Vaak zijn we heel blij met een cadeautje op een verjaardag of bij een andere gelegenheid. Maar het zal ook wel gebeuren, dat je bij jezelf denkt: wat moet ik met deze ‘prul’. Soms trek je een Ia open en vind je de cadeautjes van jaren geleden terug. Was je er blij mee toen? je weet het niet meer. We hebben een hele tijd gespaard om iets te kunnen aanschaffen. Een dag of een paar dagen zijn we er heel blij mee en dan lopen we er verder aan voorbij. Het lijkt alsof het er altijd is geweest. ‘Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak’, luidt het spreekwoord.
Toch is er een blijdschap, die ons langer bijblijft dan in de voorbeelden van hierboven. Ik herinner mij nog een fietstocht, die ik ooit op een lentedag maakte langs de rivier de Maas. Ik weet niet meer in welk jaar, maar ik zou het landschap nog precies kunnen beschrijven. Ik voelde me vrij en gelukkig in de ruimte en ik had voortdurend de neiging te zingen en ik deed het ook als er niemand in de buurt was. ‘Met vreugde geven wij kennis van…’, schrijven mensen bij de geboorte van een kind. Ouders vergeten die vreugde om het nieuwe leven nooit meer. Misschien herinnert u zich die stille zomeravond ooit in de vakantie en het gevoel dat God dichtbij was. Die verliefdheid; die ontmoeting, dat gesprek?
Twee manieren van blijdschap: om bezit of om een relatie. Daarover handelt het evangelie van vandaag. Er komt iemand bij Jezus, die ruzie met zijn familie heeft over bezit. Hoe vaak komt dat niet voor, met name bij erfenissen? Jezus geeft hem antwoord, met behulp van een gelijkenis. Hij lijkt zoiets te zeggen als: Ik heb met bezit niets van doen, want ik ben gekomen om de relaties tussen mensen te dienen. En als je toch iets over bezit wilt horen, pas dan op voor het hebben. Het is gevaarlijk, want bezit kost energie. Hebben smaakt naar meer, naar nooit genoeg. Hebben wekt de jaloezie op van degenen, die niet hebben. Hebben is gevaarlijk, want de mens vergeet door zijn bezit aan zichzelf te werken. Het leven lijkt zich voortaan in zijn bezit te nestelen. Zo vindt hij steeds minder leven in zichzelf. Steeds minder energie wordt gestopt in vriendschap en liefde en steeds meer in de jacht naar hebben en houden. Geld moet rollen, zegt de flierefluiter. En zo is het. Geld moet functioneren in het maatschappelijk verkeer. Geld moet de levensdialoog dienen. Als je het oppot, dient het nergens toe.
Dat geldt overigens niet alleen voor materieel bezit, maar ook voor de mens zelf. Wij zijn immers Gods muntstukken, door Hem gewaarmerkt, van zijn zegel voorzien en door Hem uitgegeven in deze wereld. Om te dienen in het handelsverkeer tussen mensen. Ook dit geld moet rollen. Wij zijn Gods geld en wij mogen onszelf uitgeven. Wee de mens die zichzelf oppot. Wee de mens, die geen verantwoordelijkheid in de wereld op zich wil nemen.
Bezit of relatie? Tot slot een verhaal hierover van Abel Herzberg:
Iemand had twee zonen en toen hij stierf kregen beiden de helft van zijn land. Nu had de ene broer geen kinderen en was dus plotseling een rijk man. De ander had zeven zonen en ondanks de erfenis zou het nooit een vetpot worden.
Die nacht kon de rijke zoon niet slapen. ‘Mijn vader heeft zich vergist’, dacht hij, ‘want ik ben rijker geworden dan nodig, maar mijn broer is arm en hij heeft geen land voor zoveel zonen.’ En hij stond op en ging weg om nog voor de dageraad de grenspalen te verzetten.
Ook de arme zoon lag wakker die nacht. ‘Mijn vader heeft zich vergist’, dacht hij, ‘want ik heb zeven zonen, maar mijn broer is eenzaam. Misschien kan de vadergrond hem troost bieden.’ En hij stond op en ging op weg om nog voor de dageraad de grenspalen te verzetten. Toen de dag aanbrak ontmoetten zij elkaar. Ik zeg je, op die plaats zal de stad van vrede verrijzen.
Ik hoop dat wij erin slagen mogen, u en ik, om ten bate van elkaar de grenspalen van ons bezit te verzetten.