Moeilijk in de omgang

C-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

De bijbel bevat een eindeloze reeks verhalen van mensen die op de een of andere manier met God te maken hebben. Sommigen worden haast verpletterd door zijn nabijheid, anderen voelen zich door Hem in de steek gelaten. Voor sommigen kan de vreugde niet op en voor anderen lijkt aan de ellende geen einde te komen. Maar steeds weer gaat het om die God van Israël, de Onzienlijke, de Eeuwige wiens Naam onuitsprekelijk is. De Schrift is geen boek van filosofie of moraal, maar de neerslag van wat mensen met die God hebben meegemaakt. Die God blijft mysterie, ook wanneer Hij heel dicht bij mensen komt. Hij kan voor mensen de grootste vreugde zijn, en ook de zwaarste beproeving. Hij laat niemand onberoerd.

Ook Jezus heeft geworsteld met de wil van Degene die Hij zijn Vader noemde. Zo staat er, ietwat plechtstatig, te lezen dat Hij vastberaden de reis naar Jeruzalem aanvaardde ‘toen de tijd naderde dat Hij zou worden weggenomen’. Jeruzalem is de stad waar de profeten gedood worden en dat ‘weggenomen worden’ slaat op de kruisiging. Hoe is het mogelijk dat God zo te werk gaat? Hoe kan Hij dat eisen van zijn geliefde Zoon? God blijft mysterie, ook voor wie vertrouwelijk met Hem omgaat.

Onderweg gebeuren vreemde dingen. De Samaritanen verzuimen de heilige plicht van gastvrijheid. Wat ligt meer voor de hand dan God te vragen dat Hij die mensen zou straffen? Maar God laat zich niet zomaar inschakelen om onze rechten en plichten te garanderen. Dat te moeten vaststellen kan pijnlijk zijn..

De drie korte gesprekken die daarna volgen, doen ook heel vreemd aan. Eerst komt iemand zichzelf aanbieden om Jezus te volgen. Jezus zou er alles moeten voor doen om het die be-reidwillige mens zo aangenaam mogelijk te maken. Maar niets daarvan. De man krijgt te horen dat hij het harde lot van de Mensenzoon zal moeten delen. Hij zal niets bezitten en nergens thuis zijn. Is dat de beloning voor wie zich ten dienste stelt van God? Daarna vraagt Jezus zelf aan iemand om Hem te volgen. De man wil wel, maar maakt een gerechtvaardigd bezwaar: hij moet eerst zijn vader begraven. Jezus’ afwijzing is verbijsterend: ‘Laat de doden hun doden begraven…’ Wat kan dat betekenen? Misschien dit: wie eerst met zijn vader in het reine wil komen om daarna pas aan Jezus te gehoorzamen, zet de zaken op hun kop. De Heer mag mensen radicaal en onvoorwaardelijk voor zichzelf opeisen. Weer komt iemand zich aanbieden om Hem te volgen, maar eerst wil hij nog afscheid nemen van zijn huisgenoten. Opnieuw volgt een antwoord in dezelfde zin: het Rijk Gods gaat voor alles.

Heel die passage roept bij ons wrevel en weerstand op. Het zijn evenzoveel flitsen van wat er kan gebeuren als mensen geconfronteerd worden met die onzichtbare, fascinerende en mysterieuze God van Israël. Hij laat niemand met rust. Ook jou en mij niet.

Zoeken in Preken Online