Beste dorpsgenoten,
Ook al gedraagt het weer er zich nog niet naar, het is nu werkelijk zomer. Ik wens u een heel mooie tijd met vakantiereizen, fietstochten, onverwachte bezoeken en ’s avonds lekker lang buiten zitten.
In de stukken uit de bijbel de we vandaag moeten lezen, horen we dingen waar wij niet vertrouwd mee zijn. Maar de schrijvers van de voorgelezen teksten des te meer. Zij waren door de eeuwen heen vertrouwd met een God die heel ongeduldig kon zijn: nu of nooit, alles of niks; die zijn woede lang kon volhouden en die de zonden van een vader kon straffen tot in het derde of vierde geslacht, die een heel volk kon laten vernietigen om de zonden van de koning. Of nog erger, zoals Noë had meegemaakt. Zeker hun God kon ook barmhartig zijn, een God van vrede en troost en tevens onvoorspelbaar als een aardbeving of een tsunami.
De profeet Elia kende die God en hij maakte het dan ook heel kort toen hij Elias tot zijn opvolger moest zalven. Toen deze zich beriep op het vierde gebod van de tien geboden en vroeg of hij eerst afscheid mocht nemen van zijn vader en moeder, was dat al te veel: “Ga maar weer terug.”
Elias was een goede leerling en hij paste zich snel aan aan de stijl van die God van alles of niks, nu of nooit: Hij slachtte twee van zijn ossen, gebruikte zijn werktuig als brandstof, en ging Elia achterna.
Wat een onstuimig geweld. Als we op de wereld rondkijken met al de oorlogen, terrorisme, honger en ellende, dan mogen we zeggen dat die hele oude god nog diep in ons bloed zit.
Die stijl van alles of niks is ook Jezus niet vreemd of beter de schrijver van het evangelie. Opnieuw horen we dat iemand zich beroept op een werk van barmhartigheid: “Heer, mag ik teruggaan om mijn vader te begraven.” Een van de heiligste plichten die iemand had. Niks barmhartigheid of ouderliefde: “Laat de doden hun doden begraven, maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods.”
Lang is mij uitgelegd hoe ik die woorden van Jezus moest verstaan en lang heb ik mij daarbij neergelegd. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan of van de goede herder of van de verloren zoon, dat zijn woorden van Jezus. Dat zijn woorden van Barmhartigheid en die hebben geen uitleg nodig.
Vaak heb ik de vraag gehoord: “Waarom moet mij dat overkomen? Ik heb toch geen kwaad gedaan.” De meeste mensen schijnen die vraag aan zichzelf te stellen maar in feite durven ze het niet aan God te vragen, bang dat die een boekje over hen open zou doen. Job op de mesthoop, die durfde dat wel: hij sprak God er over aan dat het zo met hem gelopen was nadat zijn vrienden gezegd hadden dat hij het aan zichzelf te danken had.
Wij zijn religieuze zin analfabeten aan het worden. Daarom zijn we vergeten dat die God van vrede en liefde ook een God van wraak en woede was, die zich laat herkennen in de toestand van de wereld. Een God die even erg is als aardbevingen, Tsunami’s en andere verschrikkelijke dingen, een en al onbarmhartigheid. Want geregeld krijgen we nog te horen dat we al die verschrikkingen aan ons eigen wangedrag te danken hebben.
“God is de Grote Onmogelijke van onze tijd. En als hij er nu eens ondergronds aan werkt om opnieuw onze tijdgenoot te worden.” (Peter Sloterdijk, Woede en Tijd, pag.60).
Een nieuwe God als onverwachte tijdgenoot, zoals Jezus van Nazareth hem al kende: een God van barmhartigheid en vreugde. Het leven van Jezus tintelde er van. Daarheen is onze wereld ook op weg.
Dat het zo moge worden.