Haak niet af!

C-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

De voorlaatste bede van het Onzevader klinkt heel vreemd: ‘Leid ons niet in bekoring.’ Stilzwijgend wordt verondersteld dat God ons dus zou kunnen verleiden om kwaad te doen. En daarom verzoeken we Hem dat niet te doen. Vreemd, want God kan toch niet de bedoeling hebben ons te doen zondigen. De vertaling van die bede is inderdaad wat misleidend. In feite betekent ze: ‘Behoed ons ervoor dat wij uiteindelijk zouden afhaken, dat wij het zouden opgeven.’ Er is echt wel reden om daarvoor te bidden. Een aantal parabels waarschuwt voor het gevaar dat wij zouden afhaken. Zo heeft Jezus het over beheerders die aangesteld zijn door een heer die voor lange tijd uithuizig is. De beheerders komen in de verleiding om te gaan profiteren van die lange afwezigheid en dingen te doen die niet door de beugel kunnen. Ze doen alsof er niets meer te verwachten valt en grijpen naar alles wat ze kunnen vast krijgen. Jezus gebruikt angstwekkende beelden om dat gevaar te bezweren. Hij vergelijkt de terugkomst van de Heer met de mogelijke inbraak van een dief, midden in de nacht.

Daarmee is de situatie van gelovige mensen raak getypeerd. Want wat is geloven? Het is de Heer op zijn woord nemen en vasthouden aan zijn beloften. Intussen is de Heer zelf niet te bespeuren. Hij heeft afscheid genomen en zijn zaken aan ons toevertrouwd. En Hij kan plotseling en totaal onverwacht weer thuiskomen. Zijn beloften gaan tijdens zijn afwezigheid niet meteen in vervulling. Wie gelooft, moet kunnen wachten, lang en geduldig, wakker en waakzaam. Ons is wel beloofd dat het Rijk Gods zal komen, maar er valt niet veel van te merken. Van ons wordt verwacht dat we uitzien naar de komst van de Heer, maar Hij blijft lang weg. Veel te lang. Geloven is leven van beloften die ooit in vervulling zullen gaan, maar niemand weet wanneer en hoe precies. Dat is lastig. Het evangelie spreekt over een nacht die langzaam vordert, tot de tweede en de derde nachtwake. Het blijft stikdonker, niemand komt, hoe lang je ook wacht.

Als gelovigen kunnen we met opperbeste bedoelingen bezield zijn, maar daarom zijn we nog geen helden. We blijven mensen van vlees en bloed. Waarom ‘het er niet van nemen’. We leven toch immers maar één keer. Waarom opkomen voor mooie idealen van gerechtigheid en vrede, als die toch altijd weer te pletter slaan tegen oppermachtig onrecht en geweld? Waarom de moeilijke weg van het evangelie blijven bewandelen? Loont het allemaal wel de moeite? Maken we onszelf niet iets wijs?

Het geloof maakt ons niet immuun voor dergelijke vragen. En het zijn meer dan zomaar vragen. Tijdens het lange wachten kunnen die andere wegen verleidelijk gaan glinsteren. Dan worden het inderdaad echte bekoringen. Daarom is er reden om altijd weer te bidden: ‘Leid ons niet in bekoring.’ Laat niet toe dat wij afhaken. Het wachten duurt immers zo lang en wij zijn ook maar mensen.

Zoeken in Preken Online