- Jezus is te gast bij de zusters van Lazarus in Bethanië, dicht bij Jeruzalem. We lezen dat Jezus echt van hen hield (Joh. 11,5). Ook Lazarus wekte Hij op. In de dagen voor zijn lijden vertoefde Hij herhaaldelijk bij hen (Joh. 12,1; Mt 21,17;26,6; Mc. 11,11;14,3). Bij hen kon Hij ‘thuis komen’.
- Martha en Maria zijn twee zussen met verschillende temperamenten, die ook op hun eigen wijze gastvrijheid bewijzen. Martha hecht veel belang aan de maaltijd, en maakt zich druk. Jezus had reeds gezegd hoe de zorgen van het leven Gods woord kunnen verstikken (Lc. 8,14). Maria is de vrouw die het woord van de gast gastvrij ontvangt. Het verhaal eindigt met een uitspraak van Jezus die vragen oproept: “Maria heeft ‘het goede deel’ verkozen” (meestal vertaald door: ‘het beste deel’); feitelijk: ‘het (enig) goede deel’ (Gr.: την αγαϴην μεριδα). Wat is hiermee bedoeld?
1. Jezus verwijst naar de onmisbare grondhouding van de gelovige.
-
De godsdienst van Israël was de godsdienst van het Woord, en daarom de godsdienst van het luisteren. De Jood kende het gebed dat aan zijn deurposten bevestigd was en dat hij dagelijks bad: “Luister Israël, de Heer is uw God en de Heer alleen…” Dat was zijn leefregel: “Luister”. Hij moest leven niet van wijsheid van mensen, maar van een wijsheid die van elders kwam. Met deze regel stond of viel het Godsvolk. Die regel was van levensbelang. Hij deed de mens in harmonie leven met Gods droom en zijn heilswil. Het drama zou erin bestaan niet meer naar God te luisteren.
-
Jezus zelf was het mens geworden Woord van God. Hijzelf stond ononderbroken gekeerd naar de Vader, niet als een vriend maar als Gods Zoon. Om dit ook als mens te beleven zien we hoe Jezus vaak, ook in de nacht, vooral in de bergen alleen ging bidden. Van aanschijn tot aanschijn. Hijzelf was de levende en volste Godcommunicatie geworden, zodat Hij zeggen mocht: “Ik heb niet uit mijzelf gesproken, maar de Vader die Mij zond, Hij heeft mij opgedragen wat Ik zeggen moet.” (Joh. 12,49). En daarom zei Hij onomwonden tot Philippus: “Wie Mij ziet, ziet de Vader” (Joh. 14,9). Alleen vanuit deze Vaderrelatie is Jezus van Nazareth verstaanbaar (Benedictus XVI).
-
Alle groten van het Godsvolk kenden de kunst van het luisteren en het ge-hoor-zamen. Abraham gaf gehoor aan Gods woord en ging op tocht zonder te weten waar hij komen zou; hij ontving God gastvrij (Gen. 18,1-10; eerste lezing) en hem werd Izaak geschonken, die hij bereid was in ge-hoor-zaamheid weer af te staan. Mozes beluisterde God bij de braamstruik en op de Sinaï, en daar ontsprong het liefdeverbond van God met zijn volk. Samuël zei in zijn roepingnacht: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert”, en hij werd Gods uitverkoren profeet. De nog jonge koning Salomo vroeg de Heer om een hart dat luistert, en daarom ontving hij een wijs en verstandig hart. Heel de redding lag en ligt in deze harmonie en in de eenheid, gevormd door het luisteren naar Gods woord.
-
Deze Maria staat in die rij van de groten van Israël. Zij beluistert Jezus’ woord kort voor zijn lijden en sterven, en ze vat de diepe betekenis van zijn zending en het ware heil van Gods volk. Niet het handelen wordt veroordeeld; maar het handelen, dat niet getoetst wordt aan Gods woord. In confrontatie met God worden we anders, zien we anders, verlangen we anders, doen we anders.
2. De ware redding van de mens ligt in het luisteren naar Gods woord.
-
De H. Augustinus wist dat de onge-hoor-zaamheid bij hen voortkwam, van wie het hart door eigenzinnigheid van God was vervreemd. Ooit verweet het materialistisch marxisme het christendom dat het de oorzaak was van de zelfvervreemding van de mens: “Godsdienst was opium, drug die de mens verdoofde uit de realiteit”. De mens echter is in wording. Hij wordt juist zichzelf, als hij durft opkijken naar God, die hem gedroomd heeft als zijn beeld en gelijkenis.
-
Het hoeft geen betoog hoe onze samenleving aan tal van kwalen lijdt, verziekt tot in haar wortels. Daar is de wereld van de genotcultuur die mensen verslaaft aan drank, drug en seks; de wereld van de mediageile hoogmoed, die alles veil heeft voor persoonlijk succes; de wereld van haat en weerwraak, die openspat in machtswellust en geweld. Het is de wereld die de mens zelf wil maken autonoom, buiten Gods woord, waarbij de ware ethische normen zelfs bij wet worden verloochend. Het leven zelf wordt misprezen. Lijden wordt zonder zin en uitzichtloos. Liefde werd schaars. Een wereld zonder innerlijke eenheid en zonder harmonie. De ware zelfvervreemding.
* In ons leven Martha en Maria samen. De drang om veel te handelen, zelfs voor het goede op gevaar dat we ons erin verliezen, ons versnipperen, zonder te zien waar het uiteindelijk om gaat. De koorts en de stress van het activisme is eigen aan onze hedendaagse westerse cultuur. Dat is de uiterst bedrijvige Martha. De Maria in ons laat ons even stil worden voor het wezenlijke dat God ons voorstelt. In die ontmoeting wordt ons werk van binnenuit gewijzigd. ”Zalig, zal Jezus straks zeggen, die het woord van God beluisteren en daarnaar handelen” (Lc 11,28). Jezus bracht ons Gods woord, de uiteindelijke ontsluiering van God zelf. Door dit inzicht wordt het werk aan deze wereld anders. Zijn woord is de enige sleutel voor die betere wereld. ”Het enig noodzakelijke”.