Wees waakzaam; paraat!

C-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Een mens ging op reis. Het was geen vakantietoer, want de tocht ging door de hitte en de droogte van de woestijn. Hij had zich goed voorbereid door te luisteren naar de verhalen van hen, die eerder een zelfde reis hadden ondernomen. Zij hadden hem gewaarschuwd voor de warmte en de dorst, voor de koude van de nacht en ook voor de eenzaamheid van de woestijn. ‘En’, hadden ze hem gezegd, ‘als dat alles op z’n ergst is, zul je menen in de trilling van de hitte op het zand palmen en water te zien. Besteed er geen energie aan, het is gezichtsbedrog, fata morgana!’

De man had het allemaal meegemaakt, hitte en kou, dorst en eenzaamheid. Toen hij bijna niet meer verder kon zag hij gelukkig een oase, palmen en water. Hij herinnerde zich ook de woorden van zijn raadgevers: ‘gezichtsbedrog, fata morgana’ en hij bleef waar hij was.

De inwoners van die oase hebben hem een paar dagen later gevonden: een mens gestorven in het zicht van zijn redding, omdat hij pessimistische verhalen eerder wilde geloven dan zijn eigen ogen.

We hoorden als eerste lezing het verhaal van het joodse volk dat zich gereed maakte voor bevrijding. Onder hen waren er die gezegd hadden: ‘Het wordt niks, wij zijn en blijven gedoemd tot slavernij.’ Maar deze zwartkijkers hadden geen gehoor gevonden. Men had eerder geluisterd naar het eigen verlangen naar bevrijding en naar de profeet die gezegd had: ‘De stok in de hand, de jassen aan, de koffers gepakt en eet tevoren goed, want je zult je krachten nodig hebben.’ Daarom hadden ze hun oude lied van bevrijding al aangeheven. In de kracht van die overtuiging konden ze ook werkelijk bevrijde mensen worden. Wees paraat, vertrouw je hart en je oren.

Ook Jezus spreekt in het evangelie over waakzaamheid. Wakker blijven of wakker worden. Het woord ‘wakker’ komt van ‘waken’. Het heeft te maken met: de ogen open doen, opnieuw gaan zien. En datgene wat je ziet bij je binnenlaten. Geloven heeft daar ook mee te maken. In de nacht van het ongeloof ben je bang en zie je soms spoken. In het heldere licht van het geloof mag het spookachtige, het beangstigende van een vijand, als ‘voorbij’ gezien worden. De vraag blijft overigens, of de angst voor de machten van de duisternis wel zo ‘voorbij’ is. Hebben wij voldoende vertrouwen in het leven? Voelen wij ons ‘gerust’, veilig in Gods handen? Of luisteren we liever naar de donkere verhalen van deze wereld?

Het eenvoudige verhaal van Jezus, dat wij vandaag horen, scherpt misschien opnieuw ons ‘wakker’ in de toekomst kijken. Wat zien wij tegemoet? Het komen van God. Ook al weten we niet hoe het zal gebeuren in ons persoonlijk of gezamenlijk leven, we zien het tegemoet. En met een zeker vertrouwen. Hij komt voor ons zo zeker als het daglicht in de morgen, een daglicht dat volledige bevrijding van alle angst met zich meebrengt. Zo zeker als een oase in de woestijn. Gods komst is geen illusie, geen luchtverplaatsing van de ongelovige, die zegt: ’er is geen God.’ Dat vraagt wel van ons, dat wij ons ’toerusten’ voor zijn komst. Dat wij ons ook gedragen als mensen die de Heer verwachten. Hoe doe je dat, ‘de Heer verwachten?’ Als je aan je zuster of broeder probeert te doen wat Hij belangrijk vindt, zijn ‘gerechtigheid’. Vroeger spraken we vaak van het doen van Gods wil. Dat vinden we nu te beperkt. Het doen van Gods wil slaat misschien teveel op ons persoonlijk leven. Het doen van gerechtigheid omvat meer. Niet alleen wijzelf moeten tot ons recht komen, maar vooral die anderen die geen recht hebben, haast geen enkel recht van bestaan.

Ons waken, wakker zijn en verwachten van de Heer, heeft daarmee te maken. Het is niet alleen een passief afwachten, maar een ’tegemoet verwachten’. We hebben iets om naar toe te leven, beter nog: iets om naar toe te werken. Als je naar de gerechtigheid, die God bedoelt voor arme mensen, toe werkt, op welke manier dan ook, door vurig gebed, door het inzetten van je lijden, door activiteiten die deze samenleving langzamerhand veranderen, dan heb je niets te vrezen. Dan bereiken we de oase van Gods koninkrijk.

Jezus roept ons op om in het doen van deze gerechtigheid te laten zien dat we wakker zijn.

Dat is ook een belangrijk doel van ons wekelijks bijeenkomen: elkaar te wijzen op de aanwezigheid van het Rijk Gods, waar dan ook en hoe klein ook. Opdat we de moed niet verliezen.

Zoeken in Preken Online