Wij zijn enthousiast over Jezus’ voorstellen
om samen aan het Rijk Gods te werken.
Zijn parabels prikkelen onze verbeelding
en ze helpen ons te onthouden wat van ons verwacht wordt.
En dan gebeurt het dat de een denkt:
“Die zaligsprekingen, da’s niets voor mij”.
Een ander vindt:
“We moeten er werk van maken en wel nù!”
En er zijn er die twijfelen:
“Heeft het wel zin als niet iedereen meedoet?”
Je hoort ook:
“Zo radicaal? Daar doe ik niet aan mee.
Ik verlies vast mijn vrienden, dat is het me niet waard.”
Toen Jezus nog onder de mensen was, had Hij het al door
dat de zending die Hij met volle overtuiging had aanvaard,
geen onverdeeld succes zou worden.
Dat men eensgezind achter Hem zou staan,
bleek algauw een illusie.
Hij heeft niet ingebonden en heeft dat met de dood bekocht.
Dat laatste wenst Jezus niemand van ons toe
en toch moet Hij toezien hoe Zijn boodschap
mensen scherp verdeelt.
Hoe gaan jij en ik om met Jezus’ oproep?
Verliezen we de moed wanneer we onbegrip zien
of durven we recht door zee te gaan, ook bij sterke tegenwind?
2012-2013 - C 20