‘De Mensenzoon heeft niets om zijn hoofd op neer te leggen. Laat de doden hun doden begraven. Wie zijn hand aan de ploeg slaat en omziet is ongeschikt voor het Rijk Gods.’
Woorden uit het evangelie van deze zondag. Gelooft u dat? Gelooft u werkelijk, dat dat te doen is: de doden aan de doden overlaten; niets meer bezitten; je verleden achter je laten en alleen nog verlangen naar toekomst? Gelooft u dat echt? Ik heb er de grootste moeite mee. Zou Jezus werkelijk niets gehad hebben om zijn hoofd op neer te leggen? Had Hij geen bed, waar Hij ’s nachts in kon slapen? Denkt u niet dat Hij, die zoveel enthousiasme opriep, die zoveel mensen achter zich kreeg, dat Hij werkelijk geen slaapplaats had om de nacht door te brengen? De man van de bruiloft van Kana, de man van de spijziging van vijfduizend, de man van de overvloedige visvangst, de man, wiens kleed te goed was om te verdelen bij zijn executie; Hij die zo op handen werd gedragen, zou niets hebben om zijn hoofd op neer te leggen?
In die zin is Jezus evenmin arm geweest als wij. Hij kon wellicht een beroep doen op het beste, dat mensen te bieden hadden en dat mensen graag en van harte aan Hem afstonden.
Arm zijn in deze wereld - wij zien het op de televisie en lezen het in de kranten - is ondervoed zijn, een dikke buik hebben van de honger met benen en armen als staken. Arm zijn is: zonder huis zijn, zonder zekerheid zijn, zonder vrienden en zonder hoop. Arm zijn, dat is aan moeten zien dat je akkers verdrogen en zeker weten dat er dit jaar en het volgend jaar en het jaar daarop niets zal groeien. Geen zekerheid hebben over je voedsel, geen zekerheid over je kleding, geen zekerheid over je eten en drinken en hoe je de volgende uren zult overleven. Dat is arm zijn! In die zin was Jezus van Nazaret niet arm. Hij was niet ondervoed; was gekleed; had veel vrienden. In ieder huis was Hij welkom en Hij merkte dat zijn woorden goed werden ontvangen. Trouwens, Jezus heeft zijn hele leven hartstochtelijk gevochten tegen de armoede waarover wij zojuist spraken. Dat is goed en dat horen wij ook te doen. Wij kunnen en moeten die onmenselijke armoede niet kiezen.
Wat kan het dan betekenen als Jezus spreekt over ’niets hebben’. Mogen wij u een woord van de apostel Paulus voorleggen, dat ons kan helpen. ‘Hij die zich niet kon beroepen op zijn gelijkheid met God,’ zegt Paulus, heeft zich daaraan niet vastgeklampt, maar heeft daarvan afgezien en is op aarde gekomen om alles, maar dan ook alles te delen. Hij aan wie alles toebehoort in verleden, heden, en toekomst, heeft alles aan ons uit handen gegeven: zijn goddelijke macht en majesteit, de wereld, zijn schepping. Hij neemt het risico, dat Hij een wegwerpartikel wordt en zijn wereld ten onder gaat door menselijk onvermogen en door menselijke lafheid. (zie Fil. 2,2-11)
Armoede in het leven van Jezus van Nazaret, zo lijkt ons, is alles delen, niets terughouden voor jezelf alleen. En op geen enkele manier jaloers zijn, omdat je tekort zou komen. Geen deur meer dicht, geen drempel te hoog; je tijd, je geld en goed, je talent en mogelijkheden, alles voor allen. Dat is werkelijk armoede. Men zegt: als mensen ondervoed zijn in onze wereld, als mensen niet gekleed gaan, geen huis hebben, geen zekerheid, komt dat niet omdat er niet genoeg is, maar omdat het breken en delen ons niet zo goed afgaat. Dat wil Hij ons Ieren. Daarom genazen zijn handen, daarom genas zijn mond, daarom heelden zijn ogen, daarom heelde zelfs zijn kleding, daarom vloeide zijn kracht over in het leven van mensen.
De gekruisigde Jezus is daarvan het teken.
Absoluut afhankelijk van mensen, alles geven tot je leven toe, niets meer te verbergen hebben, zelfs niet voor degenen die naar je schreeuwen: ‘Denk dan eens één keer aan jezelf, kom dan eens af van het kruis!’ Het is de introductie van een nieuwe levensstijl, de enige die de wereld kan redden, die armoede kan opheffen en alle andere ellende, die wij dagelijks meemaken.
Er wordt vandaag overigens niet gezegd: je moet het kunnen zoals Hij. Maar eerder: zou je er aan willen beginnen?