Verzamelde hulp

C-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Wij lezen vandaag het meest bekende evangelie. En wij weten dat het de kern is van het héle evangelie, maar van de andere kant… “Het beneemt je de adem,” zei iemand, “ik heb altijd wroeging als ik dat evangelie hoor”. Kent u dat gevoel ook? Als je het gebod van Jezus over de naastenliefde ernstig neemt, moet je dan voortdurend onder spanning leven?

Als we het evangelie ernstig beleven, worden we misschien onzekere mensen. Maar Gods barmhartigheid en Zijn liefde zullen ons zeker maken. Wij zullen immers nooit de volheid van Gods liefde in ons leven kunnen waarmaken. Wij zullen voortdurend tekort schieten, maar de barmhartigheid van God zal ons ook telkens vrij maken.

Wie is mijn naaste? Dat is het sleutelwoord van dit evangelie. Op de vraag naar de wet, geeft Jezus het antwoord van het hart. Jezus draait gewoon de vraag om. “Wie is mijn naaste?” vroeg de geleerde. Jezus antwoordt: “Wie van de drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in de handen van de rovers viel?” Jij bent niet het middelpunt… niet zoals een spin die midden in haar net zit te wachten, wie haar zal komen storen. Nee, de andere is het middel-punt. Jij moet je naaste ontdekken, jij moet de eerste stap zetten, om zijn naaste te worden. Theorie is er genoeg om te weten wie onze naaste is. Het komt erop aan barmhartig te handelen. Nie-mand moet bepalen wie zijn naaste is. Wij worden opgeroepen door wie ons nodig hebben.

Voor de wetgeleerde moet de parabel van Jezus wel als een elektrische schok gewerkt hebben. Tussen Joden en Samaritanen waren er geen contacten en de priester en de leviet hadden nu ook precies niet verkeerd gehandeld. Zij deden hun plicht. Elke aanraking met vergoten bloed verhinderde hen zeven dagen de heilige dienst in de tempel te mogen verrichten. Dat alles overziet Jezus. Maar tegelijkertijd opent Hij een nieuwe dimensie in het gebod van de liefde: jezelf tot naaste maken van de mens die in nood is. In onze tijd is de wereld een dorp geworden. Er zijn maar enkele minuten nodig om te weten welke rampen de wereld treffen. Het gebod van de naastenliefde overbrugt alle grenzen, is grenzeloos. Elk ogenblik kunnen wij opgeroepen worden voor onze medemens die in nood verkeert, waar ook ter wereld.

Eens viel ‘iemand’…: er wordt niet gezegd of het een Jood of een heiden was, een ongelovige of een gelovige.., iedere mens die hulp nodig heeft, is een oproep van God aan mij.

De barmhartige Samaritaan is geen kapitalist, die alleen grootmoedig iets weggeeft van zijn overvloed. Hij is ook geen marxist, die eerst de structuren wil veranderen en daarna zal handelen. Hij is een realist, die doet wat nu voor de hand ligt en die begint met de meest nabije mens. Als het derde deel van de mensen eens zou doen wat deze Samaritaan deed, hoe zou het er dan in deze wereld uitzien? Denken we maar even aan de gewone noden van elke dag, aan de nood van de mensen die we telkens weer ontmoeten! Misschien gaan er nog veel priesters en levieten voorbij zonder iets te doen. Niets doen is een ramp!

Wie is die Samaritaan uit het evangelie? Het kan alleen de Heer Jezus zijn. Hij is de enige, die altijd en overal helpt. Hij zorgt meer voor ons dan wij voor onszelf kunnen zorgen.

Midden in de woestijn ligt nog altijd de oude vervallen herberg langs de weg van Jeruzalem naar Jericho. In de stenen hebben de pelgrims talloze spreuken gegrift. Onder andere lees je daar: “Als zelfs priesters en levieten aan je levensnood voorbijgaan, weet dan dat Christus je barmhartige Samaritaan is, die zich over je ont-fermt en je in je stervensuur in de eeuwige herberg brengen zal.” Vaak genoeg overvallen mensen elkaar en laten ze elkaar achter op de levensweg. Maar Jezus blijft er altijd als de barmhartige Samaritaan. En tot ons zegt Hij: “Ga en doe evenzo!”

Zoeken in Preken Online