Bruiloft van Kana: het echte leven

C-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen

Als jonge priester mocht ik in mijn eerste parochie een oude pastoor dienen die ooit op een feest achter een goed glas wijn, de onvergetelijke opmerking maakte: ‘Water, is dat niet dat spul dat ze onder de bruggen doen? Water! Dat is goed voor milieugroepen. Zij moeten zorgen, dat het schoon is. Water is onmisbaar, maar er is kraak noch smaak aan. Geef mij maar een goed glas wijn!’
Water is onmisbaar, maar echt lekker wordt het nooit. Niet iedereen zal het daar mee eens zijn, maar zeker is wel - en dat heeft het gemeen met zoveel andere zaken - het houdt de mens in leven. Wetten, normen, afspraken, verdragen, verzekeringen, garanties, giro’s en bankafschriften, ook die zijn levensnoodzakelijk! Maar leuk worden ze nooit. Poetsen, bedden opmaken, de ramen lappen, de was doen, allemaal nodig, maar niet echt plezierig. Je zou kunnen zeggen: al het genoemde is voorwaarde voor het echte leven; om dat een kans te geven. Het is nodig om dat in een kader te zetten of een bedding te geven. Het echte leven? Misschien mag je dáár woorden voor gebruiken als: liefde, koestering, tederheid, het aanzien waard zijn. Misschien kun je het typeren met vreugde, plezier, vrije tijd, met vakantie of muziek, en genieten van de natuur, met gezondheid ook. Als mensen trouwen, willen ze van het echte leven horen, willen ze iets van datgene wat ik zojuist opsomde, gezegd hebben. Ze doen daar zelf in hun kleding alle moeite voor. We horen het in de manier, waarop ze teksten formuleren. Ook de gasten op het feest hebben het over dit echte leven in hun toespraken, in de levensloop, op de receptie. De bruiloft is een soort voorproefje: ‘Zo willen we graag, dat het worden zal. Wij, bruiloftspaar en bruiloftsgasten, weten wel dat de gewone dagen komen, maar het échte leven zou zo moeten zijn.’ En op de gewone grijze dagen, regenachtige dagen, ‘waterdagen’, zul je je blijven realiseren, dat het in het échte leven om iets anders gaat.

Het evangelieverhaal van deze dag lijkt zo bedoeld, als een signaal hoe het kan zijn. De bruid en de bruidegom hebben geen naam. Je zou je daarom kunnen afvragen: ‘Wie vieren hier feest?’ Je merkt, als je het verhaal volgt, hoe accenten verschuiven. Het lijkt of Jezus de taak van de bruidegom gaat innemen. Hij zorgt voor overvloed en feestelijkheid en Hij zegt tegen zijn vriend, de bruidegom - en wie anders kan dat zijn dan u en ik: - ‘Kom even bij me zitten en ik Iaat je zien hoe het leven eigenlijk bedoeld is. Ik geef je alvast een voorproefje, er is hier plaats en wijn genoeg.’ Wij vieren hier feest, wij mogen er onze naam aan geven.
Jezus lijkt in dit verhaal tegen ons te zeggen: Lieve mensen, blijf met je leven niet te veel steken in de voorwaardensfeer, in bankafschriften en giro’s, in poetsen en ramen lappen, een huis bouwen en het afstoffen. Blijf niet teveel steken in dat ‘oneigenlijke’ leven, want het zou kunnen zijn dat het echte leven je passeert zonder dat je het genoten hebt. Ook tegen ons als kerkgemeenschap wordt gezegd: blijf niet te zeer hangen aan uiterlijkheid. Wat doet een gebouw er tenslotte toe, of mooie rituelen of voorschriften? Het zijn slechts uitdrukkingen van het verlangen naar vormen van het eigenlijke leven. En dat vormen wij samen. De rest hoort bij de voorwaardensfeer en kan ook weer verdwijnen. Dat kan worden ingeruild voor iets anders dat ons beter past. Het echte leven speelt zich af, waar mensen elkaar koesteren, aanzien geven, leven schenken. Zo is het ieders taak van een ‘slappe boel’ een sprankelend feest te maken.

Zoeken in Preken Online