2e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen

Wanneer we iets te vieren hebben, een jubileum, een belangrijke verjaardag, een bruiloft, dan overleggen we soms langdurig wie we nu wel, en wie niet zullen vragen. Wij zijn bij hen indertijd ook geweest, dus nu moeten wij hen ook vragen. En van die en die hebben we toen ook niks gehoord, dus die hoeven wij nu ook geen kaart te sturen. Haar wel, want zij is ons petekind, en hem niet, want dan krijg je maar scheve gezichten… En de eigenaar van het feestzaaltje krijgt het precieze aantal door: drieënveertig, onszelf meegerekend.

De cultuur en de tijd waarin de bruiloft van Kana werd gevierd, is een heel andere. Zo’n feest duurde daar zeven dagen. Uitnodigingen werden er niet gestuurd, want iedereen was welkom. Een feest was daar en toen geen onderonsje van een select gezelschap. Die gastvrijheid van toen tref je nu nog aan in sommige culturen. Iedereen kan in- en uitlopen. En zo kwam het waarschijnlijk dat Jezus daar ook was met zijn leerlingen.

Maar als iedereen welkom is en mag meedoen, is het ook geen wonder dat de wijn opraakt.

Bijna vanzelfsprekend denk je daarbij aan allerlei mensen uit zulke gastvrije culturen, die hier gekomen zijn toen het ons goed uitkwam, of aan mensen die vanwege hun levens- of geloofsovertuiging hebben moeten vluchten, of uit pure armoede hier hun heil hebben gezocht. Dan blijkt onze gastvrijheid maar mondjesmaat. Hun aanwezigheid wordt door te veel mensen als een last gezien. ‘Geen moskeeën of islamitische scholen bij ons’, hoor je soms ook christenen zeggen, terwijl wijzelf overal in Afrika katholieke kerken en scholen hebben gebouwd. Ik las over een oosterse monnik, die alle gasten binnenliet met de woorden: ‘Wees welkom in uw eigen huis’. Dat tekende zijn gastvrijheid.

Op zo’n gastvrije bruiloft dus ‘maakte Jezus’, aldus Johannes, ’een begin met de tekenen, en openbaarde Hij zijn heerlijkheid’. Met dat teken laat Jezus zien wie Hij is: degene die van Godswege het leven voor iedereen tot een feest wil maken.

Meer dan eens hebben de profeten van het Oude Testament de relatie tussen God en zijn volk vergeleken met een huwelijk. De joodse gelovige zag God als de bruidegom, en het volk Israël als zijn bruid. Dat beeld is door de eerste christenen, die van joodse komaf waren, overgenomen; zij zagen Christus als de bruidegom, gehuwd met zijn bruid, de jonge kerkgemeenschap, het nieuwe Israël.

En de vraag die we ons vandaag kunnen stellen, is deze: Is onze kerk in Gods ogen een bruid om van te houden, of hebben we het verbruid, hebben we de liefde laten verwateren, en is de wijn op, en het feest voorbij? Soms wel, en soms ook niet.

De kerk is een bruid om van te houden als ze zich laat zien zoals Paulus aan de kerk van Korinte schrijft: veelvormig, veelkleurig, verschillend van gaven en talenten, gastvrij voor iedereen, allen bezield door dezelfde Geest. Die kerk is echter een trouweloze bruid als ze de verschillende gaven niet waardeert, als de Geest gereserveerd wordt voor enkelen, als er geen gastvrijheid heerst.

Hij die op de bruiloft van Kana liet zien dat Hij het leven tot een feest wilde maken, heeft ons allemaal nodig - ieder met haar of zijn gaven - om dat werkelijkheid te laten worden.

Zoeken in Preken Online