Vrijheid als plicht

C-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

Sinds de Franse Revolutie klinkt het goed als mensen dromen en zingen van ‘leve de vrijheid’. Mensen werden lang genoeg verknecht. Mensen werden lang tot slafelijke gehoorzaamheid gedwongen. Gewoon omdat ze door economische onbekwaamheid tot deze staat werden gedegradeerd. Mensen waren tot niets anders dan tot gehoorzaamheid bekwaam gemaakt. Er was geen ontkomen aan: zonder gelaten en gebogen trouw was overleven niet mogelijk. Dat is evenwel de logica van de rijken: zij hebben alle troeven in handen. Zo is het makkelijk om over rechten en plichten te praten. Zo is het makkelijk om te spreken over een rechtvaardige maatschappij : de overheid, de bezitter heeft altijd en onvoorwaardelijk gelijk. Hij staat aan de goede kant.

De brief van Paulus aan de Galaten is zonder meer een ode aan de vrijheid. Hij zegt en zingt ook: leve de vrijheid. Dat is een heel sterk stuk. Het klinkt als een pleidooi. Dat is het ook. Paulus zingt dus ook zijn eigen vrijheidslied, zijn hymne voor een vrij bestaan. Daarmee geeft hij niet primair kritiek op het politieke bestel van zijn tijd. Hij geeft vooral kritiek op het religieuze bestel van zijn tijd. Dat was toen ook repressief. Het was bindend voor mensen. Daarmee waagt Paulus zich op zeer glad ijs. Waar gaat het eigenlijk om in godsdienst? Willen mensen God dienen, of willen mensen hen dienen die de godsdienst vertegenwoordigen? Gehoorzamen mensen omdat ze moeten, of gehoorzamen mensen omdat ze dit van harte willen? Met deze vraag zitten we in de buurt van de passie en de ontroering van Paulus. Die man heeft iets (in)gezien. Hij was zelf zolang een gehoorzamende slaaf geweest, de knecht van een systeem. Te lang had hij geknikt. Te lang had hij beaamd wat scholen en partijen hem dicteerden. Maar nu is het genoeg: braafheid kan niet het hoogste en het laatste zijn. Een mens is tot meer dan tot gebogenheid geroepen. Elke mens heeft het recht om rechtop te staan. Dat is zelfs zijn plicht.

Op dat punt wordt Paulus boeiend. Welk keurslijf wil hij afgooien? Waarvan wil hij worden bevrijd? Welk statuut wil hij afzweren? Dat is een interessant uitgangspunt: Paulus wil aan mensen een nieuw statuut geven. Hij wordt de pleitbezorger van de innerlijke vrijheid. De advocaat van zijn vrije geweten. Hij wil een nieuwe, een andersoortige vrijheid. Hij wil eindelijk eens gehoorzamen omdat hij dat graag doet. Dat is een revolutionair discours. Vrijheid wordt voor hem: graag gehoorzamen! Van harte. Voor zoiets zou Paulus zijn ziel verkopen. Voor zoiets ging hij zelfs op onze barricaden staan. Want, laten we eerlijk zijn, we geven zo graag onze vrijheid prijs… als we maar bevestigd worden in onze gewoonten, in ons levenspatroon en in ons gelijk. Daartegen gaat nu precies het protest van Paulus. Hij weigert heel uitdrukkelijk het christendom te beschouwen als een zoete pijnstiller. Hij pleit liever voor een moedige opstandigheid. De beweging van Jezus is niet-gebonden. Het is een vrije beweging van vrije mensen.

Wellicht moeten christenen even wennen aan vrijheid? Aan geloven in vrije stijl? Los van lege tradities. Los van loze rituelen. Los van blind geloofde dogma’s. Los van vanzelfsprekende zekerheden?

En telkens leren de eerste vraag te stellen.

Zoeken in Preken Online