Evangelieprikje (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

In geëmancipeerde tijden zoals de onze zelf pretendeert te zijn, zou het evangelieverhaal van vandaag niet meer mogen bestaan. Maar soortgelijke taferelen bestaan nog, in enkele gevallen zijn de Martha’s vervangen door mannen, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Vandaar dat daar in bepaalde gezinnen nog altijd ruzie wordt over gemaakt. Andere gezinnen proberen het op voorhand op te lossen door bv. eten te voorzien waar weinig werk aan is of waar je op voorhand veel kan aan doen. Ze doen dat uiteraard niet omwille van dit bijbelverhaal, maar omdat ze anders niks gehad hebben aan het bezoek. En dan zitten we meteen bij de kern van dit schijnbaar zo onschuldig tafereeltje: je kan zodanig bezig zijn voor je gasten dat je geen tijd meer hebt om nog bezig te zijn met je gasten. Ben je dan nog wel goed bezig? Het lijkt op een voetballer die ’s avonds de straten afschuimt om kaarten te verkopen voor de jaarlijkse barbeque en daardoor geen tijd heeft meer heeft om naar de training te gaan. Het zal niet lang duren vooraleer de trainer hem op het matje roept: een voetballer moet zijn prioriteiten kennen. Daarmee is niet gezegd dat hij geen kaarten mag verkopen of dat dit niet belangrijk is. Dit verhaal van Maria en Martha gaat dieper dan een voorvalletje in een huis van een ADHD-zus avant la lettre en een schijnbaar luie Trees. Het gaat uiteindelijk over hoe wij ons geloof beleven.

We leven in een kerkgemeenschap die steeds kleiner wordt, maar dat neemt niet weg dat mensen nog altijd heel veel verwachten van die Kerk en er nog heel wat noden zijn. Het is dus heel verleidelijk om Martha te worden: druk in de weer met van alles en nog wat. En als er je iemand vraagt of je niet te veel hooi op je vork neemt, word je net al zo bitsig als Martha: je doet het toch voor de goede zaak? Je steekt uren in vergaderingen van parochieploeg, catechese, … Iemand moet het toch doen? Je ziet al het werk dat nog ligt te wachten e je bent bezorgd, druk bezig om nog zoveel mogelijk te redden. Op zich is daar natuurlijk niets op te zeggen, alleen: je spant de kar voor het paard. Wij kunnen Gods liefde maar zichtbaar maken in deze wereld als wij ons laten vollopen van die liefde. Een christen die heel veel doet voor het geloof maar geen tijd meer heeft om nog bezig te zijn met God, gaat heel vlug uitgedoofd geraken. Een mens alleen kan dit niet aan: al vlug verander je van een mens die vol vertrouwen in het leven zou moeten staan in een mens die bezorgd is om alles en nog wat. Dit is geen pleidooi om alleen nog maar te bidden en je niks meer aan te trekken van wat er nog allemaal kan gedaan worden, integendeel. Inzet en naastenliefde zijn ook belangrijk, dat hoorden we vorige week nog in de parabel van de barmhartige Samaritaan, maar zij vloeit voort uit gebed en bijbellezing, uit een relatie tussen jezelf en God. Is het bijvoorbeeld niet erg dat een parochieploeg geen tijd zou investeren in gebed en bijbel? Uiteraard is dat erg, alleen, het gebeurt wel. Sommige mensen leven in de waan dat ze het allemaal wel weten en dat ze die bijbel nu onderhand wel kennen en dat naastenliefde het mooiste gebed is. Als het zover gekomen is, wat is dan nog het verschil tussen een humanist en een christen? Een humanist doet ook veel goede werken en we mogen dankbaar zijn dat ze er zijn. Van een christen mogen we ook hopen dat hij veel goede werken doet, maar hij doet het vanuit een bepaalde relatie, vanuit een bepaalde bron. Voor de humanist zijn de goede werken het doel, voor de christen zijn ze maar uitdrukking van.

