In de ‘Verklaring van de rechten van de mens’ lezen we: ‘Een ieder heeft recht op rust en vrije tijd, namelijk op een redelijke begrenzing van de arbeidsduur en op een periodieke vakantie met behoud van loon’ (artikel 24). In de Bijbel lezen we: ‘Toen God het werk had voltooid dat Hij gedaan had, rustte Hij op de zevende dag, en verklaarde die dag heilig’.
Welnu, wanneer die zevende dag voor de deur staat, dan gebeurt er wat. Fietsen, brommers, auto’s, caravans, jachten worden gepakt. Wierookwolken van uitlaatgassen. Wij gaan ervandoor. Vakantie. Vrij! Stropdas af, zwembroek aan. Jurk in de kast, badpak uit de la. Huis dicht, tent open. Zaak gesloten. Baard laten staan. Lekker doen wat wij willen: luieren, zonnen, zwemmen, lopen. We zijn vrij. Er zijn mensen die normaal om zeven uur opstaan. Maar omdat het vakantie is, en ze kunnen doen wat ze willen, vertrekken ze al om drie uur.
We hebben een drukke tijd achter de rug. Natuurlijk. Dat is het nieuwste statussymbool: onder behandeling zijn van een specialist en het ontzettend druk hebben. Een druk bezette agenda. Iemand die het niet druk heeft, is onmaatschappelijk.
Dus wij hebben het druk, zelfs in onze vakantie. Dan zeggen we: Ik moet vandaag zevenhonderd kilometer maken, anders halen we het niet! Daarom om drie uur wegrijden. En o wee, als degene die de auto moet inpakken, nog niet klaar is, of tien minuten te laat is. Dan begint het pas goed! Nou ja, je zegt er niets van. Je kijkt alleen maar, en je trekt je wenkbrauwen op. Je start de motor alvast, en laat dat heel goed horen! Dat is net genoeg. Binnen vijf minuten is de eerste pop al aan het dansen.
En de eerste twee uur is het akelig stil in de auto. De wraak der stilte. Behalve dan het woeste schakelen. Maar dat spreekt ook boekdelen. Tien minuten achter op het schema. En dat al voor je begonnen bent. ‘Als het zo doorgaat, halen we het nooit. Afgesproken was: om drie uur wegrijden. En daar heb je je aan te houden. Punt uit’.
Paulus schrijft: ‘Domme Galaten, wie heeft u behekst? Laat u toch niet opnieuw het slavenjuk opleggen’. Waarom zoveel kilometers op één dag? Waarom ons opnieuw onder de wet plaatsen?
De meeste vakanties mislukken omdat we geen vakantie houden. Na één dag is iedereen doodmoe, prikkelbaar, en wordt er om ruzie gevraagd. Ruzie ontstaat door wetten te maken en door vitaminegebrek. Maak dus geen wetten, en eet voldoende sla. Vakantie wil zeggen: vrij zijn, verlost zijn, bevrijd zijn.
Christenen moesten beter dan wie ook weten wat vakantie is. Vakantie is: vrij zijn van de wet, en vrij zijn voor elkaar. Vrij zijn van de wet: geen agenda, geen wekker, geen vergadering, niet om zeven uur op het werk moeten zijn, niet van alles en nog wat klaar moeten hebben voor vanavond, maar gewoon vrij zijn en gewoon tijd hebben. Vrij zijn voor elkaar, tijd hebben voor elkaar. Jezus heeft ons bevrijd - ‘verlost’, heet dat - van knellende banden.
Paulus zegt in zijn brief: ‘Als ge uw heil zoekt in de wet, hebt ge met Christus gebroken. Het enige waar het op aankomt, is geloof, zich uitend in liefde’. En die brief is het christelijk manifest van de vrijheid. Deze vrijheid heeft Jezus ons gebracht. Hij was vrij. We zien Hem als een trouwe zoon van zijn ouders. Hij was hun onderdanig, ja. Maar Hij blijkt ook boven de beperkingen van familiebanden verheven te zijn. Want er staat: ze zochten Hem drie dagen lang. Hij volgt de godsdienstige verplichtingen van zijn volk, maar voelt zich tegelijkertijd ook vrij die te negeren wanneer dat nodig is: ‘De mens is er niet voor de sabbat, maar de sabbat is er voor de mens’. Hij staat vrij tegenover de bewondering die Hem ten deel valt: ‘Zalig de schoot die U mocht dragen’, wordt er gezegd. Zijn antwoord is: ‘Zalig die Gods woord bewaren’. Hij is vrij van angst voor de toekomst: ‘Wees niet angstig bezorgd over wat ge zult eten’. Hij is vrij om vriendschappelijk om te gaan met mensen. Hij eet met zondaars en tollenaars. Hij staat vrij tegenover de gezeten burgers, en noemt hen bij hun naam: ‘Adderengebroed’. Hij staat vrij tegenover de dood: ‘We zijn leven verliest, zal het vinden’. Hij staat vrij tegenover iedere aanklacht, want Hij antwoordt niet op beschuldigingen die men uit, hetgeen Pilatus verbaast. Hij is de vrijheid zelf. Geen wonder dat iemand die zo vrij heeft geleefd, en zo vrij is gestorven, niet in een graf kon worden gehouden.
Die vrijheid heeft Hij ons gegeven. Waar is die vrijheid gebleven? Het antwoord kan kort zijn: Zodra de geest verdwijnt, komt de wet in zijn plaats. De christenen waren op hun best toen ze nog geen kerkelijk wetboek nodig hadden. Het huwelijk is op zijn mooist als man en vrouw in liefde samenzijn. Maar het wordt een hel wanneer ze door de wet gedwongen worden bij elkaar te blijven. De wet is een verwoede en vergeefse poging om de geest vast te houden, deze geest vast te leggen in regels, bepalingen, letters. Maar heel de geschiedenis door zie je dat dit niet lukt. De geest kun je niet pakken en vasthouden in wetten.
In het begin, toen de christenen nog echt vrij waren, waren ze spontaan christen. Zij waren gewoon ijverig in het breken van het brood. Want Jezus had hun dat gevraagd. Maar als je dat gaat vastleggen, komt de zondagsplicht, en is het met die ijver gedaan. Zij waren gewoon eendrachtig en één van hart, en ze verdeelden wat zij bezaten. En ze hadden niet eens in de gaten dat dit nu precies het tweede gebod was. Zonder één seconde aan een wet te denken waren ze gewoon goed voor elkaar. Dat is vrijheid. In die zin kon Christus zeggen: ‘Ik ben niet gekomen om de wet af te schaffen, maar om hem tot voltooiing te brengen’. De wet onderhouden omwille van die wet betekent niets. Maar spontaan, door de geest gedreven, goed zijn voor elkaar betekent alles.
Wij hebben die vrijheid verloren, en de wet ervoor in de plaats gekregen. Wij kunnen onmogelijk die wet afschaffen zonder de geest ervoor terug te zetten. En dat moet toch mogelijk zijn. Als wij op vakantie gaan, zoeken we de vrijheid op. Maar dat kan alleen maar een succes worden als we de geest in plaats van de wet stellen. Want wie leeft door de geest, heeft geen wet nodig. Als wij op vakantie gaan, zijn we vrij van alles wat moet. Dan hebben we de kans om de geest de ruimte te geven. Om spontaan goed te zijn voor anderen, tijd te hebben voor elkaar, omdat we nu tijd genoeg hebben. Wij zijn vrij van alles wat moet, en vrij voor alles wat mag.