Gastvrijheid is tijd hebben

C-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Dit zijn twee verhalen over gastvrijheid. Ze zijn zeer leerzaam in deze vakantietijd. Want we zijn in deze tijd ofwel gastheer en gastvrouw, ofwel gast. Dus hebben beide lezingen een boodschap voor ons allen. Welnu van een gast zeggen we: een gast en een vis blijven maar drie dagen fris. Dat wil dus zeggen: dat een gastheer of een gastvrouw niet in staat zijn een gast langer dan drie dagen fris te houden, of ze moeten wel een heel goede diepvries hebben waar ze de gast inleggen. En aangezien de meeste mensen veertien dagen vakantie hebben, kun je nagaan wat een stinkende troep het is na veertien dagen.

In feite heeft het evangelie daar iets over te zeggen. Jezus is op bezoek bij twee zussen. Marta slooft zich uit om het haar gast naar de zin te maken. Maria zit op haar luie achterste te luisteren naar de verhalen van haar gast. Marta loopt zich daarover op te winden, kan tenslotte haar mond niet houden en zegt er wat van tegen haar gast. En tot haar verbazing en mogelijk ook tot onze verbazing, krijgt Maria van haar gast nog gelijk ook. Nou vraag ik je toch…

Ja, en toch heeft Jezus gelijk. Wat doet Maria dan meer of beter dan Marta? Marta loopt te redderen, te zorgen, van alles en nog wat aan te slepen. Maria doet helemaal niets anders dan op haar gemak luisteren. Maar we zien niet wat zij doet. Zij doet in feite veel meer, dan Marta die maar loopt te hollen en te draven. Een verpleegster, die op het bed van een terminale patiënt zit te luisteren naar zijn verhaal, krijgt op haar donder omdat ze haar werk niet doet! Maar dóét ze haar werk niet omdat ze niet met een steek en medicijnen rondloopt?

Weet je wat het is? Sommige mensen hebben plenty geld. Ze kunnen daar heel royaal mee doen. Ze wekken daarmee de indruk dat ze geweldig gastvrij zijn, want ze overladen hun gasten met weldaden. En veel gasten zijn daar ook heel dankbaar voor. Ze komen graag en veel bij zo’n royale gastheer. Maar of ze altijd zo welkom zijn, is nog maar een vraag.

Alle mensen hebben evenveel tijd. Er is niemand die kan zeggen: ‘Ik heb minder tijd dan jij’. Je hebt allemaal veertig, vijftig, zestig, tachtig jaar tot je beschikking. Dus eigenlijk kan niemand zeggen: ‘Ik heb geen tijd’. Iedereen heeft tijd, evenveel tijd.

Maria geeft heel bewust een deel van haar tijd aan haar gast. In feite doet Marta dat ook, maar ze doet het niet bewust. En daarmee geeft Maria het kostbaarste wat ze heeft aan haar gast. Als Jezus tegen Marta had gezegd: ‘Kom er nu eens gezellig bijzitten, dan had Marta heel zeker gezegd: Heer, daar heb ik momenteel echt geen tijd voor'.

Tijd is geld, zeggen we. Onzin natuurlijk, want tijd is niet te betalen met geld. Geld rolt trouwens van je weg, maar het rolt met hetzelfde gemak weer naar je terug. Maar tijd heeft iets onherroepelijks. Tijd die je aan een ander geeft komt nooit meer bij je terug. Tijd is dan ook ons kostbaarste bezit. Het is ons leven dat onherroepelijk voorbijgaat. Tijd kun je maar op één manier besteden. Je kunt je tijd niet nog een keer gebruiken. Die paar minuten waarin jullie naar deze overweging hebben geluisterd, komen nooit meer terug. Die zijn verstreken, voorbij, voorgoed. Wie dit beseft, beseft tegelijkertijd dat het een kostbare, unieke gift is als je tijd hebt voor een ander. Dan geef je echt iets weg, dat krijg je nooit meer terug.

Dat is iets om over na te denken als je aan iemand vraagt: ‘Heb je tien minuutjes voor me?’, of als je door iemand gevraagd wordt: ‘Heb je even tijd voor me?’. Je vraagt dan nogal wat. Je vraagt iets onherroepelijks, iets heel kostbaars, want alle mensen hebben een beperkte tijd. En als je daarvan tijd aan een ander geeft komt die nooit meer bij je terug, kun je die tijd nooit meer gebruiken.

En dat is exact wat Maria aan haar Heer geeft: tijd. Ze zit op haar achterste alleen maar te luisteren naar Hem. Eigenlijk dus hetzelfde wat jullie nu zitten te doen in de kerk. Daarom krijgt zij een compliment van de Heer. De Heer laat zien wat het diepste van de gastvrijheid is: tijd hebben voor een ander. Dan kan er een band groeien tussen gastheer of gastvrouw en gast. En dan blijft een gast wel wat langer dan drie dagen fris.

Hebben jullie nog tien minuutjes voor me? Nee? Goed, ik kan het begrijpen. Dan stop ik maar.

O ja, nog even dit: als je bij iemand op bezoek gaat bel dan even op of het wel gelegen komt…

Hoe zouden mensen die geen telefoon hebben dat nu regelen?…

Zoeken in Preken Online