Van Einstein weet ik niet veel. Ik weet enkel dat hij de man is van de relativiteitstheorie. Verder reikt mijn kennis niet. Welnu, bij het lezen van het boek Prediker dacht ik dat er toen, meer dan tweehonderd jaar vóór Christus, ook al iemand was die een soort relativiteitstheorie had gepubliceerd. Het gaat bij hem niet over fysica. Hij heeft het over het leven. Hij filosofeert over de betrekkelijkheid van het leven. Hij heeft het allemaal gezien en meege-maakt. Aan het eind houdt hij het allemaal voor bekeken. Zijn conclusie is: alles is ijdelheid. Alles wat mensen met al hun inzet ook ondernemen, niets is al die moeite waard. Noch het bezit, noch het succes, noch de wetenschappelijke titels, noch de liefde. Niets. Alles is ijdelheid. Het is de taal van de ontnuchterde en ontgoochelde mens die zijn geluk op alle mogelijke wegen heeft beproefd. Hij weet nu dat onze dromen veel te groot zijn en te hoog. De werkelijkheid leert ons bescheidenheid. Mensen zouden best hun lied een toontje lager zingen. Wij zouden vandaag zeggen: het leven is niet zo mooi als het in de films getoond wordt. Het leven is vlak en gewoon.
Dat precies het boek Prediker vandaag door mensen graag gelezen wordt, mag ons niet verwonderen. De geschiedenis van de laatste veertig jaar heeft ons geleerd de vlaggen op te bergen en het strijdlied te staken. We zingen als vanzelf een toontje lager. Als we tenminste nog zingen. We doen net als Prediker: we stellen ons tevreden met kleine vreugden, we zetten kleine pasjes, we komen samen in kleine groepen, we zijn blij met kleine initiatieven hier en daar. Onze grote slogans zijn ijdelheid geworden. Af en toe klinken ze zelfs lachwekkend. Die stijl is over. Wat is er dan aan de hand? Wat blijft ons dan nog over?
Misschien toch Prediker eens verder lezen? Want vergissen we ons niet: deze man heeft ondanks al zijn scepsis het geloof bewaard. Hij heeft nog weet van Gods zegen. Alleen, zijn geloof is stil geworden. Zoals de oude mens die het straatlawaai schuwt en nu warmte zoekt bij de open haard. Daar wordt leven nog met zaligheid beademd. Daar wordt Gods nabijheid nog geproefd. In sourdine. Zo heeft de gerijpte mens enkel nog boodschap aan het échte dat alle schijn heeft overleefd. Terecht wordt het boek Prediker daarom een wijsheidsboek genoemd. Er staat wijsheid in.
Prediker leert mensen zeer veel over wat leven is. Hij leert ons dat bezit de mens eenzaam maakt en hem zonder vrienden laat. Hij leert ons dat de geliefde nooit in al zijn/haar gekke verlangens kan worden gevolgd. Hij leert ons dat de wetenschapper moeilijk tot ontmoeting komt en dat de vedettemens zo moeilijk tot luisteren bekwaam is. Welnu, zo leert Prediker, daarin investeren wij al onze dagen en onze nachten, al onze relaties en onze talenten. En dat loopt nergens op uit. Tenzij op.. . droeve leegte.
Twee eeuwen later zal Jezus hetzelfde zeggen: ‘Geen enkel bezit kan uw leven veilig stellen!’ Zo staat het opgetekend bij Lucas. We lezen het vandaag voor de zoveelste keer. In de hoop dat wij het nooit vergeten. In de hoop dat wij ons geluk nooit meer op de versleten wegen gaan beproeven. Prediker leert ons een andere weg: de schatten liggen misschien op onze zolder. Waar wij zo weinig de gebruiksaanwijzingen gaan zoeken voor ons geluk. Wie teveel omwegen maakt, komt nooit thuis in zijn eigen huis.
En God woont zo graag op ons adres.