- Het evangelie volgens Lucas neemt hier een nieuwe wending. Jezus verlaat Galilea voor het eerder vijandige Judea. Hij trekt op naar Jeruzalem, de stad “Die de profeten doodt” (Lc. 13,34). Het is één opmars naar de plaats waar Jezus gekruisigd zal worden en sterven. Daar zal Hij verrijzen. Vanuit Jeruzalem zal de goede boodschap door de Kerk worden uitgedragen over heel de wereld doorheen de tijden. Jeruzalem is bij Lucas zeer belangrijk.
\ - Op die tocht is Jezus vergezeld van zijn leerlingen. Hij bereidt ze voor op hun zending. Hij botst onder weg op tegenstand. Tegenstand zal ook het deel van de leerlingen zijn.\
1. Twee elementen vallen op. Wij lezen in de tekst: “Hijzelf aanvaardde (!) vastberaden (!)”.
- Letterlijk staat er: “Toen de dagen van zijn ‘verheffing’ waren aangebroken”. Bedoeld is hier de lange weg van zijn ‘verheffing’ in de komende kruisdood, die voltooid wordt in zijn opneming in de hemel. Het gaat om het uur door de Vader bepaald. Jezus koos niet ‘zijn uur’. Hij “aanvaardde” het naar Jeruzalem te gaan. Het is niet zijn persoonlijk zelf gekozen project. Heel zijn zending krijgt Hij van de Vader. “Van de Vader ben Ik uitgegaan en van Godswege ben Ik hier” (Joh. 16,27-28). Wij kunnen maar Jezus verstaan vanuit zijn intieme verhouding tot zijn Vader (Paus Benedictus XVI, “Jezus van Nazareth”).
\ - Deze aanvaarding gebeurt in de grootste vrijheid. Vrijheid en gehoorzaamheid sluiten elkaar niet uit. Integendeel. In de eerste lezing hoorden we het loflied van Paulus op de vrijheid (Gal. 5,1-18). Vrijheid is niet de losgeslagen vrijheid, die vandaag vaak wordt gepropageerd, en die dikwijls slavernij en grootste gebondenheid betekent. Valse vrijheid leidt tot depressies en ongenoegen. De bijbelse vrijheid is de openheid voor Gods Woord dat de Waarheid is. “De waarheid zal u vrij maken.” (Joh. 8,32). Die vrijheid is liefde die open bloeit bij Jezus in totale zelfgave en dienstbetoon als lijdende Dienaar. Dat is de ondertoon van Jezus’ tocht naar Jeruzalem.
\ - Jezus aanvaardt vastberaden (!). Resoluut. Er staat letterlijk: “Hij verharde zijn gelaat”. Hij beet op zijn tanden. Die uitdrukking lezen we bij Ezechiël die moest optornen tegen het zondige Israël. Jahweh zei; ”Ik heb uw aangezicht even hard gemaakt als het hunne” (Ez. 3,8). De tegenstand gebeurt reeds in het ongastvrije Samaria. De donderzonen willen de bliksem afsmeken over dat volk. Jezus wil dat niet. Jezus zal mild blijven tegenover de Samaritanen. Zijn leerlingen leven nog steeds met een verkeerd Godsbeeld. Evenzo heeft Jezus Petrus berispt. Heel zijn leven is het kenbaar maken van de barmhartigheid van God. Zijn tocht naar Jeruzalem zal uitmonden op deze uiteindelijke openbaring van wie God is. \
2. Diezelfde vrije en vastberaden aanvaarding van de roeping tot verkondiging is hetgeen Jezus van zijn leerlingen heeft verwacht.
- Zij moeten hem volgen als een antwoord op Gods uitnodiging: “Zoals de Vader Mij zond, zo zend Ik u.” (Joh. 20,23). Tot de zoekende Farizeeër Nicodemus zei Jezus in die nacht: “Wie door God gezonden is, spreekt Gods eigen woorden” (Joh. 3,34). Later zal Paulus uitroepen: “Hoe zal ik verkondigen, als ik niet word gezonden ? “(Rom. 10,25). De leerlingen kiezen hun roeping niet. Ze worden geroepen. Ze worden gezonden. Ze zijn afhankelijk.
\ - Het woord “volgen” komt bij Jezus steeds maar terug. Het is niet zomaar op de voet volgen, fysisch. Het gaat om een volgen met hart en ziel in vrijheid. Zij moeten in zijn gezindheid treden, zijn leven delen. Hij nodigt niet uit met de zachte en zoete voorstellingen eigen aan de technieken van een reclamebureau. Hij zegt van meet af dat het hard zal zijn. Het is geen sinecure: “De vossen hebben hun holen, de vogelen hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.” – Zoiets staat haaks op de huidige mentaliteit van autonomie. Men wil zijn eigen leven kiezen, eigen wegen bepalen, eigen toekomst plannen… Men wil vooral genieten. Zowel de huidige opvoeding als de geest van de moderne media creëren een mentaliteit van bewuste zelfbepaling tot zelf gekozen geluk, los van het horen wat God mocht zeggen of vragen. Dat houdt verband met de roepingencrisis en de onvoldaanheid in de keuzes die men eigengereid heeft gemaakt.
\ - Deze directe vastberadenheid wordt in de evangeliën sterk onderlijnd. Radicaal lieten de eerste leerlingen hun netten in de steek lieten. Op staande voet liet Levi Mattheus zijn tolkantoor achter. Tot iemand die aarzelde zegt Hij onomwonden: “Laat de doden hun doden begraven” en “Wie de hand aan de ploeg slaat en achteruit kijkt is niet geschikt voor het Rijk Gods.” In de eerste lezing zagen we het letterlijk gebeuren in de geschiedenis van Elisa, die de ploegjukken verbrandde. Zo was geen terugkeer nog mogelijk ( I Kon. 19,16-21).
* Eergisteren vierden wij de HH. Apostelen Petrus en Paulus. Beiden hebben Christus op deze wijze gevolgd. Ze hebben onverschrokken verkondigd, hun veiligheid opgegeven, ze hebben geleden, werden gefolterd en gedood. Ze zijn voor ons de onverwoestbare pijlers waarop de Heer zijn Kerk heeft gebouwd.