Dit evangelie is eigenlijk het verhaal over de mislukte roepingen. En Lucas plaatst dit verhaal met opzet, terwijl Jezus op weg is naar Jeruzalem, “toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling tegemoet gingen aanvaardde Hij vastberaden de reis naar Jeruzalem”, de stad van zijn lijden en van zijn verrijzenis. Met deze drie verhalen wil Lucas ons duidelijk maken welke de voornaamste hinderpalen zijn om Jezus te volgen. Het is opvallend dat drie mensen die hier bij Jezus komen geen naam hebben, terwijl bij de apostelen heel duidelijk de namen vermeld staan. “Iemand”, zegt Lucas, “een ander en weer een ander”. Zij hebben geen naam, zij hebben de kans van hun leven gemist.
De eerste, “iemand”, biedt zich zelf aan. “Ik zal u volgen, waarheen Gij ook gaat”. Een mooi woord, hij is schijnbaar vol goede bedoelingen, een idealist die droomt van grote dingen. Maar Jezus ziet dat zijn hart nog aan honderd dingen gebonden zit en daar wil Jezus hem attent op maken. Als je Mij wilt volgen dan zul je je veilig holletje moeten verlaten, dan zul je je warm nestje moeten prijsgeven. Dieren die zich moeilijk kunnen verdedigen, hebben hun hol, waarin ze weg kunnen kruipen, waaruit ze niet graag bij gevaren te voorschijn komen. Vogels die blootgesteld zijn aan weer en wind, hebben een warm nestje, dat hen geborgenheid biedt tegen storm en koude. Wie Jezus wil volgen mag niet wegkruipen in zijn holletje, hij moet de gevaren van deze tijd durven trotseren; hij mag zich niet verbergen, waar het gaat om op te komen voor de gerechtigheid, voor de armen en marginalen. Je moet een christen durven zijn in weer en wind, blootgesteld aan kritiek en bespotting. Die eerste leerling is weggegaan, hij heeft niet de moed gehad om zijn grote dromen in werkelijkheid om te zetten.
“Weer een andere”, komt zelf naar Jezus, hij wil Jezus volgen, maar vraagt: “laat mij eerst afscheid nemen” van mijn huisgenoten, van mijn vriendschappen, van mijn werk. Wat hij vraagt schijnt redelijk te zijn, maar in de kern kan hij geen afstand doen van zijn verleden. Tegen hem zegt Jezus: “Wie de hand aan de ploeg slaat en omziet, is ongeschikt voor het rijk van God.” In Palestina moet de ploeg door de steenrijke bodem getrokken worden, met heel zijn gewicht moet daarom de boer leunen op de ploeg en aandacht hebben voor wat voor hem ligt; als hij dan zou omkijken, zou de ploegschaars direct uit de grond schieten. Zo, wil Jezus zeggen, vraagt het Rijk Gods alle aandacht, achterom kijken naar wat je moet verlaten heeft geen zin, je moet de moed hebben om nieuwe dingen te proberen, je moet geloven en vertrouwen dat God de toekomst in handen heeft.
Deze radicale woorden van Jezus over de navolging komen hard over. Jezus wil ons door deze eisen te stellen niet afschrikken, maar Hij wil wel duidelijkheid scheppen. Hij wil hier ook geenszins de banden met onze familie afbreken, maar Hij wil ons wel de juiste waardeschaal aangeven. In Zijn ogen is niets zo gewichtig dan het Rijk Gods dat nabij is.
Zijn wij niet veel te burgerlijk geworden? Hoe gemakkelijk passen wij ons aan elke situatie aan? Wij willen wel leerlingen van Jezus zijn, maar… eerst hebben wij nog zoveel andere dingen te doen die schijnbaar veel belangrijker zijn. Wij willen wel bidden, naar de Eucharistie gaan, ons in de parochie inzetten, maar… eerst… en zodoende hebben wij geen tijd om onze goede wil in concrete daden om te zetten. Vandaag betekent christen-zijn keuzes maken! Geen woorden, maar daden!