Je kunt dit verhaal ook totaal verkeerd lezen als een confrontatie tussen contemplatie en inzet. Ik denk niet dat de bijbel deze twee manieren van geloven uit elkaar wil trekken of tegen elkaar wil opzetten. Voor wie daar mocht aan twijfelen: Abraham wordt door de eeuwen heen geprezen o.a. om de gastvrijheid die hij verleende aan de drie mannen die hem kwamen bezoeken. De oude man liep, nog wel in het heetste van de dag, van hier naar daar om het zijn gasten naar hun zin te maken. Zijn gastvrijheid was overvloedig (met het deeg kon je een klein leger te eten geven), maar hij nam ook de tijd om te luisteren naar wat de mannen te vertellen hadden. Geloven kan maar beginnen bij echte gastvrijheid en daar is werk aan. Als wij God willen ontvangen, toelaten in ons leven, dan moeten we ons daar op voorbereiden, een klimaat scheppen waarin we onbevangen kunnen luisteren. En daarna is er weer de inzet. Die inzet en contemplatie lopen door elkaar en altijd opnieuw moeten we ons afvragen wat het belangrijkste is. Als iemand berooid op de weg ligt, is gebed en ritus geen excuus om je naaste niet te helpen. Anderzijds, als je Jezus gastvrij wil ontvangen in je leven, moet je eens kunnen ophouden met druk bezig zijn en je zorgen maken.

In het leven van elke gelovige moet er contemplatie en inzet zijn. Bij de een zal het ene wat meer doorwegen dan het andere, maar beiden zijn nodig. Een reporter die op een dag aan moeder Theresa vroeg of ze niet beter wat meer mensen zou helpen in plaats van te bidden, begrijpt van geloven dan ook geen snars.

*Heer,
ook wij moeten nog leren wat er echt belangrijk is.
Hoeveel tijd gaat er niet verloren aan belachelijke dingen
terwijl U aan de kant gezet wordt.
Leer ons opnieuw kiezen voor U en voor onze medemensen.*

Evangelieprikje zestiende zondag door het jaar C: Lc

In geëmancipeerde tijden zoals de onze zelf pretendeert te zijn, zou het evangelieverhaal van vandaag niet meer mogen bestaan. Maar soortgelijke taferelen bestaan nog, in enkele gevallen zijn de Martha’s vervangen door mannen, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Vandaar dat daar in bepaalde gezinnen nog altijd ruzie wordt over gemaakt. Andere gezinnen proberen het op voorhand op te lossen door bv. eten te voorzien waar weinig werk aan is of waar je op voorhand veel kan aan doen. Ze doen dat uiteraard niet omwille van dit bijbelverhaal, maar omdat ze anders niks gehad hebben aan het bezoek. En dan zitten we meteen bij de kern van dit schijnbaar zo onschuldig tafereeltje: je kan zodanig bezig zijn voor je gasten dat je geen tijd meer hebt om nog bezig te zijn met je gasten. Ben je dan nog wel goed bezig? Het lijkt op een voetballer die ’s avonds de straten afschuimt om kaarten te verkopen voor de jaarlijkse barbeque en daardoor geen tijd heeft meer heeft om naar de training te gaan. Het zal niet lang duren vooraleer de trainer hem op het matje roept: een voetballer moet zijn prioriteiten kennen. Daarmee is niet gezegd dat hij geen kaarten mag verkopen of dat dit niet belangrijk is. Dit verhaal van Maria en Martha gaat dieper dan een voorvalletje in een huis van een ADHD-zus avant la lettre en een schijnbaar luie Trees. Het gaat uiteindelijk over hoe wij ons geloof beleven.

