Wie van beide vrouwen komt u het meest sympathiek voor: Marta, die zich bezorgd voor haar gast uitslooft om een goed maal voor hem klaar te maken, of Maria, die rustig met de handen in haar schoot naar Jezus luistert? Toen ik die passage eens voorlas in een vergadering, zei een vrouw: “Ik voel mij door die tekst voor schut gezet. Ik ben elke dag van ‘s morgens tot ‘s avonds aan ‘t werk. Ik zou ook wel eens graag met mijn handen in mijn schoot naar iemand zitten luisteren, maar het huishouden moet gedaan worden, en niemand doet het voor mij. En ook Jezus schijnt mijn werk niet naar waarde te schatten.” De meeste vrouwen zullen zo wel denken. Ze zien echter daarbij toch iets belangrijks over het hoofd.
Om dit verhaal op zijn juiste waarde te schatten is het goed het terug te plaatsen in de tijd van zijn ontstaan. Wie in de oudheid op reis was, was gewoonlijk aangewezen op gastvrijheid. Dat was bijzonder het geval in het vroege christendom dat werd verspreid door rondtrekkende geloofsverkondigers. Er waren natuurlijk vrouwen die er een eer in stelden een verkondiger zo royaal mogelijk te ontvangen, wanneer hij bij hen te gast was; zelfs zo royaal dat zij er niet toe kwamen ook nog een beetje te luisteren naar wat hij te zeggen had. Blijkbaar ter attentie van die vrouwen vertelt Lucas de passage die wij zojuist gelezen hebben.
Wat is het beste deel dat Maria uitgekozen heeft? Wat is het precies dat Jezus bij Marta mist en bij Maria vindt? “Maria zette zich aan de voeten van de Heer en luisterde naar zijn woorden”, zegt de evangelist. Het was helemaal niet gebruikelijk dat een vrouw aan de voeten van een joodse rabbi ging zitten om naar hem te luisteren. Dat was een voorrecht van zijn leerlingen, dus mannen. Joodse rabbi’s lieten geen vrouwen toe als leerling. Een vrouw was alleen goed om de rabbi te bedienen.
Misschien zonder het te beseffen breekt Maria hiermee dus een stuk conventie af en dringt zij door tot het domein van de mannen. Maria begrijpt: wat deze rabbi te zeggen heeft, is belangrijk voor mijn leven. Om dat levensnoodzakelijke niet te moeten missen trekt zij zich niets aan van de haar toegewezen rol.
Marta blijft in haar conventionele rol van huisvrouw en doet beroep op Jezus: “Zeg haar dat zij mij moet helpen”. Zij had zich blijkbaar nooit afgevraagd of ze wel gelukkig was met de rol die de samenleving haar opdrong. Misschien benijdde zij haar zuster die zulke remmingen niet had. Jezus schijnt haar te begrijpen. Hij keurt niet af wat zij doet, Hij houdt haar wel een spiegel voor. Marta vindt het bezoek belangrijker dan de gast, een fout die gastvrouwen gemakkelijk maken. Hoe voornamer de gast is, des te groter is de bekoring te laten zien dat je een goede gastvrouw bent. Is het niet beter je bezig te houden met de gast, te luisteren naar wat hij te bieden heeft, dan de bezorgdheid: wat zullen we de gast voorzetten?
Jezus moedigt Maria aan om niet alleen bezig te zijn met potten en pannen en zich op te sluiten in haar kleine huiskamer. Vrouwen mogen zich vrij maken om te luisteren naar Gods woord; tijd nemen voor de dienst van het Rijk Gods en voor de zorg in de christelijke gemeenschap. In onze tijd gaan vrouwen nieuwe wegen, wegen van hoop voor ons allen. Het zijn nog vaak ongebaande wegen en ook veel Marta’s ergeren zich daaraan. Maar zij hoeven daarover niet ongerust te zijn, want zij vinden hun rechtvaardiging in dit evangelie. Wij hopen dat heel veel vrouwen hier de kracht en de moed halen om zich te verzetten tegen de levensvernietigende krachten van onze maatschappij. Zij hebben het beste deel gekozen…