Water in wijn veranderen, het is de eeuwen door een plezierig mirakel geweest. Plezierige mensen getroostten zich zelfs de moeite om te becijferen hoeveel liter wijn er wel werd geschonken en gedronken op die bruiloft in Kana, Galilea. Zo werd het verhaal goedkoop populair. Welnu, deze woorden van Sint-Jan zijn terecht populair. Ze zijn blijde boodschap voor heel het volk. Ze zijn echter allerminst goedkoop. Integendeel.
Daarvoor moet je het wel goed lezen. Voor één keer lezen we in al onze liturgische boeken een gebrekkige vertaling. Maria zegt namelijk niet dat er geen wijn ‘meer’ is. Ze zegt gewoon: ‘Ze hebben geen wijn.’ Zo staat het geschreven in het Grieks en in het Latijn. Hoe liturgen zich zo blijvend kunnen vergissen… Wel zijn er zes stenen kruiken met water. Reinigingswater. Ritueel water. Mensen dronken ook wel wijn die het hart van mensen verblijdt, maar die landwijn van mensen raakte op. Er was geen overvloed. Zodat mensen telkens opnieuw dorst kregen. Zodat mensen steeds weer verlangden naar de volgende dronk.
Volgens de auteur van het vierde evangelie bestaat er een wijn die alle dorst voorgoed verslaat. Als je daarvan ooit gedronken hebt, verlang je niets anders meer. Dan wordt de mens in zijn diepste dorst voorgoed gelaafd. Dan viert het volk eindelijk de lang verwachte bruiloft. Dan heeft de bruid de bruidegom ontmoet. Voorgoed. Dan wordt elk verlangen vervuld. De zevende kruik zet de zes andere in volle tooi. Het is de voltooiing van wat mensen al eeuwen van God hebben gesmaakt. Met Jezus krijgt alles nu zijn definitieve feestelijke smaak. Hij is de bruidegom van zijn volk. Met Hem wordt vreugdewijn geschonken. Hij is het grote wijngeschenk. Al eeuwen was dit teken van overvloed uitgebeeld en als een utopie uitgedragen in het volk Israël. Nu is het zover.
Voor ons mag dit alles vandaag vreemde, mysterieuze taal zijn. Dat is het ook. Dat is zo omdat wij vreemden zijn geworden ten aanzien van het vak geschiedenis. Daardoor zijn deze woorden voor ons te hoog maar ook te leeg. Wij zijn dermate door de actualiteit geobsedeerd, dat het verleden weinig of geen vitaal belang heeft voor ons bestaan. Wij leven van het ene journaal naar het andere. Van het ene feit naar het onmiddellijk volgende commentaar. Wat daar al jaren of eeuwen aan voorafgaat, is prehistorie. Dat zou wel eens het zwakke punt kunnen zijn van wat wij zo graag de moderniteit noemen. Uiteindelijk maakt dit ons onbekwaam om mensen te verstaan die hun verleden met overtuiging koesteren. Zij koesteren hun verleden, omdat ze gespannen uitzien naar vervulling. Zij verwachten dat hun verwachting ooit eens opbloeit tot nieuw en echt leven.
Sint-Jan zit daarmee goed in zijn thema: Jezus is de vervulling. Met Hem mag de bruid bruiloft vieren. Hij geeft feestelijkheid aan het matte bestaan van mensen. Dankzij Hem wordt ons water wijnig. Wijnwater. Als wij doen wat Hij ons zeggen zal, wordt onze laatste dorst gelaafd. In elk van onze zes kruiken proeven we de zevende wijn. God verdraagt het niet dat mensen voor eeuwig en altijd hun dorst moeten lessen met ersatzvreugde. Hij heeft voor mensen gaven die nooit vergaan.
In Jezus geeft God ons het beste van Zichzelf.