Een schat in de hemel

C-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Nu gaat het niet alleen meer over de rijken. Nu is iedereen uitgenodigd om alles wat hij heeft te verkopen en aalmoezen te geven. In zijn andere boek, de Handelingen van de apostelen, vertelt Lucas hoe deze opdracht in de eerste christengemeente in Jeruzalem letterlijk uitgevoerd werd. Hij is er zo van onder de indruk, dat hij het verhaal zelfs tweemaal vertelt, zoals wel meer gebeurt bij Lucas. Hij doet dat ook met het verhaal over Cornelius, een geschiedenis die hem aan zijn eigen bekering doet denken.

Die eerste poging om het nieuwe dat Jezus hier op aarde bracht toen al te verwerkelijken liep vast. De tijd was er nog niet rijp voor. In die gemeenschap werden ze in hun dagelijks bedrijf met hun neus op de spanning gedrukt die er bestaat tussen het ‘er-al-zijn’ van het rijk Gods en het ‘er-nog-niet-zijn'.

Daar gaat het hier bij Jezus om. Ons is een koninkrijk gegeven. Dat koninkrijk wordt ook hemel genoemd. Het is onze schat, ons vermogen, ons alles. Maar we zijn er nog niet, we moeten onze lendenen nog omgord houden en onze lampen brandend. We zijn nog aan het wachten. Maar we weten waarop. Dat, waar we op aan het wachten zijn, is al onderweg. Het is er dus al wel en tegelijkertijd ook nog niet. Daarom staan we in de wereld zoals Abraham dat deed in zijn tijd. Een gemoedstoestand die de auteur van de brief aan de Hebreeën kort maar krachtig beschrijft. Abraham leeft vanuit een belofte die nog niet vervuld is. Hij gelooft er in, en door dat geloof is hij in staat er trouw aan te blijven. Ook Abraham ziet het heil alleen in de verte aan de horizon van zijn leven. Daarom noemt hij zich een pelgrim, een vreemdeling, een passant hier op aarde, op zoek naar een land dat hem door God beloofd is, waarvan hij weet dat het bestaat. Een land dat hij nog nooit gezien heeft, en waar hij toch zijn leven en zijn hele hebben en houden - Isaak incluis - op ingezet heeft. Wat een manier om te leven!

Het is onze manier. Wij zijn pelgrims, trekkers. Is er iemand onder ons die dat niet weet? We trekken door ruimte, tijd en gebeurtenissen. In zijn boek Breakfast at Tiffany ‘s vertelt Truman Capote van de vrouw Holiday Golightly, die op haar visitekaartje onder haar naam ‘reizend’ liet drukken. We zijn allemaal op weg. Op weg naar waar? Wachtend op wat? Uitkijkend naar wie? Wij zijn beter af dan Abraham. Die kon niet over de horizon van zijn oude bestaan heen kijken. Hij heeft het beloofde land nooit gezien. Wij hebben dat wel. Het is in Jezus aan ons verschenen. In diens leven, sterven en verrijzen.

Jezus investeerde niet alleen alles wat hij had in het rijk van God. Hij investeerde er zijn totale leven in. Dat is wat hij ons vraagt te doen als hij het heeft over dat verkopen van alles wat we hebben en zijn. In plaats van dat precies helemaal letterlijk te nemen, moeten we het begrijpen als een oproep om ons te investeren in de finale uitkomst van het Godmenselijk avontuur. Dat einde is nog niet bereikt, en toch is het er dan al wel.

Het is al lang geleden, maar misschien herinneren sommigen van ons zich nog hoe in 1968 Koosje Koster in de Kalverstraat in Amsterdam gearresteerd werd als een ordeverstoorster omdat ze uit een papieren kruidenierszak krenten uitdeelde aan de voorbijgangers. Toen men haar op het politiebureau vroeg waarom ze dat deed, antwoordde ze: ‘Dan eten ze tenminste een keer uit dezelfde zak.’ Dat is een goede beschrijving van onze uiteindelijke bestemming. Een beschrijving die Jezus geeft in zijn parabel over het bruiloftsmaal, komt op authentieke wijze tot uitdrukking in de tekst van Lucas. Daar gaat het om. Daar zijn we op weg naar toe. Dat is de hemelse uitkomst. Een enorm groots feest!

Deze teksten worden deze week ook voorgelezen in veel eucharistievieringen en bij allerhande communiediensten. Tijdens die vieringen doen we in Jezus’ naam, wat Koosje Koster op haar manier deed in Amsterdam in 1968. We zitten dan aan een tafel waar we met hem - hem en onszelf doorbrekend - ons tot één lichaam eten, bijeen gebracht door dezelfde geest. Een oase op de soms zo dorre tocht van ons leven, een vooruitlopen op wat ons dan te wachten staat, een verwijzen niet naar de lokkende spiegeling van een fata morgana, maar naar de werkelijkheid van de vervulling van Gods belofte. We worden gevraagd ons op die verwachting in te stellen.

Zoeken in Preken Online