Rembrandt is een grote meneer. Zijn Nachtwacht is één van zijn grootste werken. Het is terecht wereldberoemd. Wie Amsterdam bezoekt, mag niet vergeten het museum binnen te lopen waar deze meester zijn meesterwerk mag exposeren. Groot werk.
Van Lucas wordt zoveel gezegd, omdat er zoveel is wat we niet weten. Zo zeggen we onder andere dat hij schilder zou zijn (geweest) van beroep. Hij schrijft in elk geval schilderachtig. Daarom zeg ik een beetje vermetel dat hij in zijn twaalfde hoofdstuk een soort nachtwacht heeft geschilderd.
Waken in het holst van de nacht is in elk geval zijn thema. De ogen helder openhouden, als de nacht per definitie duister is. Zoiets past bij de leerling van Jezus. De leerling ligt het liefst wakker van het Rijk Gods. Dat wakker liggen van de mens zou wel eens meer kunnen betekenen dan voer voor psychologen en psychiaters. Het zou wel eens bepalend kunnen zijn voor de kwaliteit van ons leven. Wat onze slaap beheerst, beheerst ons leven. Het zijn de kinderen, de geliefde, het werk, de belediging, de ziekte, de verboden relatie, de anonieme brief, de roddeltante, de ontrouw van onszelf. Onze nacht is de tijd van ons pijnlijke herkauwen. Het kan ook de tijd zijn van het zalige succes… dan slapen we als een roosje. Zo ervaren mensen hun broze nachtwacht.
Nu hoopt Lucas dat de leerling van Jezus liefst wakker zou liggen van iets wat buiten hemzelf ligt. Hij slaapt als het ware met de battledress aan. Hij houdt de lendenen omgord. Zo staat het beschaafder in het evangelie. De leerlingen houden de lampen brandend. Ze houden ook olie in de buurt. Zo is de leerling. Een wakker mens. Alert, ook in het nachtelijke uur. Hij heeft dromen die zijn eigen complexen en zijn eigen angsten te boven gaan. De zorg om het Rijk Gods beheerst zijn diafragma, zijn schoot, zijn buik en zijn onderbuik. Hij bestaat buiten zichzelf. De zorgen van anderen zijn zijn zorgen geworden. Hij leert te leven boven het niveau van zijn eentonig narcisme. Zo wordt de mens zeker van binnen en staat hij open op wat hem kan geworden.
Daarmee staan we dicht bij de hartslag van Lucas: de mens die z’n zinnen zet op wat God wil, zal eens God ontmoeten als de bedienaar van zijn vreugde. Dat pas zal stevigheid bieden ten aanzien van de velen die de dieven zijn van ons geluk. De nachtwachter die klaar ziet in de nacht, zal wel weten voor wie hij de deur opent en voor wie hij de deur gesloten houdt. Er zijn inderdaad ongure mensen die het Rijk Gods ontwrichten. Wie helder doorziet wat precies op het spel staat, zal de moed opbrengen de toegang tot zijn huis te ontzeggen aan mensen die zijn vreugde bederven. Het zijn vijanden van het geluk. Zij staan de doorbraak van het Rijk Gods in de weg.
Wie leerling van Jezus wil zijn, zal de deuren van zijn hart en zijn geest openen voor Iemand en voor iedereen die bij ons binnenkomt om het gehalte van onze waarachtige vreugde te verhogen. Dat is het echte visioen achter dit stuk: God is niet als een dief die ons onze vreugde ontneemt. Integendeel. Hij wil langs komen om ons te bedienen. Wakker en alert, want de promotie van de mens is Hem boven alles dierbaar. Daarvan ligt God wakker. In zijn nachtwacht gedenkt Hij de mens. Voortdurend schildert Hij de mens tot zijn beeld en zijn gelijkenis.
God is een waker bij dage en bij nachte.