19e zondag door het jaar C - 2007

C-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Zusters en broeders,
“Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn, die de Heer over zijn dienstvolk zal aanstellen?”
Misschien denkt u spontaan: “oh, maar dat is niet voor mij bedoeld, hoor”. En toegegeven, mijn eerste idee, wanneer ik de evangelielezing van deze zondag las, was ook: dit gaat vooral over de herders in de Kerk: priesters en bisschoppen.
En ik stond er even bij stil: ben ik, als jonge, pasgewijde priester, zulk een goede dienaar? Verstandig e trouw, bezig met wat de Heer mij heeft toevertrouwd?
En, God zij dank, ik heb de indruk dat ik in de voorbije 4 maanden naar beste vermogen deze opdracht heb waargemaakt.
Is dan de kous af? Natuurlijk niet.
De uitspraken van Jezus in de lezing van vandaag hebben een veel ruime perspectief. Het gaat namelijk ook over ons, over mij en u, die hier samen zijn om te bidden en eucharistie te vieren. We zijn toch allemaal leerlingen van Jezus?
Jezus’ vraag wil ons niet in de eerste plaats doen nadenken over wie er in onze omgeving een goede dienaar Gods is -hoewel dat ook belangrijk is-, maar in de eerste plaats of wij zélf zulke dienaars zijn.
Denken we wel eens na over het einde der tijden, over de wederkomst van Christus, over het oordeel dat Hij zal vellen over ons doen en laten? Of denken we, zoals die slechte knecht “och, de Heer blijft nog wel eventjes weg” en doen we gewoon onze zin?
Aan de ene kant mogen we natuurlijk vertrouwen op Gods barmhartigheid, aan de andere kant is het toch goed om te werken aan bekering, want God zal ook rechtvaardig oordelen.

Broeders en zusters, dit haast oneindige perspectief van verwachting is moeilijk om te dragen als we geen vertrouwen hebben in Gods beloften.
Abraham, hoorden we in de eerste lezing, had zo’n sterk geloof dat hij alles durfde achterlaten om Gods belofte in vervulling te zien gaan. En eigenlijk heeft hij ze nooit helemaal vervuld gezien. Ook Sara, zijn vrouw, vertrouwde op God. En God deed zijn belofte gestand: zij werden de aartsouders van het uitverkoren volk, dat niemand tellen kan.

Wanneer u die passage uit de Hebreeënbrief over Abraham beluisterde, zal u misschien opgevallen zijn dat er, bijna als een refrein, een zinsnede telkens terugkwam. “door het geloof”… Abraham deed geen wonderlijke dingen, het was geen superman of tovenaar. Alleen zijn geloof was voldoende om hem op weg te doen gaan, om te vertrouwen dat God zijn belofte zou houden, tegen alle beter weten in.
Ook voor ons gelden die beloften van God, want alle gelovigen zijn kinderen van Abraham, leert ons de bijbel. Wij mogen meestappen in die eeuwenlange traditie van godzoekers, mensen die eerlijk God een plaats willen geven in hun leven, door hun gebed, maar ook hun woorden en daden. En het lijkt me nogal logisch dat we daar dan ook eerlijk en consequent in zijn. Als we ons vertrouwen stellen op God, hoeven we onze zekerheden niet te zoeken in bezit of macht, sterren of kaarten. In de taal van het Nieuwe Testament, het Grieks, is het woord voor geloof hetzelfde als dat voor vertrouwen. Beide gaan onlosmakelijk samen. Als we geloven in God, als we geloven dat Hij ons bijstaat en beschermt, moeten we dit ook kunnen tonen door op Hem te vertrouwen.
En vanuit dit vertrouwen kunnen we dan de kracht vinden om als goede en verstandige beheerders Gods schepping verder te zetten en deze wereld uit te bouwen tot zijn Rijk, zoals we ook bidden in het Onze Vader: uw Rijk kome. Dat is niet enkel iets waar Hij voor zal zorgen, maar waar ook wij de ruimte voor moeten maken, al was het maar in ons hart.

Laten we nu rechtstaan en dat geloof belijden, één met alle mensen die gedoopt zijn in Zijn Naam, elkaar steunend in geloof en vertrouwen.

Zoeken in Preken Online