We leven in een kerkgemeenschap die steeds kleiner wordt, maar dat neemt niet weg dat mensen nog altijd heel veel verwachten van die Kerk en er nog heel wat noden zijn. Het is dus heel verleidelijk om Martha te worden: druk in de weer met van alles en nog wat. En als er je iemand vraagt of je niet te veel hooi op je vork neemt, word je net al zo bitsig als Martha: je doet het toch voor de goede zaak? Je steekt uren in vergaderingen van parochieploeg, catechese, … Iemand moet het toch doen? Je ziet al het werk dat nog ligt te wachten e je bent bezorgd, druk bezig om nog zoveel mogelijk te redden. Op zich is daar natuurlijk niets op te zeggen, alleen: je spant de kar voor het paard. Wij kunnen Gods liefde maar zichtbaar maken in deze wereld als wij ons laten vollopen van die liefde. Een christen die heel veel doet voor het geloof maar geen tijd meer heeft om nog bezig te zijn met God, gaat heel vlug uitgedoofd geraken. Een mens alleen kan dit niet aan: al vlug verander je van een mens die vol vertrouwen in het leven zou moeten staan in een mens die bezorgd is om alles en nog wat. Dit is geen pleidooi om alleen nog maar te bidden en je niks meer aan te trekken van wat er nog allemaal kan gedaan worden, integendeel. Inzet en naastenliefde zijn ook belangrijk, dat hoorden we vorige week nog in de parabel van de barmhartige Samaritaan, maar zij vloeit voort uit gebed en bijbellezing, uit een relatie tussen jezelf en God. Is het bijvoorbeeld niet erg dat een parochieploeg geen tijd zou investeren in gebed en bijbel? Uiteraard is dat erg, alleen, het gebeurt wel. Sommige mensen leven in de waan dat ze het allemaal wel weten en dat ze die bijbel nu onderhand wel kennen en dat naastenliefde het mooiste gebed is. Als het zover gekomen is, wat is dan nog het verschil tussen een humanist en een christen? Een humanist doet ook veel goede werken en we mogen dankbaar zijn dat ze er zijn. Van een christen mogen we ook hopen dat hij veel goede werken doet, maar hij doet het vanuit een bepaalde relatie, vanuit een bepaalde bron. Voor de humanist zijn de goede werken het doel, voor de christen zijn ze maar uitdrukking van.

Je kunt dit verhaal ook totaal verkeerd lezen als een confrontatie tussen contemplatie en inzet. Ik denk niet dat de bijbel deze twee manieren van geloven uit elkaar wil trekken of tegen elkaar wil opzetten. Voor wie daar mocht aan twijfelen: Abraham wordt door de eeuwen heen geprezen o.a. om de gastvrijheid die hij verleende aan de drie mannen die hem kwamen bezoeken. De oude man liep, nog wel in het heetste van de dag, van hier naar daar om het zijn gasten naar hun zin te maken. Zijn gastvrijheid was overvloedig (met het deeg kon je een klein leger te eten geven), maar hij nam ook de tijd om te luisteren naar wat de mannen te vertellen hadden. Geloven kan maar beginnen bij echte gastvrijheid en daar is werk aan. Als wij God willen ontvangen, toelaten in ons leven, dan moeten we ons daar op voorbereiden, een klimaat scheppen waarin we onbevangen kunnen luisteren. En daarna is er weer de inzet. Die inzet en contemplatie lopen door elkaar en altijd opnieuw moeten we ons afvragen wat het belangrijkste is. Als iemand berooid op de weg ligt, is gebed en ritus geen excuus om je naaste niet te helpen. Anderzijds, als je Jezus gastvrij wil ontvangen in je leven, moet je eens kunnen ophouden met druk bezig zijn en je zorgen maken.

In het leven van elke gelovige moet er contemplatie en inzet zijn. Bij de een zal het ene wat meer doorwegen dan het andere, maar beiden zijn nodig. Een reporter die op een dag aan moeder Theresa vroeg of ze niet beter wat meer mensen zou helpen in plaats van te bidden, begrijpt van geloven dan ook geen snars.

Heer,

ook wij moeten nog leren wat er echt belangrijk is.

Hoeveel tijd gaat er niet verloren aan belachelijke dingen

terwijl U aan de kant gezet wordt.

Leer ons opnieuw kiezen voor U en voor onze medemensen.

Zoeken in Preken Online