17e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Heeft bidden wel zin? Misschien stel ik hier een rare vraag. Natuurlijk heeft bidden zin!

Maar over welk bidden gaat het hier in de lezingen en wat betekent bidden voor onze manier van leven?

De ontmoeting van Abraham met God vindt plaats in de dreigende situatie van twee verloederde steden. Onrecht, seksueel misbruik, uitbuiting van gasten en onrecht vieren hoogtij. Lot, de neef van Abraham, woont er. Abraham maakt zich grote zorgen over Lot en zijn familie. Als het zo doorgaat loopt het uit op de ondergang van beide steden. God hoort Abrahams bidden. God wil weten wat Abraham bezighoudt. God laat zich raken door Abrahams vraag. Hij voelt zich erbij betrokken. Het komt zelfs tot een heftig gesprek tussen Abraham en God. Ze kijken als het ware elkaar recht in de ogen. Het bidden krijgt de vorm van een debat.

De vraag is: hoeveel rechtvaardigen — mensen die gerechtigheid doen — kunnen de stad redden? Wanneer is het punt bereikt dat de steden reddeloos verloren zijn, omdat er geen hoop meer is? Bloedserieus wegen Abraham en God af; Abraham dingt vrijmoedig af op zoek naar de uiterste grens. Die ligt bij tien rechtvaardigen. Dat is het minimum aantal burgers voor een levensvatbare gemeenschap. Wanneer de steden niet levensvatbaar blijken, worden ze aan hun lot overgelaten en eindigen ze in de chaos van voor de dagen van de schepping. De bewoners leven los van God, ze zijn aan zichzelf overgeleverd. Slechts Lot en zijn gezin worden gered.

Bidden is het leven onder ogen zien zoals het is. En luisteren naar alles wat er in meeklinkt. Abraham bidt niet voor zichzelf. Alhoewel, zijn familie gaat hem wel ter harte. Bidden is voor Abraham: horen wat mensen zeggen en horen wat God zegt. Bidden leidt niet direct tot snelle conclusies of overhaaste beslissingen. Abraham beslist niet wat er moet gebeuren. Abraham laat zich leiden door de diepte van het leven, door de bron van het bestaan. Voor Abraham is God de bron van zijn bestaan.

Het bidden van Jezus loopt na het korte ‘Onze Vader’ uit op vertrouwen, dat God ons bidden hoort en verhoort. Gebedsverhoring! Dat woord heeft vaak geleid tot misverstanden, als zou bidden zoiets zijn als: wij vragen en God zorgt er dan wel voor. Niet dus!

Als Jezus bidt doet hij dat in alle vertrouwen op zijn Vader. Ik versta het vertrouwen van Jezus als: je kunt God alles voorleggen. Ik zeg wel: voorleggen. Niet afgeven! God zal de problemen niet zomaar oplossen, toch niet zoals wij het willen!

Bidden is immers leren ons te laten bevrijden van wat ons bezwaart door Jezus. Jezus moet onze problemen niet oplossen. Maar wij kunnen ze wel aan Hem voorleggen, met hem ‘bespreken’. Hebben we daarbij wel voldoende aandacht voor Gods Geest?

Wij geloven toch in zijn Geest die ons is gegeven. Mag zijn Geest van kracht, sterkte, geduld, vrede, liefde ons doordesemen? Zijn wij nederig genoeg om Gods Geest in ons te laten werken?

Bidden is dan ook niet vrijblijvend. Het verbindt ons dieper met onszelf en met de mens voor wie wij bidden, het betrekt ons bij de noden in de wereld. Bidden leidt tot aandachtig leven, vanuit Gods Geest, om niet bij de pakken te blijven zitten. Bidden is verlangen naar leven vanuit de Geest!

Het gebed van Jezus begint bij God onze Vader. Het leidt naar het heiligen van Gods naam en het doen van zijn wil, zijn verlangen. Waar wij bidden om brood, zal de Geest ons leiden in ontvangen en delen, als vandaag brood op deze tafel, als thuis het brood van leven.

Bidden om de geest opent ons voor de nood om ons heen. Het inspireert ons mee te doen om gewoon de ander te helpen, die ons nodig heeft.

Dat lost niet alle ellende van de wereld op, maar brengt ons wel dichter bij God, bij onszelf en de ander. Bidden is broodnodig. Wij leven toch niet enkel voor onszelf?

En juist daarom zijn wij hier samen.

geïnspireerd op Tijdschrift voor verkondiging

Zoeken in Preken Online