Tussen alle berichten die de laatste maanden over de gezondheid van de Nederlandse bevolking verschenen zijn, viel me eentje in het bijzonder op. Daarin stond dat gevaarlijk dikke kinderen in de strijd tegen hun overgewicht weliswaar moedig begonnen aan een dieet of aan een sport, maar nauwelijks in staat waren dat vol te houden. Hun begeleiders hadden geprobeerd ze met peptalks of straffen te motiveren. Maar dat was niet gelukt. De kinderen hadden gezondheidsklachten en werden op school gepest. Maar ook dat zorgde niet voor het gewenste effect. Ten einde raad probeerden de begeleiders het door ze allemaal een bekende Nederlandse voetballer als coach mee te geven. Tot hun verrassing veranderde alles. De kinderen kwamen in beweging: ze lieten zich tot conditietraining verleiden, aten beter en kwamen op een gezond gewicht terecht. En dat bleef zo, zolang ze mochten praten of sms-en met hun held.
Opmerkelijk, vonden de onderzoekers. Maar misschien is het helemaal niet zo vreemd. Want iedereen weet dat wie zich verveelt, wie ongelukkig is of verdriet heeft, anders met eten omgaat dan iemand die gelukkig is en goed in zijn vel zit. Honger kan niet alleen in je maag zitten, maar ook in je hart. En soms probeer je de honger van het hart te stillen met eten voor je maag. Het probleem van de kinderen was geen eetprobleem, maar een probleem van een onbevredigde honger van het hart. Daar leefde het verlangen iemand te zijn. Daar leefde de hoop hun leven zin te geven door te geloven in dromen en idealen. Daar leefde de honger naar aandacht, liefde en vertrouwen. Door de komst van de voetballers konden de kinderen wegen vinden waarlangs ze de honger van hun hart konden stillen. Dat veranderde hun leven.
Wie of wat voedt je echt? Waar leef je van op? Hoe blijf je op krachten? Gaat het dan om een vakantie? Een goed boek? Werk dat zinnig is? Het goede dat je voor anderen kunt doen? Mensen zoeken langs vele wegen voedsel voor het hart.
De evangelisten maken meer dan eens melding van grote groepen mensen die naar Jezus toe kwamen. Zij hadden honger, vertellen ze erbij. Honger naar woorden die troosten en vergeven. Honger naar contact dat respectvol en genezend is. En naar een boodschap die je hart zo raakt, dat je weet waarvoor je leeft. Aan het eind van zo
<< de rest van de tekst is verloren gegaan »