Jezus zegt: ‘Mijn uur is nog niet gekomen’. Wat betekent Hij met dat ‘uur’, en wanneer is zijn ‘uur’ gekomen? Als je het evangelie van Johannes verder doorbladert, vind je het antwoord. Dan zegt Jezus: ‘Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt’. Maar dan volgt er zo iets merkwaardigs, dat je er koud van wordt. Dan zegt Jezus: ‘Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort’.
Wat gebeurt er dan precies in dat uur? In ieder geval komt er water aan te pas, net als op de bruiloft van Kana. Water voor de joodse reinigingswetten. Want Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was, nam een teil water, en ging de voeten van zijn leerlingen wassen. Hij werd een slaaf. Hij vernederde zich ten diepste. Want volgens de joodse wet hoefde een joodse slaaf dit niet te doen; alleen een heidense slaaf moest dit doen. Maar daarom heeft God Hem hoog verheven, en Hem een naam gegeven boven alle namen. Na drie dagen verrijst Hij in heerlijkheid. Dat is het resultaat van dat uur van Jezus, waarin Hij zich vernederde, waarin Hij zich vernederde tot de dood aan het kruis.
En dit resultaat wordt zichtbaar op de bruiloft van Kana. Johannes ziet daar reeds de verrijzenis in het verschiet. Hij ziet de overvloed van de verrijzenis: zes kruiken met een inhoud van honderd liter. Bijna negenhonderd flessen. Een overvloed in kwantiteit. Maar ook een overvloed in kwaliteit: ‘Gij hebt de beste wijn tot nu toe bewaard’.
Zo centraal staat de verrijzenis in het christendom. Met alle twijfels die wij hebben, kunnen wij er niet aan twijfelen. De verrijzenis werpt al zijn schaduw vooruit. Want hoewel Jezus’ uur nog niet gekomen was ligt het resultaat van dat uur al in die zes stenen kruiken. Overvloed in kwantiteit en kwaliteit.
Wat betekent dit nu voor ons? Elke graankorrel, die niet in de aarde valt en sterft, blijft alleen. Maar als hij in de aarde valt en sterft, brengt hij veel vrucht voort. Of vrij vertaald: als wij in de put zitten; als wij worden vernederd; als wij het niet meer zien zitten; zelfs als we moeten sterven; moeten we goed weten: dat is nooit het einde. Het einde is: eindeloze heerlijkheid, een heerlijkheid in kwantiteit en kwaliteit.