Herbergzaam van hart (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Het is moeilijk om Abraham en Sara te evenaren in hun gastvrijheid. Een prachtig bijbels tafereel. Beeld van Oosterse gastvrijheid.

Gulle gastvrijheid maakt altijd diepe indruk en bezorgt de mooiste herinnering. Ze is interessanter dan het schoonste monument..

Door gastvrijheid word ik als vreemde even huisgenoot, goed beseffend dat gastvrijheid haar beperkingen heeft en geen maanden en jaren kan duren. Dit vind je verwoord in gezegden als: “De gast brengt altijd vreugde, is het niet bij het komen dan toch bij het gaan.” Of in deze vergelijking met de vissen: “Eens uit het water, blijven vissen niet lang vers!” In een gastenkamer van een abdij lag een raad van Romano Guardini: “Het gast zijn veronderstelt tact om aan te voelen wat gepast is of niet. Ook de gastvrijheid moet haar grenzen hebben, wil ze niet tot een last worden.”

Gastvrijheid neemt onbekendheid weg. Door de gastvrijheid van een mens krijgt een stad, zelfs een wereldstad, een andere kleur en een vertrouwd gelaat. We kunnen instemmen met de Duitse theoloog Dietzfeldbringer in zijn terugblik op hartelijk onthaal:

“Als jonge man heb ik vaak gedacht en ook zelf ondervonden wat een gevoel van vervreemding ik heb wanneer ik in een grote onbekende stad kom. Zeker als ik er hoegenaamd niets van ken, niets van haar verkeersverbindingen, niets van de taal. Als ik in die onbekende stad ook maar een iemand ken, van wie ik weet dat hij me opwacht in de luchthaven of in het station en dat hij me een onderkomen aanwijst of me mee neemt naar zijn huis, dan is door die ene persoon de stad voor mij niet meer vreemd en onbekend. Wanneer ik later eens mag aankomen in de eeuwigheid, die mij vreemd zal zijn en ongewoon, dan heb ik daar een vriend en helper, die daar thuis is en die mij kent, ja, die mij zelf voor de troon en bij het oordeel niet alleen zal laten.”

In dit getuigenis steekt alweer een rijke gedachte van Romano Guardini. Volgens hem ligt de grootheid van gastvrijheid hierin dat zij een rustpunt is op de weg naar de eeuwigheid. “Zie dat is de diepste zin van alle gastvrijheid: dat de ene mens de andere een rustplaats verleent op zijn grote tocht naar het eeuwige leven.”

Marie Balmary geeft in haar boek Le moine et le psychanalyste een mooie omschrijving voor de hemel als de ruimte waar wij ophouden voor elkaar onzichtbaar te zijn. « Le ciel, c’est le lieu où nous sommes quand nous cessons d’être invisibles les uns aux autres. » Gastvrijheid geeft een voorsmaak van de hemel. Gastvrijheid is ontmoeting en schept de sfeer van thuis te mogen zijn. Gastvrijheid mag de gast niet overstelpen. “Van de armen heb ik gastvrijheid geleerd. Arme mensen zijn gastvrij. Hoe rijker mensen zijn, hoe meer sleutels ze op zak hebben” (Phil Bosmans).

Jezus komt bij Martha en Maria. Beide zusters willen - elk op haar eigen wijze - goede gastvrouwen zijn. Zij ontdekken dat Jezus “de” gastheer is. Hij komt als de “Heer”, die wijst waar het op aankomt. Hij zegt dat wij ons in de drukte niet mogen verliezen. Lucas waardeert in zijn kort verhaal zowel Maria die luistert als Martha die zich uitput in haar grote gastvrijheid. Zij was er te veel door in beslag genomen. Lucas onderschat geenszins het belang van de diaconie, die Martha zo intens beoefent. Hij suggereert ons toch eerst Maria te zijn en dan Martha te worden. Wel te verstaan een Martha, luisterend naar en ondersteund door het Woord van de Heer, en omgeven door broers en zussen in het geloof (Commentaar van François Bovon op het evangelie van Lucas). Wie acht slaat op het Woord van God en zoekt wat van boven komt, is uitgenodigd om van daaruit in liefde elkaar te dienen.

“H**oud de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen” (Hebr. 13, 1-2).

Dit hebben Abraham en Sara ervaren. De kerkvaders hebben de drie bezoekers in de tent van Abraham geduid als de Vader, de Zoon en de Geest. God bezoekt zijn volk. Wij kunnen dit weekend de homilie vervangen door rustig naar een Drievuldigheidsicoon te kijken, liefst deze van Andrej Roebljov (1360 - 1430). Wij zien drie jongelingen (engelen) met een reisstaf in de linkerhand. Een reisstaf als attribuut van de reiziger. De engel in het midden heeft de kleuren van de Pantocrator en stelt Christus voor. De tent is de woonst van Abraham. De rotsen staan symbool voor de woestijn. De boom in het midden is de eik van Mamre, de plaats waar Abraham onverwacht bezoek krijgt. De kelk op de tafel is de voorafbeelding van de eucharistie.

De compositie is open. Er is nog plaats aan tafel. De toeschouwer mag mee aanzitten.

Zoeken in Preken Online