbeelding ziet, denkt wellicht: Wat een merkwaardig verkeersbeleid voert God toch. Als Hij van mensen houdt, waarom voor hen dan niet een brede weg om hen naar zich toe te brengen? Waarom zo’n smal kronkelig weggetje met zoveel hobbels en drempels?

Wanneer mensen van elkaar houden, maken ze gemakkelijk toegangen en ruimen de eventuele hobbels op, opdat degene van wie ze houden hen bereiken kan. Zo moet het toch ook zijn als God van mensen houdt?

In de Schrift lezen we: ‘Maak recht de wegen des Heren. Elke heuvel moet geslecht worden en elk dal gevuld’, zodat de mens en God elkaar kunnen ontmoeten. De profeet Jesaja ziet het voor zich: Ze zullen komen met paarden en wagens, met muilezels en dromedarissen. Dat kan toch niet door een klein poortje, en over een slechte weg met al die trappen. Daar is een brede weg voor nodig. Van het oosten en het westen, van het noorden en het zuiden, van alle kanten, in grote drommen zullen ze komen om tot God te geraken. Wat bedoelt Jezus dan, wanneer Hij spreekt over, de smalle weg en enge poort? Wellicht geeft Jezus antwoord op een vraag: ‘Heer, het zijn er zeker weinig die gered worden?’ En de vragensteller bedoelt dan vooral: ik, en misschien nog een paar zullen wel gered worden. Maar voor de rest zal het wel moeilijk zijn, gezien de levenswijze van de meeste mensen. In die gedachtegang praat Jezus verder: ‘Ja’, zegt Hij, ’nauw is de poort en eng is de weg. Je zult uit moeten kijken of je er wel binnenkomt. Je moet uitkijken, dat je niet zoveel belemmeringen op de weg legt voor al die mensen, die je buiten wilt houden, zoveel wetten en obstakels in het geweer brengt, dat niemand meer toegang heeft. Je zult het nog meemaken, dat je zelf buiten moet blijven. Jij, die je zo bevoorrecht acht en zo geweldig. De wetten zijn er voor de mensen en niet andersom.’

Jezus had misschien ook het verhaal kunnen vertellen van die man die een nieuwe jas liet maken bij de kleermaker. Toen de jas klaar was, liep hij op straat en wezen de mensen hem na en iemand zei: ‘Kijk die man, die schouder past helemaal niet.’ De man ging terug naar de kleermaker en de kleermaker zei: ‘Jammer, je loopt ook verkeerd, je moet je schouder een beetje omhoog trekken.’ De man trok zijn schouder omhoog en zo liep hij over straat. Toen zei de ander: ‘De kraag zit niet goed.’ En weer ging hij terug naar de kleermaker. En de kleermaker: ‘Je moet je hoofd een beetje scheef houden, dan komt het wel goed.’ Zo liep de man met opgetrokken schouders en een scheef hoofd over straat. U begrijpt het al, daarna mankeerde er iets aan die andere schouder en het advies luidde om die ook maar op te trekken. Tenslotte moest zijn rug ook nog een eind omhoog. Zo liep hij rond en de mensen zeiden: ‘Dat is een knappe kleermaker, die voor zo’n gedrocht nog een jas kan maken.’ Dat is de wereld op z’n kop: de jas deugt niet en de mens die erin zit wel.

De wetten die mensen opgelegd worden en waar ze op worden vastgepind deugen vaak niet, zijn belemmeringen op een weg van groei en ontplooiing. De mensen deugen wel. En God heeft een groot vertrouwen in al die mensen. Van oost en west van noord en zuid zullen ze in grote drommen komen. Laten we elkaar zo min mogelijk in de weg leggen om de weg naar God te gaan, die Hijzelf voor ons heeft gebaand. (Voor wie dat voor ogen houdt, is de weg breed genoeg.).

Zoeken in Preken Online